Supraventriculaire ritmestoornissen
Respiratoire sinusaritmie
sinusritme is niet altijd een constant ritme, de sinusknoopvarieertin afvuursnelheid
● oiv vagaal systeem (n. vagus)
○ vnl dit systeem kan snel inspelen op veranderingen
○ verantwoordelijk voor respiratoire sinusaritmie
● oiv orthosympathicus (OS)
○ inspanning → meer catecholamines in bloed → hartritme versnelt
respiratoire sinusaritmie = ademhalingsgebonden sinusaritmie
● vnl oiv vagaal systeem
● ECG
○ initieel traag hartritme → geleidelijk aan versnellen → vertragen → versnellen → …
○ patroon varieert met de ademhaling
● fysiologisch
○ heeft te maken met de vulling van het hart oiv ademhaling → cardiac output → BD →
terugkoppeling via carotis lichaam naar n. vagus
○ meer uitgesproken bij mensen met hoge vagale tonus (vaak jonge, gezonde, sportieve
mensen)
Wandering pacemaker
= “wandelende pacemaker”
w
● isselend sinusritme + wisselende P-top morfologie
● ECG
○ P-top initieel negatief in middelste afleiding → P-top licht positief in 2e slag → P-top nog
meer positief in 3e en 4e slag → P-top terug minder groot tot negatief
○ veranderingen ifv hartfrequentie
■ sneller → meer positieve P-top
■ trager → meer negatieve P-top
● mechanisme
○ wat je zou denken
■ sinusknoop zit op een vaste plaats en kan sneller / trager vuren, maar de elektrische
activatie van de atria (P-top) is altijd hetzelfde
○ hoe het echt is
■ de sinusknoop is een “sinuslijn” die begint thv SVC en loopt langs de crista terminalis
tot aan IVC
■ typisch bij snellere ritmes ontstaan de ritmes hoger in de crista terminalis, bij tragere
ritmes ontstaan deze lager in de crista terminalis
■ gevolg: P-top morfologie veranderingen →variant vannormaal
92
, Atriale extrasystole
sinusritme wordt plots doorkruist door een andere slag met een duidelijk andere morfologie
● andere morfologie van P-top + dezelfde morfologie van QRS-complex
● extra slag vertrekt in de voorkamers ⇒ “atriale extrasystole”
● kan bij iedereen voorkomen: elke cel in de voorkamers kan wel eens een impuls afvoeren
2 mogelijkheden
… met sinusknoop resetting
● mechanisme
○ atriale extrasystole activeert de voorkamers (incl. sinusknoop) → sinusknoop binnendringen
indien atriale extrasystole vroeg genoeg valt → te vroege repolarisatie van sinusknoop →
sinusknoopritme resetten
● ECG
○ indien je het sinusinterval 2 keer uittekent op het tracé, dan zie je dat P-top te vroeg komt
… met aberrante conductie (RBTB)
● ECG
○ extrasystolevlak na de T-top → voortgeleiding naarventrikel, maar andere morfologie van
QRS-complex (RBTB-morfologie)
● mechanisme
○ extrasystole geleid door AV-knoop, maar onderliggende bundeltakken zijn nog niet hersteld
van hun vorige activatie (cfr. einde T-top = einde ventriculaire repolarisatie)
○ gevolg: aberrante conductie
● voorkomen
○ typisch bij vroeg gekoppelde atriale extrasystole (vlak na of in de T-top)
○ typisch bij mensen die VKF ontwikkelen (atriale extrasystole vanuit pulmonaalvenen)
● CAVE soms gelijktijdige blokkade van beide bundels (RBTB + LBTB) → geen geleiding meer naar
ventrikels ⇒ atriale extrasystole met AV-blok
93
, Laag-atriaal ritme
= sinus coronarius ritme
● normaal sinusritme: positieve P-top in afleiding II en III
○ want geleiding van hoog naar laag, van rechts naar links
● ECG
○ smal QRS-ritme
○ bradycardie (indien < 50/min):± 40/min (= 300/8vakjes)
○ geen positieve P-top in afleiding I, II, III ⇒ geen sinusritme
■ want impuls komt van lager en meer naar links in de voorkamer
Nodaal ritme
= ritme die ontstaat in AV-knoop =junctioneel ritme
ECG
● s mal QRS-ritme
● bradycardie: 40-50/min (= 300/7 vakjes)
● geen P-toppen voorafgaand aan QRS-complexen → ritme ontstaat niet in de voorkamers (geen
sinusritme)
○ P-top is wel aanwezig, maar overlapt met smal QRS-complex want activatie van atria is
simultaan met activatie van ventrikels
Snel nodaal ritme
● ECG
○ geen P-toppen
○ frequentie: 300/3 = 90-100/min
● mechanisme
○ AV-knoop heeft zijn eigen ritme, die doorgaans
trager is dan die van de sinusknoop (40-50/min)
■ nodaal ritme komt meestal voor indien
sinusritme erg traag wordt
○ snel nodaal ritme: ritme van een abnormale
(versnelde) AV-knoop
■ typisch bijdigitalis intoxicatie
● alarm: risico op gevaarlijke
ritmestoornissen en repolarisatie
afwijkingen
■ patiënt merkt hier zelf niets van !
94
, Sinus-arrest of sino-atriaal blok
= sinusritme dat plots stopt en zich nadien weer herstelt
2 verklaringen
● sinus arrest(meest frequent)
○ sinusknoop legt zich er even bij neer
● sino-atriaal blok
○ sinusknoop heeft wel afgevuurd, maar impuls geraakt niet tot in de voorkamers
⇒ onderscheid is meestal niet te maken, tenzij…
● sino-atriaal blok: volgende P-top verschijnt terug exact op het dubbele van het vorige sinusinterval
→ teken dat er wel een normaal sinusimpuls was
● ECG: sinusinterval op 1.1 sec → na 2.2 sec nieuw interval ⇒ sino-atriaal blok
Sinus-arrest met pauze
p
● auze > 3 sec is bijna altijd symptomatisch (syncope) → klinisch relevant
● ECG: pauze van 8 sec (1 sec = 5 grote vierkantjes)
Sinus-arrest en nodale escape
ECG
● e en 2e slag: sinusslag
1
● 3e slag: geen P-top, smal QRS → nodale escape
● 4e slag: P-top, maar PR-interval abnormaal kort en abnormale QRS-morfologie → nodale escape
● 5e slag: P-top en QRS-complex, maar nog korter PR-interval → sinusknoop vuurt wel, maar nodale
escape is ook nog bezig (automaticiteit op 2 niveaus)
6e slag: P-top → terug sinusslag
●
sinuspauze van P-top in 2e slag tot P-top in 4e slag + symptomen van (pre)syncope → relevante
⇒
bevinding, want misschien treedt er op een bepaald moment geen escape ritme meer op !
95
Respiratoire sinusaritmie
sinusritme is niet altijd een constant ritme, de sinusknoopvarieertin afvuursnelheid
● oiv vagaal systeem (n. vagus)
○ vnl dit systeem kan snel inspelen op veranderingen
○ verantwoordelijk voor respiratoire sinusaritmie
● oiv orthosympathicus (OS)
○ inspanning → meer catecholamines in bloed → hartritme versnelt
respiratoire sinusaritmie = ademhalingsgebonden sinusaritmie
● vnl oiv vagaal systeem
● ECG
○ initieel traag hartritme → geleidelijk aan versnellen → vertragen → versnellen → …
○ patroon varieert met de ademhaling
● fysiologisch
○ heeft te maken met de vulling van het hart oiv ademhaling → cardiac output → BD →
terugkoppeling via carotis lichaam naar n. vagus
○ meer uitgesproken bij mensen met hoge vagale tonus (vaak jonge, gezonde, sportieve
mensen)
Wandering pacemaker
= “wandelende pacemaker”
w
● isselend sinusritme + wisselende P-top morfologie
● ECG
○ P-top initieel negatief in middelste afleiding → P-top licht positief in 2e slag → P-top nog
meer positief in 3e en 4e slag → P-top terug minder groot tot negatief
○ veranderingen ifv hartfrequentie
■ sneller → meer positieve P-top
■ trager → meer negatieve P-top
● mechanisme
○ wat je zou denken
■ sinusknoop zit op een vaste plaats en kan sneller / trager vuren, maar de elektrische
activatie van de atria (P-top) is altijd hetzelfde
○ hoe het echt is
■ de sinusknoop is een “sinuslijn” die begint thv SVC en loopt langs de crista terminalis
tot aan IVC
■ typisch bij snellere ritmes ontstaan de ritmes hoger in de crista terminalis, bij tragere
ritmes ontstaan deze lager in de crista terminalis
■ gevolg: P-top morfologie veranderingen →variant vannormaal
92
, Atriale extrasystole
sinusritme wordt plots doorkruist door een andere slag met een duidelijk andere morfologie
● andere morfologie van P-top + dezelfde morfologie van QRS-complex
● extra slag vertrekt in de voorkamers ⇒ “atriale extrasystole”
● kan bij iedereen voorkomen: elke cel in de voorkamers kan wel eens een impuls afvoeren
2 mogelijkheden
… met sinusknoop resetting
● mechanisme
○ atriale extrasystole activeert de voorkamers (incl. sinusknoop) → sinusknoop binnendringen
indien atriale extrasystole vroeg genoeg valt → te vroege repolarisatie van sinusknoop →
sinusknoopritme resetten
● ECG
○ indien je het sinusinterval 2 keer uittekent op het tracé, dan zie je dat P-top te vroeg komt
… met aberrante conductie (RBTB)
● ECG
○ extrasystolevlak na de T-top → voortgeleiding naarventrikel, maar andere morfologie van
QRS-complex (RBTB-morfologie)
● mechanisme
○ extrasystole geleid door AV-knoop, maar onderliggende bundeltakken zijn nog niet hersteld
van hun vorige activatie (cfr. einde T-top = einde ventriculaire repolarisatie)
○ gevolg: aberrante conductie
● voorkomen
○ typisch bij vroeg gekoppelde atriale extrasystole (vlak na of in de T-top)
○ typisch bij mensen die VKF ontwikkelen (atriale extrasystole vanuit pulmonaalvenen)
● CAVE soms gelijktijdige blokkade van beide bundels (RBTB + LBTB) → geen geleiding meer naar
ventrikels ⇒ atriale extrasystole met AV-blok
93
, Laag-atriaal ritme
= sinus coronarius ritme
● normaal sinusritme: positieve P-top in afleiding II en III
○ want geleiding van hoog naar laag, van rechts naar links
● ECG
○ smal QRS-ritme
○ bradycardie (indien < 50/min):± 40/min (= 300/8vakjes)
○ geen positieve P-top in afleiding I, II, III ⇒ geen sinusritme
■ want impuls komt van lager en meer naar links in de voorkamer
Nodaal ritme
= ritme die ontstaat in AV-knoop =junctioneel ritme
ECG
● s mal QRS-ritme
● bradycardie: 40-50/min (= 300/7 vakjes)
● geen P-toppen voorafgaand aan QRS-complexen → ritme ontstaat niet in de voorkamers (geen
sinusritme)
○ P-top is wel aanwezig, maar overlapt met smal QRS-complex want activatie van atria is
simultaan met activatie van ventrikels
Snel nodaal ritme
● ECG
○ geen P-toppen
○ frequentie: 300/3 = 90-100/min
● mechanisme
○ AV-knoop heeft zijn eigen ritme, die doorgaans
trager is dan die van de sinusknoop (40-50/min)
■ nodaal ritme komt meestal voor indien
sinusritme erg traag wordt
○ snel nodaal ritme: ritme van een abnormale
(versnelde) AV-knoop
■ typisch bijdigitalis intoxicatie
● alarm: risico op gevaarlijke
ritmestoornissen en repolarisatie
afwijkingen
■ patiënt merkt hier zelf niets van !
94
, Sinus-arrest of sino-atriaal blok
= sinusritme dat plots stopt en zich nadien weer herstelt
2 verklaringen
● sinus arrest(meest frequent)
○ sinusknoop legt zich er even bij neer
● sino-atriaal blok
○ sinusknoop heeft wel afgevuurd, maar impuls geraakt niet tot in de voorkamers
⇒ onderscheid is meestal niet te maken, tenzij…
● sino-atriaal blok: volgende P-top verschijnt terug exact op het dubbele van het vorige sinusinterval
→ teken dat er wel een normaal sinusimpuls was
● ECG: sinusinterval op 1.1 sec → na 2.2 sec nieuw interval ⇒ sino-atriaal blok
Sinus-arrest met pauze
p
● auze > 3 sec is bijna altijd symptomatisch (syncope) → klinisch relevant
● ECG: pauze van 8 sec (1 sec = 5 grote vierkantjes)
Sinus-arrest en nodale escape
ECG
● e en 2e slag: sinusslag
1
● 3e slag: geen P-top, smal QRS → nodale escape
● 4e slag: P-top, maar PR-interval abnormaal kort en abnormale QRS-morfologie → nodale escape
● 5e slag: P-top en QRS-complex, maar nog korter PR-interval → sinusknoop vuurt wel, maar nodale
escape is ook nog bezig (automaticiteit op 2 niveaus)
6e slag: P-top → terug sinusslag
●
sinuspauze van P-top in 2e slag tot P-top in 4e slag + symptomen van (pre)syncope → relevante
⇒
bevinding, want misschien treedt er op een bepaald moment geen escape ritme meer op !
95