Examen: meerkeuze 15p (30 vragen) 1 + open vraag (2p) +
werkcolleges (3p)
INHOUDSTAFEL
INLEIDING
DEEL I: PSYCHOLOGIE VAN INDIVIDUELE VERSCHILLEN: WAT EN HOE?
1. Doelstelling en Geschiedenis
1.1. Doelstelling
1.1.1. Wat?
1.1.1.1. Beschrijven van verschillen
1.1.1.2. Beschrijven van verbanden tussen verschillen
1.1.2. Doel?
1.1.3. Door wie?
1.2. Geschiedenis
1.2.1. De benaming differentiële psychologie
1.2.2. Meten en beschrijven van individuele verschillen
1.2.2.1. Oude China
1.2.2.2. Pythaghoras
1.2.2.3. Plato
1.2.2.4. Theophrastus
1.2.2.5. Navarro
1.2.2.6. Galton
1.2.2.7. Cattell
1.2.2.8. Binet
1.2.2.9. Rest vorige eeuw
1.2.3. Proximale verklaringen van individuele verschillen
1.2.3.1. Psychologische verklaringen
1.2.3.2. Biologische verklaringen
1.2.3.3. Frenologie
1.2.4. Distale verklaringen van individuele verschillen
1.2.4.1. Horoscopale astrologie
1.2.4.2. Constellatie
1.2.4.3. Watson
1.2.4.4. Darwin
1.2.4.5. Galton
1.2.4.6. Rest vorige eeuw
1
,2. Methoden in de psychologie van individuele verschillen
2.1. Verzamelen van gegevens
2.1.1. Soorten gegevens
2.1.1.1. S-data
2.1.1.2. O-data
2.1.1.3. T-data
2.1.1.4. L-data
2.1.2. Variabelen
2.1.2.1. Kwantitatieve variabelen
2.1.2.2. Kwalitatieve variabelen
2.2. Verbanden tussen verschillen
2.2.1. Kwalitatief-kwalitatief
2.2.2. Kwalitatief-kwantitatief
2.2.3. Kwantitatief-kwantitatief: de correlatie
2.2.3.1. Richting van verband
2.2.3.2. Sterkte van verband
2.2.3.3. Soorten correlaties
2.2.3.3.1. O-correlatie
2.2.3.3.2. P-correlatie
2.2.3.3.3. Q-correlatie
2.2.3.3.4. R-correlatie
2.2.3.3.5. S-correlatie
2.2.3.3.6. T-correlatie
2.3. Evaluatie van informatie over verschillen tussen mensen
2.3.1. Betrouwbaarheid
2.3.1.1. Test-hertestbetrouwbaarheid
2.3.1.2. Intenre consistentie
2.3.1.3. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
2.3.2. Validiteit
2.3.2.1. Gezichtsvaliditeit
2.3.2.2. Predictieve validiteit
2.3.2.3. Convergente validiteit
2.3.2.4. Discriminante validiteit
2.3.2.5. Construct validiteit
2.3.3. Links tussen data en triangulatie
2.4. Correlationele vs. experimentele methode
2.5. Factoranalyse
2.5.1. Inleiding
2.5.1.1. Doelstelling
2.5.1.2. Methode
2.5.1.3. Nut
2
, 2.5.2. Factoranalyse met 1 factor
2.5.2.1. Model
2.5.2.2. Assumpties
2.5.2.3. Implicatie 1 2.5.2.4.
Implicatie 2 2.5.2.5.
Implicatie 3
2.5.2.6. Implicatie 4
2.5.2.7. Interpretatie van factor
2.5.3. Factoranalyse met 2 factoren
2.5.3.1. Model
2.5.3.2. Assumpties
2.5.3.3. Implicatie 1 2.5.3.4.
Implicatie 2 2.5.3.5.
Implicatie 3
2.5.3.6. Implicatie 4
2.5.3.7. Interpretatie van factor
2.5.3.8. Grafische representatie
2.5.3.9. Uniciteit van schattingen
2.5.3.10. Oblieke rotaties
2.5.4. Factoranalyse met meerdere factoren: Aantal factoren?
2.5.5. Factoranalyse: opmerkingen
DEEL II: PSYCHOLOGIE van de PERSOONLIJKHEID
1. Inleiding en vraag
1.1. Definitie van persoonlijkheid
1.2. Een fundamentele vraag
2. Trekpsychologie
2.1. Nomothetische trekpsychologie 2.1.1.
Wat is een persoonlijkheidstrek?
2.1.2. Gevolgen en implicaties
2.1.3. Consistentie van menselijk gedrag
2.1.4. Identificeren van de belangrijkste trekken
2.1.4.1. Lexicale benadering
2.1.4.2. Statistische benadering
2.1.4.3. Theoretische benadering
2.2. Nomothetische trektaxonomieën van persoonlijkheid
2.2.1. Freud (kort)
2.2.2. Eysenck
2.2.3. Cattell
2.2.4. Wiggins
2.2.5. 5-factorenmodel
3
, 2.2.6. Nuanceringen
2.3. Act frequentie visie op persoonlijkheid
3. Interactionisme
3.1. Inleiding
3.2. Implicatie van interactie
3.3. Oorzaken van interactie
3.4. Visies op interactionisme
3.4.1. Fleeson
3.4.2. Van Mechelen
3.4.3. Mischel
3.4.3.1. Inleiding
3.4.3.2. Sociaal-cognitieve benadering van persoonlijkheid
3.4.3.2.1. Structuur van persoonlijkheid
3.4.3.2.2. Processen van persoonlijkheid
3.4.3.2.3. Implicaties
3.4.3.2.4. Consistentie in persoonlijkheid
4. Krachtmeting
4.1. Procentuele bijdrage van situationele en individuele verschilsvariantie tot gedrag
4.1.1. In labstudies
4.1.2. In S-R vragenlijsten
4.2. Onderzoek naar stabiliteit van gedrag
4.2.1. Methode
4.2.1.1. Dataverzameling
4.2.1.2. Dataverwerking
4.2.2. Relatieve cross-temporele stabliteit
4.2.3. Relatieve cross-situationele stabiliteit van gedrag
4.2.4. Relatieve cross-uitingsstabiliteit van gedrag
4.3. Onderzoek naar de personality coefficient
4.3.1. Resultaten
4.3.2. Moderatoren
4.3.3. Recent onderzoek
4.4. Onderzoek naar consistentie op lange termijn
4.4.1. Conceptuele begrippen
4.4.1.1. Wat is persoonlijkheidsontwikkeling
4.4.1.2. Drie vormen van stabiliteit of verandering
4.4.1.3. Drie niveaus van analyse
4.4.2. Gemiddelde niveau stabiliteit van persoonlijkheidstrekken
4.4.3. Rangordestabiliteit van persoonlijkheidstrekken over de tijd
4.4.3.1. Gedurende eerste levensjaren
4.4.3.2. Doorheen kinderjaren
4.4.3.3. In volwassenheid
4