, 1. De leraar die kleur geeft
1.1 Ik wil er onvoorwaardelijk kunnen zijn
Goed leraarschap begint niet uitsluitend bij didactische kennis of methodische vaardigheden, maar bij
de wijze waarop de leraar als persoon aanwezig is in de onderwijspraktijk. Onvoorwaardelijk
aanwezig zijn betekent dat de leraar leerlingen serieus neemt, beschikbaar is voor hun ontwikkeling
en tegelijkertijd professioneel handelt.
De leraar staat voortdurend voor situaties waarin verschillende belangen samenkomen: de behoeften
van leerlingen, verwachtingen van ouders, schoolbeleid, professionele normen en persoonlijke
overtuigingen. Goed handelen vraagt daarom niet om een vast recept, maar om bewuste
professionele afwegingen.
Kernpunten:
pedagogische betrokkenheid en professionele begrenzing;
aandacht voor de individuele leerling én de groep;
handelen vanuit bewuste waarden en overtuigingen;
verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van professioneel handelen.
De professionele aanwezigheid van de leraar wordt zichtbaar in concrete interacties. Juist situaties
die raken, verrassen of schuren kunnen duidelijk maken welke waarden en overtuigingen het
handelen sturen.
1.2 De professionele identiteit van de leraar
De professionele identiteit betreft het geheel van overtuigingen, waarden, ervaringen, kennis,
kwaliteiten en opvattingen waarmee een leraar zichzelf als professional begrijpt en zijn handelen
richting geeft. Zij is geen statisch kenmerk, maar ontwikkelt zich voortdurend door ervaringen,
reflectie, interactie en veranderende maatschappelijke omstandigheden.
Professionele identiteit ontstaat in de wisselwerking tussen persoon en beroep. De leraar brengt
zichzelf mee naar de onderwijspraktijk, terwijl ervaringen in die praktijk het beeld van het eigen
leraarschap voortdurend beïnvloeden.
De centrale vragen zijn:
Wie ben ik?
Wat moet ik doen?
Waarom doe ik dit?
Deze vragen verbinden persoonlijke betekenisgeving met professioneel handelen. Daardoor wordt
professionele identiteit praktisch: zij beïnvloedt de keuzes die een leraar maakt en de manier waarop
deze keuzes worden verantwoord.
Professionele identiteit omvat onder meer:
persoonlijke waarden en professionele normen;
overtuigingen over leerlingen, leren en onderwijs;
professionele kennis en handelingsbekwaamheid;
ervaringen, feedback en betekenisgeving.