1. Inleiding persoonlijkheidspsychologie
Handboek: p. 11-16
Verschil tussen het vak persoonlijkheidspsychologie en differentiële psychologie:
PH psychologie: klassieke theorieën vertrekken meer vanuit een universele benadering
Diff. Psychologie: meer kijken naar hedendaags onderzoek
We gaan wat weg van de klassieke theorieën, meer naar recente evoluties
Nadruk ligt op verschillen (Differences)
1.1 Klassieke theorieën
De meeste ‘grote’ klassieke theorieën vertrekken vanuit een universele benadering.
=> Wat kunnen we op iedereen toepassen?
Universele benadering: fundamentele psychologische processen en kenmerken die gelden voor
alle mensen, of hoe mensen in het algemeen kunnen beschreven worden
Bv. De theorie van Freud is universeel, iedereen heeft volgens hem een Id, een ego en een
superego
1.2 Hedendaags onderzoek naar de persoonlijkheid
Er wordt tegenwoordig veel interessant persoonlijkheidsonderzoek gedaan dat niet direct
relevant is voor de klassieke theorieën
Legt meestal (in tegenstelling tot de klassieke theorieën) de nadruk op individuele en
groepsverschillen (=> niet universeel) verschillen dus daarom differentiële psychologie
Elke onderzoeker vertrekt vanuit zijn eigen perspectief. Elk van de bestaande perspectieven
omvat delen van de waarheid.
Iedereen kent een stukje van de puzzel: specialisatie binnen de psychologie
Een manier om specialisaties te bundelen is dus erkennen dat verschillende
kennisdomeinen zijn. Door samenwerking kunnen ze beter antwoorden op vragen
1.3 Kennis domein
= een gespecialiseerd gebied binnen de wetenschap van de psychologie van waaruit psychologen
zich richten op het leren over specifieke en beperkte aspecten van de menselijke natuur.
Integratie nodig om “volledig beeld” van de persoonlijkheid te krijgen
Elke specialisatie heeft zijn eigen expertise dus alles samenbrengen zorgt voor een volledig
beeld.
Examen: iemand doet zijn onderzoek op deze manier, toto welk domein denk je dat die behoort?
=> toepassing
1
,Differentiële psychologie
1.3.1 Zes kennis domeinen differentiële psychologie
1. Dispositionele
2. Biologische
3. Intrapsychische Vet: wat we
4. Cognitief en ervarings-
in dit vak
5. Sociale en culturele
behandele
6. Aanpassing
1. Dispositionele domein
Focus: manieren waarop individuen verschillend zijn van elkaar, de oorsprong van de individuele
verschillen en hoe deze zich ontwikkelen en in stond worden gehouden
Voorbeeldvragen van onderzoekers:
- Wat is de oorsprong van die individuele verschillen?
- Hoe gaat iets zich ontwikkelen over de tijd?
Dit domein doorkruist alle andere domeinen.
=> Reden: Individuen kunnen verschillen in hun gebruikelijke emoties, zelfconcepten, in hun
fysiologische neigingen en zelfs in hun intrapsychische mechanismen
In elk domein is er wel een aspect dat naar individuele verschillen gaat kijken
Disposities van op een bepaalde manier te gedragen, individuen verschillen hierin op
verschillende vlakken (definitie is zeer gelijkaardig aan differentiële psychologie)
Het centrale doel = om fundamentele disposities (persoonlijkheidseigenschappen) te identificeren
(i.e. meest belangrijke manieren waarop individuen verschillend zijn)
Bv. Big Five = universeel
Maar het is niet omdat je die overal ter wereld kan terugvinden dat er geen
persoonlijkheidsdisposities kunnen veranderen over de tijd en dat er geen individuele
verschillen in zijn
2. Biologische domein
Mensen zijn in de eerste plaats verzamelingen van biologische systemen.
Die systemen zijn de bouwstenen voor gedrag, denken en emoties.
Drie onderzoek domeinen: genetische basis, fysiologische basis (bv. link tussen hormonen en
PH) en evolutionaire basis voor persoonlijkheid
Examen: iemand doet aan tweelingenonderzoek, welk domein? = typisch gaan kijken naar
genetische basis van persoonlijkheid DUS biologische domein
3. Intrapsychische domein (gaan we hier niet verder op in)
Houdt zich bezig met de mentale mechanismen van de persoonlijkheid, vaak niet op ‘bewust
niveau’
Persoonlijkheidspsychologie: Freud’s klassieke theorie en meer moderne benaderingen van de
psychoanalyse (onderdrukking, ontkenning, projectie etc.); Motieven voor behoeften (power,
achievement, intimacy) (TAT)
2
,Differentiële psychologie
4. Cognitieve en ervaringsdomein
Focus: cognitie en subjectieve ervaringen zoals bewuste gedachten, gevoelens, overtuigingen,
verlangens
Subjectieve ervaringen: het gaat om de ervaringen zoals de persoon het ervaart, iedereen heeft
zijn eigen beleving (gedachten, gevoelens en overtuigingen)
Belangrijke elementen:
Zelf en zelfconcept
Streefdoelen
Emotionele ervaringen
Intelligentie Waar wij
5. Sociale en culturele domein
Persoonlijkheid beïnvloedt en wordt beïnvloed door cultuur en sociale contexten
Onderzoek naar culturele verschillen tussen groepen (bv. naar agressie)
Individuele verschillen in culturen — Hoe komt persoonlijkheid tot uiting in een sociale
context?
Gaan het hebben over persoonlijkheid en sociale interactie
6. Domein van aanpassing (gaan we hier niet verder op in)
Persoonlijkheid heeft een sleutelrol bij onze manier van ‘copen’ en aanpassen aan
gebeurtenissen in het dagelijks leven
Persoonlijkheid staat in verband met gezondheid en staat in verband met problemen bij
coping en aanpassing
Persoonlijkheidsstoornissen: mensen die zich vaak moeilijk kunnen aanpassen (vak klinische
psychiatrie)
Persoonlijkheidstrekken over de tijd:
Stabiliteit versus verandering Disposition
ele domein
Dit hoofdstuk sluit aan bij het dispositionele domein, de disposities zijn persoonlijkheidstrekken en
individuele verschillen over de tijd.
Een eerste toepassing: stabiliteit vs. verandering van persoonlijkheidstrekken over de tijd
Coherentie = een vorm van stabiliteit waarbij de onderliggende trek stabiel blijft, maar de uiting
wordt anders
Vb. coherentie: een extravert, uitbundig, avontuurlijk persoon
Als kind betekent dit met spaghetti gooien, als volwassene uitgaan, als oudere adrenaline
avontuur opzoeken = allemaal andere uitingen van dezelfde persoonlijkheidstrek
Dus wat aan de grondslag zit veranderd niet, maar de uiting kan verschillend worden over de
tijd
3
, Differentiële psychologie
Belangrijke vragen
Hoe evolueert persoonlijkheid doorheen iemands leven?
Hoe stabiel zijn verschillen tussen mensen doorheen de tijd?
Wat verandert er, wat blijft stabiel?
Kan je van kleinsaf al in verschillen tussen kinderen, latere verschillen zien in volwassenheid?
Oefening
Denk terug aan de tijd dat je 12/16 jaar was (tiener, middelbare school).
- Wie is helemaal dezelfde persoon als toen?
- Wie is totaal “een ander persoon” als toen?
Meeste gaan antwoorden: iets ertussen
Noteer twee kenmerken (trek, interesse, wat je belangrijk vond/vindt) van jezelf die je toen had,
en nu niet meer, en twee die je toen niet had, maar nu wel.
Toen: 1. 2.
Nu: 1. 2.
Noteer twee kenmerken die je toen, en nu hebt.
Toen & Nu: 1. 2.
Sommige aspecten blijven dezelfde, “kern” blijft dezelfde, andere aspecten gaan (soms grote)
veranderingen door
Besluit wat betreft persoonlijkheid:
Sommige dingen veranderen, anderen blijven
1. Conceptuele begrippen
Persoonlijkheidsontwikkeling
Stabiliteit
Verandering
1.1 Wat Is Persoonlijkheidsontwikkeling?
Persoonlijkheidsontwikkeling
= de samenhang, consistentie en stabiliteit van eigenschappen van mensen doorheen de tijd, EN
de wijzen waarop mensen veranderen over de tijd.
Zie eigen voorbeeld (bovenstaande oefening)
Er zijn veel verschillende vormen van zowel stabiliteit als verandering
Belangrijk om de begrippen goed te beheersen (begrippen zelf, de verschillende vormen etc.)
1.2 Twee vormen van stabiliteit
1. Rangorde stabiliteit
2. Gemiddelde niveau stabiliteit
Belangrijk: verschil tussen de begrippen kennen
1. Rangorde stabiliteit
4