• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 139 pages
Summary

volledige samenvatting Inleiding Rechtswetenschap (IRW) KU Leuven Tilleman

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 139 pages

volledige samenvatting van IRW, gebaseerd op alle lessen gegeven door Tilleman met veel voorbeelden en extra info die alleen in de les behandeld werd. Door enkel deze samenvatting te leren was ik erdoor in eerste zit (slaagpercentage 20%).

Content preview

Afdeling 1: Wat is recht?
1.1 Objectief en subjectief recht:
1.1.1 Objectief en subjectief recht: begrip
Wat is kenmerkend aan een rechtsregel?

 Bestraffing bij het niet na leven van de regel: NEE

Een morele regel wordt eveneens gesanctioneerd (gewetensnood), ook religie kent
sancties (verhouding tot God verstoord, naar de hel). Ook een
conventionele/maatschappelijke regel (=beleefdheidsregel) overtreden, kan sancties tot
gevolg hebben (als je naakt naar de les komt, vinden mensen je vreemd). Bestraffing is
dus niet kenmerkend voor een rechtsregel!

 Vastlegging van de regel in een wetboek

Bv. Gewoonterecht (VK heeft geen geschreven grondwet maar constitutioneel
gewoonterecht) = regels waarvan men vindt dat die evident zijn en moeten worden
nageleefd MAAR die niet geschreven zijn! Recht is dus veel meer dan geschreven regels
en wordt bovendien niet alleen gemaakt door wetgevers maar ook door magistraten en
burgers (gewoonterecht bestaat omdat iedereen vindt dat iets belangrijk is)!

 Rechtsregels zijn algemeen
Ja, dit is meestal een waarborg voor discriminatie (MAAR je kan die zo formuleren dat
dit in het gedrang komt!)
Bijvoorbeeld: algemene regel dat ik niet moet deelnemen aan examen is oneerlijk
tegenover andere studenten MAAR het feit dat een regel op 1 persoon van toepassing
is, is op zich niet onrechtvaardig (er is bijvoorbeeld maar 1 koning, 1 iemand die een
ziekte heeft).

 Een rechtsregel is een algemene (on)geschreven regel

1. Objectief recht (beschouwt als maatschappelijk fenomeen)

Recht is het geheel van gedragsregels voor het maatschappelijke leven, waarvan het
respect wordt afgedwongen door de overheid. Die regels hebben tot doel de belangen van
de mensen in hun onderling verkeer te ordenen en te beschermen (le droit objectif; the
law).


Geheel van algemene (on)geschreven regels voor uiterlijke gedragingen (niet gedachten, een
rechtssysteem kan u niet bestraffen op basis van gedachten maar enkel wat u doet!) van in
maatschappelijk verband levende mensen (geen dieren, zij zijn immers geen rechtssubjecten
maar rechtsobjecten! Bijvoorbeeld: je kan geen testament opstellen voor je hond. Er bestaan


1

,wel regels over hoe mensen moeten omgaan met dieren aangezien ze zelf hun rechten niet
kunnen afdwingen).



Het kenmerkende van een rechtsregel is dat er geen straf is van medeburgers/God/geweten
maar door de overheid. Het is niet de inhoud maar wel de sancties die door de overheid
worden opgelegd die een regel tot een rechtsregel maakt! De overheid dwingt tot het
naleven van de regel.

2. Subjectief recht (bekeken vanuit het standpunt van een individu)

Men kan het rechtsfenomeen ook individualiseren -> het bekijken vanuit het standpunt van
het individu (subject). In dat geval gebruikt men het begrip recht in de zin van een
aanspraak die een persoon aan een rechtsnorm ontleent, hetzij om een zaak te gebruiken,
hetzij om van een ander individu een prestatie te vereisen. (le droit subjectif; right) Het
adjectief ‘subjectief’ verwijst aldus naar de titularis van het recht, d.i. diegene die een recht
heeft = het ‘rechtssubject’ (le sujet de droit) (mensen zijn rechtssubjecten en kunnen bijgevolg
hun rechten afdwingen)

 De rechtsregels die omschrijven wat men onder eigendom verstaat en hoe men
eigendom verkrijgt en verliest, maken deel uit van het objectieve recht. Wanneer wij
spreken over iemands eigendomsrecht, gebruiken wij het woord in subjectieve zin.
Artikel 3.5 BW!

1.1.2 Band tussen objectief en subjectief recht

Objectief en subjectief recht zijn twee zijden van dezelfde medaille!

Objectieve recht = geheel van de door de overheid afgedwongen gedragsregels ter
ordening van het maatschappelijke verkeer.
Gedragsregels ( = objectief recht) bestaan uit gebods (plicht van A om iets te doen) of
verbodsbepalingen (plicht van A om iets niet te doen). De plicht van A om iets (niet) te doen
= recht van B om gedraging van A te eisen. B kan dankzij de objectieve rechtsregels
tegenover A een aanspraak maken op het met die regels opgelegd gedrag! Deze aanspraken
op het gedrag van zijn medemensen, maken dat een rechtssubject drager is van subjectieve
rechten. De subjectieve rechten zijn immers door het objectief recht beschermde
aanspraken op andermans gedrag.

 Het objectieve recht is de grondslag voor het recht in subjectieve zin: het regelt niet
alleen het subjectieve recht, maar beschermt dat ook.

Het onderscheid tussen objectief en subjectief recht laat zich op diverse vlakken
voelen. De belangrijkste toepassing historisch: de bevoegdheidsverdeling tussen
de administratieve rechtscolleges (objectief contentieux) en de gewone
rechtbanken (subjectief contentieux).

2

, wanneer een burger het oneens is met een overheidsbeslissing (bv: benoeming
van een openbaar ambtenaar) kan hij proberen die beslissing juridisch ongedaan te
maken. Dergelijke betwistingen komen terecht in het zogenaamde ‘objectief
contentieux’, waar administratieve rechtscolleges oordelen over de wettigheid van
de bestuurshandelingen (omdat ze het objectieve recht schenden). Zo kan er bij de
benoeming een procedureregel overtreden zijn.

Een volgende vraag is dan of een gebeurlijke onwettigheid van het
benoemingsbesluit het subjectieve recht van de misnoegde burger schendt. Bij een
vernietiging van een benoemingsbesluit verliest die vaak een kans om zelf
(vroeger) benoemd te worden. Veelal heeft hij geen subjectief recht op de
benoeming zelf, maar wel een subjectief recht op de vergoeding van de schade die
hij lijdt door het verlies van de kans. Oordelen over de schadevergoeding is in
principe een voorrecht van de gewone rechtbanken, het zogenaamde ‘subjectief
contentieux’.

We merken echter op dat het belangrijkste administratief rechtscollege, de Raad
van State, toch ook subjectief rechtsherstel kan doen, zodat het onderscheid
tussen het objectief en subjectief contentieux tegenwoordig erg vervaagd is.

1.1.3 Buitencontractuele foutaansprakelijkheid
Voorbeeld bekendste objectieve rechtsregel: Artikel 6.5 Burgerlijk Wetboek (nieuw vanaf 1
januari)

‘Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander
veroorzaakt.’

Er zijn drie componenten: fout, schade, oorzakelijk verband (bepalen of je een
schadevergoeding krijgt!)

1) Wat is fout?
 Overtreding van rechtsnorm

Een verbintenis = juridisch afdwingbare verplichting = een door de overheid afdwingbare
verplichting. In dit geval gaat het over een resultaatsverbintenis (rechtsregels leggen bepaald
een resultaat op). Wanneer het resultaat niet bereikt wordt, is er sprake van een fout.

Bijvoorbeeld: als u door het rood licht rijdt, bent u altijd in de fout (uitzonderingen -> artikel
5.7: u bent niet in de fout als er een overmacht is, bijvoorbeeld aan iemand in kritieke
toestand vervoeren als je anderen niet in gevaar brengt).

 Overtreding van algemene zorgvuldigheidsnorm

Ook al hou je jou wel aan het opgelegde resultaat, toch kan je nog in de fout zijn! Hier gaat
het over een inspanningsverbintenis/middelenverbintenis ( = je moet je best doen). De
maatstaf hiervoor is een redelijk en voorzichtig persoon. De bekendste middelenverbintenis
is dus de plicht om algemeen zorgvuldig te handelen.

3

, Fout is hier veel moeilijker te beargumenteren dan bij resultaatsverbintenis!

Bijvoorbeeld: bewaargeving waarbij een persoon aan een zaak dezelfde zorg geeft als aan
zijn eigen zaak, zoals een hond naar het hondenhotel brengen.

Het gaat hier om een abstracte en geen concrete norm omdat we niet het concrete gedrag
van de persoon beoordelen (als het een roekeloos persoon is dan wordt deze in feite
beloont). Je vergelijkt het gedrag dus niet met het concrete gedrag van die persoon in het
verleden maar wel met een abstract iets: nl. de ‘goede huisvader’ = een redelijk en
voorzichtig persoon (geen ‘super’ persoon maar een ‘normaal’ persoon).

Het is dus niet louter voldoende om alle rechtsregels na te leven, maar je ook te gedragen als
een normaal en zorgvuldig persoon!

Voorbeeld: je rijdt 130 op de snelweg, je bent in fout want je behaalt het bepaalde resultaat
niet. Als je wel mooi onder de 120 blijft, ben je volgens de resultaatsverbintenis niet in fout
MAAR stel dat je zwaar (niet TE zwaar, anders opnieuw resultaatsverbintenis) bent geladen
en hard moet remmen voor een kind -> je raakt het kind! De rechter kan ondanks dat je alle
verplichtingen bent nagegaan (niet te zwaar geladen, niet te snel rijden) zeggen dat een
normaal persoon zou rijden met aangepaste snelheid!

Voorbeeld over resultaatsverbintenis en middelenverbintenis: De stad beslist dat de stoep
sneeuwvrij moet zijn is een middelenverbintenis, je moet niet tijdens de sneeuwstorm naar
buiten gaan om sneeuw te ruimen!

Geen subjectieve component (voldoende onderscheidingsvermogen), wel specifiek regime
voor minderjarigen en geesteszieken. Deze gaat over de onrechtmatigheid, men kan pas
foutief handelen als men bewust handelt! Zo zijn kinderen (artikel 6.9 en 6.10 BW) en
geesteszieken (artikel 6.11 BW) niet aansprakelijk voor hun foutieve handelingen en is er
geen of beperkte schadeloosstelling. Er zijn ook uitsluitingsgronden (artikel 6.7 en 6.8 BW),
hierbij kan je niet aansprakelijk worden gesteld als je bijvoorbeeld onder dwang staat of
schade maakt als je iemand probeert te redden (bv. Deur intrappen)


2) Wat is schade?

Soms onduidelijk wat schade is/moeilijk te definiëren, de rechter is uiteindelijk degene die
hierover beslist. Alles dat veroorzaakt is door foutief gedrag en onder het schadeconcept
valt, moet vergoed worden = integrale schadeloosstelling (al dan niet economisch of
patrimoniaal)

Schade bestaat uit de economische en niet-economische gevolgen van de aantasting van een
juridisch beschermd persoonlijk belang (artikel 6.24). Schending van subjectief recht noch
noodzakelijk noch voldoende! Belang en recht zijn niet hetzelfde! Bijvoorbeeld: een zuster
gaat werken buiten het klooster en krijgt hiervoor een loon, ze heeft dit niet nodig en staat
dit af aan de kloosterorde. Deze zuster sterft door aanrijding en de kloosterorde verliest hun

4

Document information

Study
Uploaded on
September 4, 2026
Number of pages
139
Written in
2024/2025
Type
Summary
$24.11

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
fleurdebakker1
5.0
(1)
Sold
27
Followers
0
Items
6
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions