Alle stof OWG’s + presentatie HRM + presentatie Supply Chain + presentatie
Risicomanagement
OWG 2: Organisatie en strategie
Powerpoint strategische FM sturing:
FM als strategische partner
Vroeger werd FM vooral gezien als een ondersteunende afdeling die kosten
moest besparen.
Nu wordt FM steeds meer gezien als een strategische partner die bijdraagt aan:
productiviteit
medewerkerstevredenheid
duurzaamheid
continuïteit van de organisatie
FM moet dus niet alleen naar kosten kijken, maar vooral naar de waarde die het
toevoegt.
Stakeholders: Belanghebbenden die invloed hebben op of beïnvloed worden
door de organisatie.
Interne stakeholders
medewerkers
management
directie
Belangen:
comfort
veiligheid
productiviteit
kosten
Externe stakeholders
bezoekers
klanten
overheid
toezichthouders
Belangen:
, wetgeving
duurzaamheid
imago
Leveranciers
Niet alleen leveranciers van producten en diensten, maar ook partners voor:
innovatie
kwaliteit
efficiëntie
Sneeuwbalmethode: Methode om stakeholders te vinden.
Je vraagt aan een stakeholder: "Wie moeten volgens jou nog betrokken
worden?"
Zo ontdek je verborgen stakeholders Daardoor groeit het netwerk als een
sneeuwbal.
Treacy & Wiersma
Drie waardestrategieën waarmee organisaties zich onderscheiden.
1. Operational Excellence
Focus op:
lage kosten
efficiënt werken
standaardisatie
Voorbeeld: Goedkope en efficiënte dienstverlening.
2. Product Leadership
Focus op:
innovatie
vernieuwing
nieuwe producten en diensten
Voorbeeld: Slimme gebouwen of nieuwe FM-technologie.
3. Customer Intimacy
Focus op:
maatwerk
klant centraal
, persoonlijke dienstverlening
Voorbeeld: FM-diensten aanpassen aan wensen van een afdeling.
Belangrijk!: Een organisatie blinkt meestal uit in één strategie en houdt de
andere twee op een voldoende niveau.
Outcome-denken
Vroeger
Focus op:
kosten
efficiëntie
Nu
Focus op:
toegevoegde waarde
effect van dienstverlening
Voorbeelden:
hogere medewerkerstevredenheid
beter welzijn
hogere productiviteit
sterker imago
Dit noemen we outcome-gedreven FM.
Input, Throughput, Output en Outcome
Input
Alles wat je nodig hebt.
Voorbeelden: geld, personeel, systemen
Throughput
Het proces of de activiteit.
Voorbeeld: Schoonmaken van een gebouw.
Output
Het directe resultaat.
Voorbeeld: Een schoongemaakt gebouw.
Outcome
Het uiteindelijke effect.
, Voorbeeld: Tevreden medewerkers en minder ziekteverzuim.
Ezelsbrug:
Input → Throughput → Output → Outcome
Geld + medewerkers → schoonmaken → schoon gebouw → tevreden
medewerkers.
KSF, KPI en PI
KSF (Kritieke Succesfactor)
Wat moet goed gaan om succesvol te zijn?
Voorbeeld: Hoge klanttevredenheid.
KPI (Kritische Prestatie-indicator)
Meet hoe succesvol je bent.
Voorbeeld: Klanttevredenheidsscore van 8,5.
PI (Prestatie-Indicator)
Meer operationele meting.
Voorbeeld: Aantal klachten per maand.
LEAN-denken
Doel: Verspillingen opsporen en verwijderen.
Hierdoor:
lagere kosten
hogere kwaliteit
efficiëntere processen
Belangrijk: Alleen activiteiten uitvoeren die waarde toevoegen voor de klant.
Facilitaire businesscase
Een businesscase gebruik je om te bepalen of een investering verstandig is.
Een businesscase bevat:
kosten
opbrengsten
risico's
voordelen
Niet alleen financiële voordelen zijn belangrijk.
Ook: