1ste bachelor 2de semester communicatiewetenschappen UGent
Gemaakt dr Mona Bonte
, Introductie (Les 1 + 2)
Elke paar decennia komen we in een nieuwe maatschappelijke realiteit → Evoluerende ‘socio-eco formaties’
of ‘techno-eco paradigma’s’ (Kondratieff golven)
Nu boeiende tijden: kantelpunt waarbij we maatschappelijk-economisch nr nieuwe realiteit evolueren
Voorspellen is moeilijk, maar wel aantal trends
Kantelpunt: industriële → postindustriële samenleving of digitale kenniseconomie
→ Elke paar decennia evolueren we nr nieuw soort maatschappelijk-economische realiteit
• Agrarisch industrieel: natural resources, kleinschalige landbouweconomieën, bedrijven overleven
mensen
• Postindustrieel/ informatie-/ kennissamenleving (fase na industrieel): mineral resources (in grond
dr geologische veranderingen), grootschalige markteconomieën, bedrijven leven even lang als
mensen
o Bv: Intel: chipindustrie uit zand
• Kenniseconomie/ postindustriële samenleving (kantelpunt): kennis (menselijke innovatie) & big
data resources, mensen overleven bedrijven
→ Digitale technologie als driver v verandering (digitale transformatie)
o Bv: Silicon Valley, Wintercircus
Macht bij strategische cockpit v bedrijf Macht bij degene Tekort aan mensen
(Chief Financial Officer) met meeste data die uitdagingen
(Chief Intelligence rond Ai aankunnen
Officer) (Human Resource)
1
,Innovator’s dilemma: innovatie gaat vaak gepaard met een dilemma: ‘kiezen is verliezen’ → ‘Kill your
darlings’: bij keuze vr iets nieuw, ook afscheid nemen v wat je kent, vertrouwd, moeilijk om iets nieuws
innovatief te kiezen boven iets winstgevend (vooral Europa)
Kip ei / reguleren vs stimuleren: 2 dingen zijn allebei nodig om te starten, maar ze kunnen pas bestaan als
de ander al bestaat. Daardoor komt er niets op gang. Innovatie vraagt vaak regelgeving & marktontwikkeling,
maar overheden willen pas stimuleren als er al bewijs is dat het werkt & bedrijven willen pas investeren als
er duidelijke regels & steun zijn.
Open innovatie (kennis delen met collega’s, bedrijven zitten samen) vs gesloten innovatie (alles zelf
maken) (bv: Apple)
Ivoren toren: kennisopbouw vs kennisdeling: academici of onderzoekers zitten “afgesloten” v de samenleving.
Ze bouwen kennis op, maar delen die weinig of te laat met industrie, overheid of burgers. De Quadruple Helix
werkt alleen als kennis circuleert, maar in de ivoren toren publiceren onderzoekers vooral vr elkaar, de
resultaten zijn traag, theoretisch, moeilijk toegankelijk & praktijkpartners krijgen gn bruikbare inzichten.
Consumer (passieve gebruiker die enkel consumeert) vs prosumer (actieve gebruiker die produceert &
consumeert (producer + consumer)). Digitale media hebben de rol v het publiek veranderd. Mensen maken
zelf content (TikTok, YouTube, memes), gebruikers beïnvloeden producten (reviews, open source,
co-creatie) & burgers worden partners in innovatie, nt enkel eindgebruikers.
Triple helix: interactie tss universiteiten, industrie, overheden met als doel om innovatie te stimuleren via
samenwerking
Quadruple Helix model: toevoeging 4de dimensie: de burger (publiek/maatschappij → media, cultuur)
Waarom relevantie vr communicatiewetenschappen?
1. Aanwezigheid v de mens & maatschappij (citizen, Quadruple Helix), sociale wetenschappen
2. Relevantie mediasector in information age (telecommunications)
3. Strategisch zwaartepunt in industrie verplaatst nr CIO & CHRO, onderwijs moet zichzelf herdenken
Digitale versnelling/transformatie in een (digitale) kennis-economie: v toestellen (hardware) nr diensten (software)
Sinds de computer, 4x SW → Diensten worden (exclusief) digitaal, innovatie steeds sneller (innovatiespiraal)
5 grote golven digitale transformatie: PC (laatste HW revolutie) → World Wide Web (WWW) (1995) →
Sociale media (2004) → Smartphone (2006) → AI (2022)
3 soorten theories of knowledge (zelfstudie)
5 shifts/veranderingen bij kenniseconomie
• Kernverschuiving in productiefactoren
o Industriële economie: kapitaal in machines & fabrieken centraal, groei < schaal & massa
o Kenniseconomie: kennis (menselijk kapitaal, R&D (researce & development),
innovatievermogen) dominante productiefactor, concurrentievoordeel komt uit nieuwe
ideeën, technologie & (levenslang) leren ipv kapitaal
2
, • V industrie nr diensten & netwerken
o Economische structuur (industrie > diensten): ICT, creatieve sector, onderwijs, zorg,
financiën, consultancy nemen groter deel v bbp & werkgelegenheid in
o Productieketens opgesplitst & internationaal verspreid (lageloonlanden). Wat overblijft in
‘hoogontwikkelde’: kennisintensieve schakels (ontwerp, R&D, marketing, …) in
netwerkachtige waardeketens (netwerkeconomie)
• Arbeidsmarkt: v blue-collar nr white-collar
o Industriële economie: draaien op routinematige hand- & fabrieksarbeid (‘blue collar’) met
relatief stabiele nationale arbeidsmarkten
o Kenniseconomie: zwaartepunt bij hoger opgeleide professionals (‘white collar’,
kenniswerkers in wetenschap, ICT, consultancy, creatieve beroepen). Arbeid wordt
flexibeler, mobieler, internationaler
• Innovatie- & leerdynamiek
o Industriële economie: innovatie belangrijk, maar episodisch (startshot vr nieuwe periode ~
Kondratieff)
o Kenniseconomie: continue innovatie als het nieuwe normaal (innovatiespiraal):
productcyclussen korter, kennis veroudert sneller, permanente investeringen in R&D,
innovatie & opleiding (levenslang leren)
• Maatschappelijk & ruimtelijk
o Industriële economie: sterke concentraties rond fabriekscentra. sociale zekerheid &
arbeidsrelaties afgestemd op stabiele fabrieksbanen
o Kenniseconomie: stedelijke ‘hotspots’ waar kennisintensieve bedrijven, universiteiten &
hoogopgeleiden clusteren (Quadruple helix). Ongelijkheid tss hoog- & laagopgeleide
regio’s neemt toe. Instituties moeten zich aanpassen aan projectmatig, flexible &
netwerkachtig werk
4 centrale kernelementen v kenniseconomie
• Kennis: menselijk kapitaal, expertise, onderzoek & onderwijs → Kenniswerkers als ‘grondstof’ v
waardecreatie
• Informatie & data: data als nieuwe infrastructuur (big data, AI, platformdata) → Waarde via toegang,
controle & analyse
• Innovatie: continu vernieuwen: R & D, design, SW, organisatie-innovatie → Kortere levenscycli &
‘lerende economie’
• Kritische grondstoffen: (kenniswerkers) & specifieke ‘kritische’ grondstoffen (lithium, kobalt,
zeldzame aardmetalen, …) die cruciaal zijn vr digitale innovatie → Economische macht & geopolitiek
bepaald dr toegang tot die grondstoffen
Technologie & innovatie vr sociale wetenschappers?
→ Introductie tot een digitaliserende samenleving & economie (kennen + begrijpen (actua))
→ User-centric innovatie shift nr society-centric innovatie bij shift v triple nr quadruple
AI’s sociale sciences deficit (zelfstudie)
Relatie media & technologie, innovatie?
→ Historisch: strategisch belangrijke sector
1. Innovatie: bij alle transformatiegolven stond media- & communicatiesector voorop om direct met de
innovatie aan de slag te gaan
• Web toepassingen, sociale media, mobiele evolutie, generatieve AI (4x startpunt media & communicatie)
• Historisch: 3 communicatievormen:
o Spraakgebaseerd (basis smartphone)
o Tekstgebaseerd (basis PC & internet)
o Audio-visueelgebaseerd (basis digitale televisie)
3