INTRODUCING LEISURE
Leisure! – Inleiding in de vrije tijd • Martijn Mulder
Naam: _____________________________________ Datum: ________________
Score: ________ / 50 Cijfer: ________
Instructies
• De toets bestaat uit 50 meerkeuzevragen.
• Kies bij iedere vraag één antwoord: A, B, C of D.
• Iedere vraag is 1 punt waard.
• Het antwoordenblad met de juiste antwoorden staat helemaal achteraan.
• Probeer de toets eerst zonder de samenvatting te maken.
Hoofdstuk 1 – Vrije tijd, vrijetijd en leisure
1. Wat houdt de objectieve benadering van vrije tijd vooral in?
A. Hoe iemand vrije tijd beleeft
B. Hoeveel vrije tijd iemand heeft
C. Welke activiteit iemand het leukst vindt
D. Welke betekenis iemand aan een activiteit geeft
Antwoord: ______
2. Wat betekent de residuele definitie van vrije tijd?
A. Alle tijd waarin iemand plezier heeft
B. Alle tijd buiten school of werk
C. De tijd die overblijft nadat verplichte en noodzakelijke activiteiten ervan af zijn
D. Alle tijd die iemand alleen doorbrengt
Antwoord: ______
3. Welke benadering staat vooral centraal wanneer wordt onderzocht of iemand
een activiteit als vrij en plezierig ervaart?
A. Objectieve benadering
B. Subjectieve benadering
C. Economische benadering
D. Geografische benadering
Antwoord: ______
, 4. Welke drie invalshoeken kunnen worden gebruikt om leisure te bestuderen?
A. Tijd, gedrag en beleving
B. Tijd, geld en aanbod
C. Cultuur, economie en beleid
D. Vraag, aanbod en prijs
Antwoord: ______
5. Waarom kan koken voor de ene persoon leisure zijn en voor een andere
persoon niet?
A. Omdat activiteiten altijd objectief zijn
B. Omdat de persoonlijke beleving en keuzevrijheid kunnen verschillen
C. Omdat koken alleen leisure is in het weekend
D. Omdat leisure uitsluitend buitenshuis plaatsvindt
Antwoord: ______
6. Wat betekent het dat vrije tijd cultuurafhankelijk is?
A. Iedere cultuur heeft exact dezelfde vrijetijdsbesteding
B. Normen, waarden en gewoonten beïnvloeden hoe mensen vrije tijd zien en besteden
C. Vrije tijd bestaat alleen in welvarende landen
D. Cultuur heeft alleen invloed op werk
Antwoord: ______
Hoofdstuk 2 – Geschiedenis van de vrije tijd
7. Welke ontwikkeling droeg sterk bij aan een duidelijker onderscheid tussen
werktijd en vrije tijd?
A. Industrialisering
B. Digitalisering
C. Social media
D. Streaming
Antwoord: ______
8. Voor wie was uitgebreide vrije tijd vóór ongeveer 1850 vooral bereikbaar?
A. Voor iedereen in gelijke mate
B. Vooral voor hogere sociale groepen
C. Alleen voor kinderen
D. Alleen voor fabrieksarbeiders
Antwoord: ______
9. Welke ontwikkeling past het beste bij de periode waarin een leisure-industrie
steeds verder ontstond?
A. Groei van professioneel en commercieel aanbod