STUDIEHANDLEIDING: MD-K 1.4
Anatomie & Fysiologie van het Hart- en Lymfesysteem
__________________________________________________________________
Moduledoel 4 : Je legt de anatomie en fysiologie van het hart en lymfesysteem uit.
1. Anatomische Structuren en Wandlagen van het Hart
Het hart is een holle, musculaire pomp gelegen in het mediastinum. Het is fysiologisch en anatomisch
verdeeld in vier compartimenten en wordt omgeven door een complex vlies- en wandensysteem dat
zowel bescherming als wrijvingsvrije beweging garandeert.
1.1 De Wandlagen van het Hart
Endocard: De binnenste, enkellagige endotheellaag die de hartholten bekleedt en continu doorloopt
in het endotheel van de grote bloedvaten. Het minimaliseert wrijving voor het passerende bloed en
voorkomt ongewenste stolling.
Myocard: De dikke, functionele spierlaag bestaande uit cardiale spiercellen (cardiomyocyten). Deze
cellen zijn dwarsgestreept, vertakt en onderling verbonden via intercalaire schijven (met gap
junctions) voor een gecoördineerde, synchrone contractie (syncytium). Het myocard is aanzienlijk
dikker in het linker ventrikel dan in het rechter ventrikel.
Epicard: De viscerale laag van het sereuze pericard. Het ligt direct tegen het myocard aan en bestaat
uit een dunne laag mesotheel en bindweefsel met daarin de kransslagaders en zenuwen.
Pericard (Hartzakje): Het totale hartzakje dat het hart omringt. Het bestaat uit twee hoofdlagen:
• Het fibreuze pericard: Een taaie, niet-elastische buitenste laag van bindweefsel die overmatige
uitrekking van het hart voorkomt en het verankert in het mediastinum.
• Het sereuze pericard: Bestaat op zijn beurt uit het pariëtale blad (dat de binnenzijde van het
fibreuze pericard bekleedt) en het viscerale blad (het epicard).
Pericardholte (Cavitas pericardiaca): De nauwe spleetruimte tussen de pariëtale en viscerale lagen
van het sereuze pericard. Deze holte is gevuld met een dunne laag sereus vocht (pericardvocht), die
dient als smeermiddel om de wrijving tijdens de voortdurende contracties en relaxaties van het hart
te minimaliseren.
1.2 Hartholten en het Septum
Het hart is functioneel gesplitst in een linker- en rechterhelft door het septum (harttussenschot). Dit
septum bestaat uit het dunne septum interatriale (tussen de boezems) en het dikke, gespierde septum
interventriculare (tussen de kamers).
Pagina 1
, MD-K 1.4: Hart en Lymfesysteem — Studie-samenvatting
Atrium (Boezem): Het hart bezit een linker- en rechteratrium. Dit zijn lagedrukkamers die fungeren
als ontvangstreservoirs voor bloed dat terugkeert naar het hart. De wanden zijn relatief dun omdat
ze het bloed alleen over een korte afstand naar de ventrikels hoeven te pompen.
Ventrikel (Kamer): Het linker- en rechterventrikel zijn de krachtige pompkamers. Het
rechterventrikel pompt zuurstofarm bloed onder lage druk in de pulmonale circulatie. Het
linkerventrikel bezit een myocardwand die drie keer zo dik is; deze kamer moet de systemische
vaatweerstand overwinnen om bloed onder hoge druk door het gehele lichaam te pompen.
1.3 Hartkleppen en Mechanische Hulpstructuren
De vier hartkleppen garanderen een strikt eenrichtingsverkeer van de bloedstroom door passief te
openen en sluiten op geleide van drukverschillen. Ze worden onderverdeeld in twee functionele
groepen:
Klepnaam Type Functie & Anatomische Kenmerken
Tricuspidalisklep Atrioventriculair (AV) Gelegen tussen rechteratrium en rechterventrikel.
Bestaat uit drie slippen (cuspides). Voorkomt
terugstroom naar het rechteratrium tijdens de
systole.
Mitralisklep (Bicuspidalis) Atrioventriculair (AV) Gelegen tussen linkeratrium en linkerventrikel.
Bestaat uit twee slippen. Voorkomt regurgitatie naar
het linkeratrium bij contractie.
Pulmonalisklep Semilunair Gelegen bij de overgang van het rechterventrikel
(Halvemaan) naar de truncus pulmonalis. Bestaat uit drie
pocketachtige slippen; sluit passief tijdens diastole.
Aortaklep Semilunair Gelegen bij de overgang van het linkerventrikel naar
(Halvemaan) de aorta ascendens. Voorkomt terugval van bloed uit
de systemische circulatie in het linkerventrikel.
Chordae tendineae & Papillairspieren: De slippen van de AV-kleppen (mitralis en tricuspidalis) zijn
verankerd aan peesdraden (chordae tendineae), die aan de binnenzijde van de ventrikels vastzitten aan
kegelvormige spieruitsteeksels (papillairspieren). Tijdens de ventrikelsystole contraheren de
papillairspieren gelijktijdig met het myocard. Hierdoor trekken zij de chordae tendineae strak. Dit
voorkomt dat de klepslippen door de extreme druk doorslaan (prolaberen) in de atria, wat ernstige
kleplekkage zou veroorzaken.
Pagina 2