Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 36 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Study Document | Focus op stad | Karel de Grote-Hogeschool | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 36 pagina's

Volledige begrippenlijst met concrete voorbeelden voor het vak Focus op stad.

Voorbeeld van de inhoud

Begrip subbegrippen
Onderwijsongelijkheden Onderwijsongelijkheden = Onderwijsongelijkheden zijn verschillen in onderwijskansen en prestaties tussen leerlingen. Dit begint al bij de
kinderopvang: baby’s met migratieachtergrond gaan minder vaak naar de opvang.
Onderwijsongelijkheid is een samenspel van factoren: (Er is dus niet maar 1 oorzaak!)

Deze verschillen hangen vaak samen met kenmerken:
- Sociaaleconomische status (SES)
- Etnische achtergrond
Kan een plek zijn waar gedeelde interpretatiekaders ontstaan. De verschillende dimensies kunnen een gedeeld interpretatiekader
aangeven. Zo geeft religie een gedeeld interpretatiekader over het kijken naar de wereld. Maar zo geeft ook de dimensiemoedertaal
dit.

Vb: Als je aan een Vlaming vraagt of die een pintje wilt, dan zal die weten dat dit over bier gaat. We hebben namelijk een
gemeenschappelijke interpretatie van het woord pintje. Terwijl een Nederlander dit waarschijnlijk niet eens begrijpt.

- Taal
- Verwachtingen van lkr

Voorbeeld:
Stel: Twee leerlingen zijn even slim en gemotiveerd.
 Leerling A groeit op in een gezin met veel boeken, rustige studieruimte en ouders die het schoolsysteem goed kennen.
 Leerling B groeit op in armoede, deelt een kamer met broers/zussen en de ouders kennen het onderwijssysteem minder goed.
Dan heeft leerling A vaak een grotere kans om:
 betere resultaten te halen,
 naar ASO/doorstroomrichtingen te gaan,
 later hoger onderwijs te volgen.
Ze zijn wel even slim, maar hun omgeving geeft hen niet beiden dezelfde kansen om dit potentieel te benutten.


Uit onderzoek:
Autochtonen lln doen het beter op vlak van wiskunde en begrijpend lezen dan lln met migratieachtergrond  autochtonen hebben 2 jaar
voorsprong!
 Bij begrijpend lezen hebben anderstalige 2 jaar achterstand.
Definitie autochtonen = mensen waarvan hun ouders of grootouders in dat land geboren zijn.

PISA-onderzoek:
Lln die uit goed gesteld gezin komen presteren beter dan lln die uit arm gezin komen.
MAAR binnen de SES-groep zien we een verschil tussen autochtonen lln en lln met Turkse of Marokkaanse afkomst.

Onderwijsongelijkheden heeft niets te maken met intelligentie van lln uit etnische minderheden, zijn de gedragingen van deze jongeren
vandaag de dag niet altijd gericht op schoolsucces. Niet zelden maken deze jongeren deel uit van een tegencultuur: alles wat schools is wordt
vaak eigenhandig gesaboteerd, inclusief de eigen schoolloopbaan.

Dat antischools gedrag wordt versterkt door de culturele afstand tussen de schoolcultuur en de culturele achtergrond van de jongeren.

Kinderen uit gezinnen met weinig financiële middelen hebben minder toegang tot educatieve activiteiten: museumbezoeken,
wetenschappelijke proefjes, wandeling met natuurgids…

deficitverklaringen / Voor de ongelijkheid hebben we 2 soorten verklaringen. Deze verklaringen vormen ook uitdagingen! Stereotypen, lage verwachtingen,
deficitdenken discriminatie… zijn ook verklaringen maar de meeste verklaringen kunnen we in 2 groepen indelen.

o Deficitverklaringen
= gaat ervanuit dat ongelijkheden veroorzaakt worden door de gebreken/achterstanden van minderheden. Er is een
tekort/achterstand bij de persoon zelf – het ligt aan henzelf.
Voorbeeld: lln van kleur doen het minder goed omdat ze minder gemotiveerd zijn, minder betrokken ouders hebben, minder
taalvaardig zijn…

3 varianten:
 Economisch
= etnische minderheden doen het minder goed omdat ze uit gezinnen komen die het minder breed hebben.
Het klopt dat SES een belangrijke rol speelt maar dat verklaart niet de etnische ongelijkheden.

 Biologisch
= vertrekken vanuit het idee dat bepaalde etnische raciale groepen biologisch of genetisch gezien minder
intelligent zijn.
Voorbeeld: IQ-isme gaat ervanuit dat aangeboren verschillen in intelligentie tussen etnische groepen hun
sociale positie bepalen.

 Cultureel
= bepaalde lln hebben tekorten die gerelateerd zijn met hun cultuur.
Voorbeeld: taalachterstand, religie…

Typische voorbeelden:
- “Ze spreken hun taal niet.”

, - “In hun cultuur is onderwijs niet belangrijk”
- “Ze hebben geen schoolmotivatie”
- “Ze zijn nu eenmaal minder slim”

Kritiek deficitdenken:
- Studies laten zien dat etnische minderheden net meer gemotiveerd zijn dan lln van de etnische meerderheid.
- Etnische minderheden staan net positief tegenover het onderwijs.
Vb: lln met kleur zijn minder gemotiveerd – ze staan net positief tegenover het onderwijs – toch meer
gemotiveerd – scoren minder.

- Opvattingen vormen veel negatieve stereotypen over minderheden zoals taalachterstand of minder intelligent… Dit zorgt
voor faalangst wat hun cognitieve prestaties blokkeert.

- Het kan leiden tot victim blaming. De verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de individuen, bij het slachtoffer zelf.
Vb: meisje verkracht – ze had geen kort rokje moeten aandoen.



Definitie deficitdenken = Manier van denken waarbij problemen of achterstanden van lln worden verklaard vanuit wat zij of hun gezin missen.
Vb: Die leerlingen hebben gewoon een taalachterstand.”  Kijk ook eens naar hoe de school omgaat met meertaligheid.

RELIGIOSITEIT
Door het dominant deficitdenken worden de culturele, talige en religieuze eigenheden en identiteiten niet beschouwd als een mogelijke bron
van succes. De religieuze overtuiging van de lln wordt gezien als een storende factor die niet meer van deze tijd is en het dragen van hoofddoek
meestal verboden is. Zo wordt de culturele afstand tussen lln versterkt.

achterstand Achterstand = een situatie waarin iemand minder heeft of minder kan op een bepaald gebied, meestal tijdelijk en meetbaar.
Vb: taalachterstand

Op 15-jarige leeftijd hebben anderstalige (en meestal meertalige) kinderen al 2 jaar leerachterstand opgelopen.
In België is er een duidelijke leerachterstand op basis van culturele achtergrond. Dat stel je al vast in het eerste (!) leerjaar. Meer nog, het gaat
hier om rekenen, dus de factor ‘taal’ zou daar minder mogen in doorwegen.


 Hoort bij het deficitdenken. Hierbij gaat men ervan uit dat de oorzaak van lagere schoolprestaties bij de leerling of zijn omgeving ligt.
Vb: beperkte kennis van schooltaal

systemische verklaringen Voor de ongelijkheid hebben we 2 soorten verklaringen. Deze verklaringen vormen ook uitdagingen! Stereotypen, lage verwachtingen,
discriminatie… zijn ook verklaringen maar de meeste verklaringen kunnen we in 2 groepen indelen.

o Systemische verklaringen
= het is een kwestie van achterstelling of privileges. Het is niet de schuld van het individu maar alles buiten de individuele lln/klas
dat invloed heeft op onderwijs.

Schoolsystemen bieden zaken aan of doen wat ze doen op een bepaalde manier dat het in het voordeel is van de etnische
meerderheid en in het nadeel van de etnische minderheden.

Die leerlingen hebben gewoon een taalachterstand.”  Hoe gaat de school om met meertaligheid? Wordt die ondersteund of
genegeerd?
Lisa is lui en heeft geen motivatie.  Hoe wordt Lisa begeleidt? Welke verwachtingen zijn er?
Deze ouders zijn over beschermend.  Hoe communiceren ze met de ouders? Worden zorgen serieus genomen?

3 niveaus:
 Macro
= onderwijsstelsel
Voorbeeld: ASO KSO TSO BSO

 Micro
= klasniveau
De interactie tussen de lln onderling maar ook interactie tussen lln en lkr.

 Meso
= schoolniveau. Het gekozen beleid van de school kan ook ongelijkheden tussen lln versterken.
Voorbeeld: hoe gaat de school om met etnische diversiteit…
Voorbeeld: discriminatie, vooroordelen, stereotypen, verwachtingen…

Kritiek systemische verklaringen:
- Het individuele handelen (agency) is ook belangrijk bij het ontstaan en het in stand houden van ongelijkheid. Leerlingen
zijn niet alleen passieve slachtoffers van het systeem; hun eigen handelen speelt ook een rol. Dit betekent niet dat
ongelijkheid hun schuld is, maar wel dat ze de mogelijkheid hebben om de vicieuze cirkel te doorbreken.

- Volgens Ogbu kunnen zwarte jongens die goed presteren door hun peers beschuldigd worden van 'acting white'. Dit
wordt niet gezien als hun schuld, maar als een gevolg van de historische context van racisme en slavernij in de VS.

, - Willis en Ogbu stellen dat jongeren hun eigen schoolloopbaan en die van hun peers kunnen saboteren omdat zij de
school niet ervaren als een ruimte die 'van hen' is.

- Culturele afstand tussen de school (die aansluit bij de witte elitecultuur) en de leefwereld van sommige leerlingen kan
leiden tot een tegencultuur en anti schools gedrag, waardoor onderwijsongelijkheid verder wordt versterkt. Leerlingen
herkennen zichzelf of hun gemeenschap niet in de school, terwijl ze zien dat welgestelde witte leerlingen zich er wel thuis
voelen.

⚠️ Belangrijke nuance uit de cursus: je mag ook niet doorschieten naar “het systeem is volledig verantwoordelijk en leerlingen hebben geen
invloed.” De cursus bespreekt namelijk ook agency: leerlingen zijn niet alleen passieve slachtoffers en hun eigen handelen kan eveneens een rol
spelen.
achterstelling Achterstelling = iemand structureel wordt benadeeld of minder kansen krijgt, vaak door sociale, economische of culturele factoren.
 Probleem zit in hoe de leerling behandeld wordt.

Dit ontstaat door:
- Lage verwachtingen van lkr
- Stereotypen & vooroordelen
- Segregatie tussen scholen
- Discriminatie & racisme

Voorbeelden:
Gekleurde mensen geraken minder snel in hoge opleidingen.
“Die leerling krijgt minder kansen omdat de school weinig ondersteuning biedt voor meertaligheid en lagere verwachtingen heeft.”
“Die lln heeft taalachterstand.”
“Die lln is niet zo slim dus gaat best naar BSO.”
“Die lln zitten nu eenmaal vaker in een zwakkere richting.”
“Deze lln spreekt thuis Turks, dat maakt het alleen maar moeilijk.”

Institutionele achterstelling = Leerlingen hebben geen kennis van het Nederlands als ze naar school gaan. Ze hebben enkel taalvaardigheid in
hun eigen taal. Maar dit doet er eigenlijk niet toe op school, want dit telt niet mee als taalvaardigheid.
 lln die enkel in hun moedertaal opgevoed worden!

Scholen zouden de moedertaal van de leerlingen functioneel kunnen inzetten om het Nederlands beter te leren, maar dit wordt vaak niet
gedaan.

Leerlingen die tweetalig vanaf het begin worden opgevoed kennen in totaal vaak heel veel woorden. Alleen wordt er naar de helft van deze
woorden nauwelijks gekeken omdat het geen Nederlandse woorden zijn.
Het goed beheersen van de moedertaal kan een springplank zijn naar het Nederlands. Omdat concepten en vaardigheden die worden
aangeleerd in 1 taal, mee overgenomen kunnen worden naar een tweede taal.

Vb. een kind heeft in het Turks geleerd wat groot en klein is. Dan weet dat kind al dat er zoiets bestaat als grote en kleine voorwerpen, hij kent
het concept dus al. Nu is het leren wat er ook andere labels voor zijn in het Nederlands dan de woorden die hij ervoor heeft geleerd.

Als je nog nooit hebt gehoord van de concepten groot of klein, dan is het veel moeilijker om deze woorden te leren.

victim blaming Victim blaming = De verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de individuen, bij het slachtoffer zelf.

 Je geeft de leerling zelf de schuld van zijn/haar minder goede schoolresultaten.
Vb: verkracht  ze had maar geen kort rokje moeten dragen. Als hij niet kan volgen met de les moet hij maar beter zijn best doen terwijl er
een leerachterstand is. Leerling x presteert slecht omdat hij uit een migratiegezin komt.”
“Die lln zijn gewoon niet geïnteresseerd in school.”
“Die lln doet het slecht want heeft geen motivatie, spreekt thuis geen Nederlands…”

Mensen met leerachterstand  het is hun afkomst, hun taal…
Alle deficitverklaringen zijn vormen van victim blaming.

SES SES = verwijst naar de sociale en economische status van een gezin/leerling in de samenleving. Bepaald door opleidingsniveau, inkomen,
beroep…

Hoe armer je bent, hoe minder hoog dat je opgeleid wordt en omgekeerd.
- Rijker: worden meer geholpen thuis want ouders ook hoger opgeleid (dus werken bv geen 2 jobs), onderwijs kost geld, speelgoed vaak
pedagogisch, reizen: leren ook bij
- Armoederisico groter

3 grote componenten:
- Opleidingsniveau ouders
Dit beïnvloedt hoe goed ouders hun kinderen kunnen ondersteunen in schoolwerk.

- Beroep ouders
Dit zegt iets over de status, inkomen en toegang tot netwerken.

- Financiële situatie

, Dit bepaalt toegang tot hulpmiddelen zoals boeken, software, digitale tools…

Leerlingen met lage SES: lagere resultaten, zwakkere digitale vaardigheid…
Leerlingen met hoge SES: meer ondersteuning thuis, meer kansen om digitale vaardigheden te ontwikkelen…

Voorbeelden:
“Lln kan niet mee op bosklassen omdat gezin dit financieel niet kan betalen.”
“Ouders van die lln horen tot hogere middenklasse.”
“Lln heeft thuis geen toegang tot educatieve software want ouders kunnen dat niet betalen.”

Etnische verschillen gaan vaak samen met verschillen in sociaaleconomische status. Leerprestaties van lln hangt hard samen met hun SES.

Veel mensen stellen dat dit verklaring is -> is niet zo!
De SES-achtergrond bepaald mee je schoolprestaties, zowel voor allochtonen als autochtone leerlingen.
Binnen deze groepen (lagere klasse, middenklasse, en hoge klasse) zitten ook verschillen. In elke groep is te zien dat de autochtone leerlingen
toch telkens een voorsprong hebben om de allochtone leerlingen. Dit verklaart de etnische ongelijkheid dus niet.



Onderzoek toont aan dat de daling van schoolprestaties vooral aanwezig is bij autochtone leerlingen. Er zou zelfs een kleine verbetering zijn bij
de leerlingen met een migratieachtergrond.

Nieuwe hypothese: de leerlingen met een migratieachtergrond houden de groei van de autochtone leerlingen tegen.
!fout! Onderzoek toont aan dat deze daling vooral het grootste is bij witte scholen.

TAALONTWIKKELING EN SES
SES is heel bepalend voor de taalvaardigheid van kinderen!

Het taalgebruik van kinderen is anders bij gezinnen met een lage en met een hoge SES.
 Moeders uit welgestelde gezinnen gaven meer taalinput aan hun kinderen dan moeders met een lage SES!
Deze taalinput heeft invloed op de woordenschat van hun kinderen later en zijn dus een belangrijke oorzaak van het ontstaan van
taalongelijkheid tussen kinderen uit arme en rijke gezinnen.

Ook de taal die gesproken wordt in welgestelde gezinnen leunt beter aan bij de schooltaal.

MAAR
 Etnische minderheden hebben meer kans om een lagere SES te hebben
 De resultaten gaan over eentalige gezinnen in de VS

Taalontwikkeling bij meertalige lln:
Opvolgend tweetalig = geboorte in 1 taal, later pas de tweede taal.
Gelijktijdig tweetalig = vanaf de geboorte in 2 talen opgevoed worden.

Institutionele achterstelling = de taalvaardigheid van anderstalige lln wordt niet gezien als taalvaardig voor school, dat is opzich geen
taalachterstand maar institutionele achterstelling.

Goed onderwijs bouwt verder op de bestaande kennis van de lln, bij anderstalige lln is dit niet zo! Verschillende instructietalen op school is
misschien niet mogelijk maar de school zou ook gebruik kunnen maken van de taalvaardigheid van de lln in hun moedertaal om het Nederlands
en andere leeruitkomsten te stimuleren.

DUS het is de institutionele taalachterstelling die de taalongelijkheid versterkt voor deze meertalige lln!

LINK TAALACHTERSTAND:
Taalachterstand is niet noodzakelijk een etnisch issue. (2 redenen om op te passen met deficitverklaringen.)
-  Er zijn ook SES verschillen!
Kinderen vanuit lagere SES begrijpen 24 woorden als ze in Nederlandstalige omgeving opgroeien, andere begrijpen er 136.
Theoretische opgeleide ouders gebruiken vaker woorden die op school gebruikt worden.
Jammer dat we de neiging hebben dat als er veel anderstalige lln in de klas zitten dat we automatisch denken dat er een
taalachterstand is.

- Vanuit groep hoogopgeleide eentalige ouders, daar zat geen verschil op omdat ze qua SES in dezelfde groep zaten.
We moeten dus per kind kijken wat de noden zijn!
MAAR in groep van ouders uit etnisch culturele minderheid, zij hebben meer kans op lage SES.

IQ-isme IQ-isme = Een gedachte dat verschillen tussen leerlingen ontstaan door aangeboren intelligentie. Wat bij bepaalde etnische groepen dus van
nature lager zou liggen.

Voorbeelden:
Etnische minderheden doen het slechter op school omdat ze dom geboren zijn.
“lln met migratieachtergrond presteren slechter omdat hun IQ lager ligt.”
“lln uit bepaalde etnische groepen zijn van nature minder intelligent en zullen daarom minder goed presteren op school.”
“hij heeft hoog IQ dus zal wss universiteit gaan doen.”
“Groep A scoort hoger dus is intelligenter en daarom succesvoller.”

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789462672505 Druk: 1

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
2 september 2026
Aantal pagina's
36
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
$19.37

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen