H1) ALGEMENE INLEIDING
- Cultuur (brede betekenis): iets wat we als mensheid gemeenschappelijk
hebben + verwijst naar wat we meekregen door lid te zijn van een
bepaalde gemeenschap + hoe we het dagelijks leven actief
organiseren
- Cultuur typeert ons als mens en dat in de grootst mogelijke diversiteit
- Cultuur geeft de manier weer waarop de inrichting en organisatie van onze
leefwereld gebeurt
- Cultuur: containerbegrip identiteit, omgangsvormen en
gemeenschappelijke ideeën en codes spelen een grote rol
- Cultuur als begrip proberen vatten is een grote uitdaging zeker in tijden
waarin we steeds proberen om ‘dé cultuur’ te definiëren en daardoor
debatten een zware lading kunnen krijgen
om deze discussies te kunnen volgen is het van belang dat SW’ers
begrijpen hoe de context waarin we leven gevormd wordt en welke
krachtlijnen een rol spelen
H2) WAT IS CULTUUR?
2.1) Inleiding
- Cultuur als ‘bewerking van de bodem’ (Latijn: colere) = ‘alles wat aan
de natuur toegevoegd wordt’ of het ingrijpen, bewerken en beheersen van
de natuur door de mens
minimale en statische omschrijving waarbij onderzoek niet zo makkelijk
wordt: iets is OF natuur/ OF cultuur, terwijl de realiteit iets complexer
in elkaar zit
- Cultuur heeft te maken met aspecten van het menselijk zijn en handelen in
relatie tot wat men bewust/onbewust leert als lid van een bepaalde groep,
in een bepaalde context, in verschillende periodes
dit proces is gemeenschappelijk voor alle mensen, het typeert de
mensheid maar nergens gebeurt dit op dezelfde manier: cultuur is een
welbepaalde manier van leren, of het resultaat van dat leren
de valkuil om cultuur vast te klinken aan een groep van mensen, een
periode of een opsomming van vb’en en zodoende een onderscheid te
maken tussen groepen van mensen
verminderen we hiermee
- Cultuur: iets wat ons verbindt als mens
- Cultuur: belangrijkste onderwerp en
onderdeel van de antropologie
De ‘studie van de mens’ (gebeurt
namelijk in de context van de cultuur)
Zichzelf als centrum van de wereld
zien en van daaruit de ‘rand’ of ‘de
1
, andere’ cultuur onderzoeken en beschrijven = de context waarin de
antropologie aan onderzoek deed en de wereld of de mens daarin
definieerde
Nu: een studie en interesse van en voor mensen vanuit engagement
voor de samenleving
De antropologie ontwikkelde zich steeds in een bepaald tijdskader
en werd daardoor sterk beïnvloed door het heersende in wereld- en
mensbeeld
- Interesse in anderen dan zichzelf is een wereldwijd fenomeen, het
systematisch verbinden van beschrijvingen van de ander mét
waardeoordelen en een rangschikking was lange tijd (en is dat nog) een
typische westerse beweging westerse mensen zien zichzelf graag als
centrum van de wereld en beschaving om van daaruit de ‘rand’ of ‘de
andere’ cultuur te onderzoeken en beschrijven
- We onderzoeken welke elementen een rol spelen in de theorievorming
rond cultuur en de impact ervan op actuele begripsvorming
2.2) Antropologie en cultuur
2.2.1) Antropologie ontstaat in een tijdskader
- De antropologie (als wetenschap): gevormd midden 19de eeuw, in
navolging van de ontwikkeling van de natuurwetenschappen, de
sociale wetenschappen en de interesse in de mens
Een deel van deze wetenschappers: aangetrokken tot de Europese
samenleving en haar interne fenomenen (sociologen)
Een ander deel wilde de niet-Europese of ‘inheemse’
samenlevingen bestuderen
- Hét moment waarop de antropologen het als hun taak zien om vanuit het
sterk ‘beschaafde’ Europa (wat men toen grotendeels zag als het
middelpunt van de wereldbeschaving) de schriftloze culturen te
bestuderen:
= etnologen of volkenkundigen (focus: studie van ‘dé andere, de
vreemde, de primitieve studie van deze volkeren kenmerkt zich
door de verschillen die men benoemt)
- Drie elementen die de aanleiding tot het ontstaan van de antropologie als
wetenschap vormen:
1. Veranderend wetenschapsveld (de sociale wetenschappen die
verder gevormd worden)
2. De ontdekkingen door Europa
3. Het kolonialisme
- Wat betekent dat?
Er ontstaat een tijdsspanne van expansie, slavernij en kolonisering
vanuit een werelddeel dat zichzelf ziet als centrum van de wereld
Gevolg = intensief contact tussen Europa en culturen: de basis voor
dit contact is een grote ongelijkwaardigheid, ook de toenmalige
mens) en wereldbeeld tonen dit aan
2
, Van daaruit bestuderen wetenschappers deze samenlevingen,
enerzijds uit noodzaak om zich ter plekke te handhaven in
vreemde gewoontes, anderzijds omdat men denkt dat de
primitieve volkeren in korte tijd van de aardbodem zullen
verdwijnen omdat ze niet aangepast zijn aan de ‘Europese
beschaving’
- Met deze gebeurtenissen als achtergrond merken we dat de urgentie om
de antropologie vorm te geven reëel wordt overal ontstaan
gezelschappen, studiegenootschappen en denkers die zich storten op de
‘primitieve’ culturen
- Beginjaren: men gebruikt de notities van kolonisatoren en
mandatarissen ter plekke
- Later: mee naar gebieden verplaatsen om eigen onderzoek te doen
- Deze nieuwe wetenschap wordt ‘het kind van het kolonialisme’
genoemd: de lokale bevolking wordt bestudeerd als rariteit en worden
doorgaans minder ontwikkeld voorgesteld dan de beschaafde
Europeanen + de verschillen en het bijzondere worden benadrukt
- De vervormde informatie die men krijgt van ‘de ander’ vertoond deze
kenmerken:
Per definitie in perspectief van een ongelijke positie vanuit
kolonisator naar gekoloniseerde
Vanuit een heel specifieke doelgroep: het wit, mannelijke,
gegoede klasse perspectief
Met een wetenschappelijke insteek gebaseerd op het denken van
Darwin uit de NW getransponeerd naar de zogenaamde
evolutie in de menselijke soort (sociale biologie van Spencer)
- In de periode van ontstaan van de antropologie wordt de context als een
soort van ‘gelijke ruil’ voorgesteld: hun arbeid/grond/rijkdom in ruil voor
onze beschaving
Antropologen: geen actieve kolonisatoren, maar men deelde de
ingesteldheid en zorgde voor goed studiemateriaal over deze
zogenaamde primitieven zodat de kolonisatie efficiënt kon
plaatsvinden (zowel economisch als cultureel)
Men kon met die gedetailleerde kennis over de ander veel
gerichter overgaan tot het ‘opvoeden en ontwikkelen’ van de
inheemse bevolking
- De antropologie zal in de begindagen mee de kolonisatie in Europa
begeleiden en biedt ze als wetenschap een mentaal kader aan het
thuisfront: uiterlijke verschillen tussen de eigen wereld en ‘de anderen’
worden verklaard langs de paden van de antropologie
- De ongelijke behandeling (tot uitroeiing toe) van mensen in de kolonies
worden ook langs hetzelfde frame gedoogd
- Pas na de werken van o.a. Edward Saïd over oriëntalisme en Raymond
Corbeys werk ‘Wildheid en beschaving in het westen: over de Europese
3
, verbeelding van Afrika’ was er eerst in intellectuele kringen en later iets
algemener een beginnend bewustzijn van deze koloniale
ingesteldheid
- In alle landen die gekoloniseerd werden was er van bij aanvang veelvuldig
lokaal protest tegen de behandeling van de gekoloniseerden deze
geschriften en gedachten zijn in de historiek van de westerse
wetenschapsvorming weinig meegenomen of bekend geworden
- In de antropologie was het via Boas dat er een fundamenteel andere
oriëntatie kwam
- De insteek van deze begindagen (als ‘mede-kolonisator’) is echter lang aan
de wetenschap blijven kleven
2.2.2) Antropologie
Wat?
- = “De studie (logos) van de mens (anthropos)”
omschrijving kent opbouw doorheen de geschiedenis (sterk beïnvloed
door tijdsgeest)
Etnologie en volkenkunde waren tot na WO II de terminologie die
gebruikt werd
beide illustreren ze de toenmalige visie op mensen en
culturen: men
verzamelde informatie over ‘primitieven’ ( groepen
van mensen die men
indeelde in een bepaalde cultuur, met specifieke gewoonten
en gebruiken)
In de realiteit beperkte men zich tot de etnografie: het
beschrijven van één bepaald volk (liefst in traditie van de NW:
men verzamelde objecten om in de Europese musea tentoon te
stellen zonder eigen context)
- Mensen die object van de studie waren benadert als objecten
Niet enkel in beeld etc… ook menselijke resten meenemen +
ontvreemden uit graven
o Ter illustratie van het ‘vreemde, primitieve’
o ‘Beschavingsverschil’ illustreren
- Voorbeeld:
Frank Westerman ziet als 19-jarige student in een
Spaans museum een opgezette Afrikaanse man,
bekend als El Negro
El Negro werd in de 19de eeuw opgezet en
tentoongesteld om Europeanen kennis te laten
maken met “Donker Afrika”
Westerman volgt in zijn boek de omzwervingen van
El Negro: van Parijs (1831) naar Barcelona (1888) en vervolgens
naar de Pyreneeën, waar hij tot 1997 werd tentoongesteld
4