BASISBOEK PSYCHOLOGIE — JAKOP RIGTER
Hoofdstuk 10: Hoe wij met elkaar communiceren
Deze samenvatting behandelt integraal Hoofdstuk 10 van Rigter. Thema's: verbale vs. non-verbale
communicatie, de evolutie van taal, de lineaire en circulaire communicatiemodellen, inhouds- vs.
betrekkingsniveau, de vier aspecten van Schulz von Thun, en klassieke communicatiestoringen (paradoxale
communicatie, cultuurverschillen, Double Bind).
1. Wat is Communicatie?
Communicatie is de informatieoverdracht en uitwisseling van betekenissen tussen mensen (en levende
wezens). Om te communiceren is er altijd sprake van een zender (die de boodschap uitzendt), een ontvanger
(die de boodschap opvangt) en een boodschap die via een medium of voertuig (stembanden, schrift,
lichaam, beeldscherm) wordt overgebracht en met de zintuigen wordt geregistreerd.
Bedoelde versus Onbedoelde Communicatie
• Bedoelde communicatie: De boodschap die de zender bewust wenst uit te zenden (bijv. een vraag stellen:
'Mag ik een pond kaas?').
• Onbedoelde communicatie: Gedrag met boodschapwaarde dat de zender niet bewust wilde uitstralen
(bijv. blozen, trillende stem, versprekingen, zuchten of betrapt worden op een koffievlek). Onbedoelde
communicatie is vrijwel altijd non-verbaal.
Unieke Positie van de Mens: Twee Communicatievormen
Terwijl dieren en planten vrijwel uitsluitend non-verbaal communiceren, is de mens de enige diersoort die
beschikt over twee communicatievormen: verbale (talige) communicatie én non-verbale communicatie.
Omdat mensen deze twee systemen tegelijk gebruiken, zijn wij ook de enige soort waarbij specifieke
communicatieproblemen ontstaan wanneer de verbale en non-verbale boodschap strijdig zijn.
EXAMEN-CASUS: Knappe Hans (Kluger Hans) & Steen-Papier-Schaar
• Knappe Hans (Kluger Hans): Aan het begin van de 20e eeuw dacht men dat het Duitse paard Hans kon
rekenen en spellen door met zijn hoef te kloppen. Onderzoeker Pfungst ontmaskerde hem: Hans kon niet
rekenen, maar las uiterst subtiele, onbewuste non-verbale signalen (spierspanning, ademhaling, zuchten) van
de omstanders zodra hij het juiste aantal klopjes bereikte.
• Steen, Papier, Schaar & Bob Cooper: Wereldkampioen Bob Cooper voorspelde de keuzes van tegenstanders
door hun micro-expressies te lezen. Toen een wiskundige zijn keuzes liet bepalen door de willekeurige
getallenreeks pi (π), wist Cooper sneller wat de tegenstander zou spelen dan de speler zelf! Autonome
reacties (zoals pupilverwijding) verraden onbedoeld onze keuzes.
Samenvatting • Hoofdstuk 10: Hoe wij met elkaar communiceren
, Basisboek Psychologie (Rigter) | Hoofdstuk 10 Samenvatting
2. Non-Verbale Communicatie (Analoge Communicatie)
Non-verbale communicatie omvat alle uitwisseling van boodschappen via niet-talige signalen. Het is
evolutionair gezien een veel ouder systeem dan taal. Belangrijkste stelregel: Non-verbale communicatie is er
ALTIJD en is moeilijk te faken. Als de verbale en non-verbale boodschap tegenstrijdig zijn, vertrouwt de
ontvanger vrijwel altijd op het non-verbale signaal.
De Vijf Vormen van Non-Verbale Communicatie
1. Lichaamstaal (Mimiek, Stem & Oogcontact):
• Mimiek/Gelaat: Het gezicht is het meest expressieve en zichtbare lichaamsdeel.
• Pupilverwijding (Hess-experiment): Pupillen vergroten bij enthousiasme/voorkeur en vernauwen bij
spanning/gevaar. Pokerspelers dragen daarom zonnebrillen.
• Stemgeluid: Intonatie, volume en emotionele klank. De stem van de moeder activeert bij baby's direct de
belonings- en emotienetwerken in het brein.
• Halo-effect: Een opvallend positief kenmerk (bijv. knap uiterlijk) leidt tot de veronderstelling dat de
persoon ook andere positieve eigenschappen bezit.
2. Gezichtsuitdrukkingen:
• Zes universele basisemoties (Ekman) zijn aangeboren en herkenbaar in alle culturen.
3. Gebaren & Gesticulatie:
• Ondersteunende gebaren versus gebaren met een 'woordenboekbetekenis' (bijv. middelvinger).
• Cultuurverschillen in gesticulatie: Scandinaviërs (zeer weinig gesticulatie),
Noord-Europeanen/Nederlanders (matig, alleen bij opwinding), Mediterrane volkeren (zeer veel gesticulatie,
'handen babbelen').
4. Zelfpresentatie of Display (Uiterlijk Vertoon):
• Kleding, kapsel, sieraden, auto, tattoos, plastische chirurgie. Vergelijkbaar met de pauwenstaart bij
dieren, maar bij mensen bewust stuurbaar en cultuurgebonden.
5. Context & Persoonlijke Ruimte (Proxemiek):
• De betekenis van non-verbaal gedrag is afhankelijk van de situatie (bijv. oortjes in op straat vs. in het
klaslokaal; iemand aankijken bij het stoplicht vs. bij het liften).
• Persoonlijke ruimte: Afstand geeft intimiteit aan. Onderscheid tussen contactculturen (Arabische landen)
en non-contactculturen (Japan).
• Pareidolia: De neiging van ons sociale brein om menselijke gezichten te herkennen in levenloze objecten
(wolken, auto's, huizen).
Vorm van Non-Verbaal Kernkenmerken & Voorbeelden Belangrijkste Functie / Effect
Lichaamstaal & Mimiek Houding, oogcontact, pupilgrootte, Onbewuste emoties en oprechtheid
stemgeluid. Bv. Hess pupil-experiment, verraden.
Halo-effect.
Samenvatting • Hoofdstuk 10: Hoe wij met elkaar communiceren