,Hoofdstuk 1 – Inleiding
Plaats van het strafrecht
Het strafrecht bepaalt welk gedrag strafbaar is en onder welke voorwaarden de overheid daarop met
strafrechtelijke dwang mag reageren. Het geldt als ultimum remedium: ingrijpen moet noodzakelijk en
proportioneel zijn.
Belangrijke uitgangspunten:
legaliteitsbeginsel: geen straf zonder voorafgaande wettelijke strafbaarstelling;
schuld- en verwijtbaarheidsbeginsel: in beginsel alleen straf bij persoonlijk verwijt;
proportionaliteit en subsidiariteit: ingrijpen moet passend en noodzakelijk zijn;
rechtsbescherming: verdachten en slachtoffers hebben wettelijke en verdragsrechtelijke rechten.
De Wet seksuele misdrijven (2024) moderniseerde de strafbaarstelling van seksueel grensoverschrijdend
gedrag.
Doelen van straffen
Straffen dienen meerdere doelen: vergelding, speciale preventie, generale preventie, normbevestiging en
bescherming van de samenleving.
De rechter stemt de straf af op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, recidive
en de gevolgen voor slachtoffers.
Materieel strafrecht, formeel strafrecht en sanctierecht
Materieel strafrecht bepaalt wat strafbaar is en wanneer iemand strafrechtelijk aansprakelijk is. Formeel
strafrecht regelt opsporing, vervolging en berechting. Sanctierecht betreft de soorten, voorwaarden, oplegging
en tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.
materieel recht → wat is strafbaar?
formeel recht → hoe wordt het strafrecht toegepast?
sanctierecht → welke reactie volgt op strafbaar gedrag?
Het legaliteitsbeginsel geldt voor het gehele strafrecht. Art. 1 Sr en art. 1 Sv vormen belangrijke wettelijke
uitgangspunten.
De modernisering van het strafprocesrecht is in 2026 belangrijk. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering is in
2026 door de Eerste Kamer aangenomen en de beoogde inwerkingtreding is 1 april 2029. De Innovatiewet
Strafvordering is vanaf 1 juli 2026 verlengd.
Commnuun en bijzonder strafrecht
Het commune strafrecht bevat algemene strafbepalingen, vooral in het Wetboek van Strafrecht. Het
bijzondere strafrecht staat in afzonderlijke wetten en richt zich op specifieke terreinen.
Voorbeelden:
Opiumwet;
Wet wapens en munitie;
economische strafwetgeving.
, Algemene bepalingen uit het Sr kunnen ook bij bijzondere strafwetten worden toegepast.
De opbouw van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering
Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit:
Boek 1 – Algemene bepalingen
Regels over onder meer strafbaarheid, poging, deelneming, straffen en maatregelen.
Boek 2 – Misdrijven
Afzonderlijke strafbaarstellingen van misdrijven.
Boek 3 – Overtredingen
Afzonderlijke strafbaarstellingen van overtredingen.
Het Wetboek van Strafvordering regelt onder meer opsporing, vervolging, berechting, rechtsmiddelen en
tenuitvoerlegging.
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering moderniseert deze systematiek en bevat onder meer een wettelijke
regeling voor procesafspraken.
De invloed van internationaal en supranationaal recht
Het Nederlandse strafrecht wordt sterk beïnvloed door het EVRM, EU-recht, EU-Handvest en internationale
verdragen.
Belangrijke bepalingen:
art. 5 EVRM → vrijheid en veiligheid;
art. 6 EVRM → eerlijk proces;
art. 7 EVRM → legaliteitsbeginsel;
art. 8 EVRM → privacy.
Europees en internationaal recht beïnvloeden onder meer opsporing, gegevensverwerking,
grensoverschrijdende criminaliteitsbestrijding en procesrechten. Recente rechtspraak van de Hoge Raad
bevestigt het belang van mensenrechtelijke waarborgen. Bij overschrijding van de redelijke termijn kan
bijvoorbeeld strafvermindering volgen.