H1 Ondersteunen of overnemen
1.1 Inleiding
In de sociale psychiatrie wordt steeds meer de nadruk gelegd op het aanboren van de
krachten die mensen met een psychische kwetsbaarheid ook hebben. Het benutten en
versterken van deze krachten moet mensen helpen om, ondanks hun kwetsbaarheid, een zo
rijk mogelijk leven te leiden en hun maatschappelijke rollen naar eigen voorkeur en
welbevinden in te vullen.
Deze ontwikkeling hangt samen met een verandering in de opvattingen over wat ‘goede
zorg’ voor mensen met psychiatrische kwetsbaarheid inhoudt, en is daarnaast het gevolg van
een opeenstapeling van veranderingen in wet- en regelgeving.
1.2 ‘Goede zorg’: van klacht naar kracht, van helpen naar aanmoedigen
1.2.1 (Het denken over) vermaatschappelijking
Kernpunt rond de vermaatschappelijking is dat mensen met psychiatrische problemen gebaat
zijn bij zelfstandig wonen en zoveel mogelijk deelnemen aan de samenleving, met
ondersteuning in de eigen woonomgeving.
Deze overtuiging komt voort uit ervaringen na de Tweede Wereldoorlog, waarbij herstel
sneller en beter verliep in kleinschalige voorzieningen met dagelijks contact met de
samenleving dan in grootschalige instituten. Samen met de antipsychiatriebeweging (jaren
’70 en ’80) leidde dit tot een herziening van wat goede zorg is.
In Nederland kwam beleid hiervoor pas eind jaren ’90 op gang, gericht op
extramuralisering/ambulantisering. Er is echter nog steeds veel intramurale zorg en een
relatief klein aanbod aan begeleiding voor zelfstandig wonen en participatie. Tegelijk zijn
vrijwillige opnames minder gemakkelijk te realiseren, waardoor problematiek kan verergeren
en vaker wordt overgegaan tot gedwongen opnames (in 2013 meer dan 22.000 situaties).
De situatie verandert maar stapsgewijs.
1.2.2 Wetten en bezwaren
In 2015 ging het tempo omhoog en zijn belangrijke veranderingen doorgevoerd in zorg,
ondersteuning en huisvesting. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) werd
ingevoerd, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor participatie.
Ook dagbesteding en zelfstandige huisvesting van mensen met psychische kwetsbaarheid
zijn onder verantwoordelijkheid van gemeenten gebracht hierdoor. Mensen kunnen daarbij
aanspraak maken op maatvoorzieningen of algemene voorzieningen, afhankelijk van de
situatie. Gemeenten hebben daarbij zelf de vrijheid te bepalen wie zij voor hun voorzieningen
in aanmerking vinden komen en of zij, zeker waar het gaat om dagbesteding en andere
vormen van maatschappelijke participatie, aanspraak kunnen maken op maatvoorzieningen
of aangewezen zijn op meer algemeen aanbod.
Gemeenten verschillen onderling sterk van beleid.
Daarnaast is de Wet langdurige zorg (Wlz, 2015) ingevoerd als vervanging van de AWBZ,
waarbij langdurige zorg onder de Wlz valt en kortdurende (max 3 jaar) intramurale zorg in
een instelling voor geestelijke gezondheidszorg onder de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Uitgangspunt is dat de zorg zich richt op behandeling en herstel. De indicatie moet elke drie
jaar worden herzien en onderbrekingen korter dan 90 dagen worden niet als onderbreking
beschouwd.
1
,De Participatiewet (2015) is ingevoerd om meer mensen toegang te geven tot de
arbeidsmarkt, onder andere via werkgevers stimuleren om deze mensen aan te nemen en
door beschutte werkplekken en ondersteuning zoals jobcoaches.
Doel van deze wetgeving is dat mensen in staat te stellen én te stimuleren zo lang en zo
goed mogelijk te blijven deelnemen aan de samenleving en hun zelfstandigheid vergroten,
herstel van redzaamheid en participatie én ontplooiing van eigen mogelijkheden.
In deze wetten wordt ook echt een rol voor de samenleving gelegd: mantelzorg en informele
ondersteuning. En daarnaast voorwaarden te creëren waardoor mensen zelf gewenste rollen
optimaal kunnen vervullen.
In de praktijk zijn er echter knelpunten, zoals 1. bezuinigingen (uiteenlopende
financieringsstromen en -systemen door tekort aan middelen en ‘kastje-muur’-situaties), 2.
onvoldoende voorbereiding (schaarste aan middelen niet investeren in nieuw passende
voorzieningen en 3. Bedoelde veranderingen vinden weerklank bij de doelgroep, maar
minder bij de andere partijen.
Hierdoor wordt de toegang tot passende ondersteuning en voorzieningen bemoeilijkt.
1.2.3 ‘Positief denken’
De veranderingen roepen terughoudendheid op, omdat vermaatschappelijking vraagt om
meer redzaamheid, participatie en emancipatie en een ander beeld van de psychiatrische
patiënt en zorg.
Binnen de psychologie heeft de positieve psychologie invloed gekregen. De grondleggers
hiervan zijn Seligman en Csikszentmihalyi, die zich richten op sterke karaktereigenschappen,
deugden en voorwaarden waaronder geluk en maatschappelijk engagement kunnen worden
bevorderd.
Belangrijke voorwaarden voor welbevinden zijn tijdstructuur, sociale contacten, gezamenlijke
inspanning of doel, sociale identiteit of status en regelmatige bezigheden.
De positieve psychologie heeft in Nederland steeds meer invloed gekregen; er is een
leerstoel en sinds 2015 een Nederlandstalig tijdschrift. De ‘sterke-kanten aanpak’, ook wel
positieve psychologie genoemd, ontwikkelt zich naast de (somatische) gezondheidszorg, met
aandacht voor ziekte én voor de gezonde en sterke kanten van mensen.
In 2011 werd in het British Medical Journal voorgesteld de WHO-definitie van gezondheid
aan te passen: gezondheid is het vermogen om zich aan te passen en zelf regie te voeren in
het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen, waardoor mensen ondanks
beperkingen met die beperkingen kunnen omgaan en zelf regie over hun leven hebben.
Positieve gezondheid omvat zes dimensies: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden,
spirituele/existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijke participatie en
dagelijks functioneren, waarbij functioneren, veerkracht en zelfregie centraal staan.
Binnen de psychiatrie leidt dit tot de positieve psychiatrie, gericht op het bevorderen van
algemeen welbevinden, waarbij ook klachten aandacht blijven krijgen, met aandacht voor de
wisselwerking met de woon- en werkomgeving van de betrokkene.
Daarnaast is er aandacht voor herstel en hersteldenken.
Er wordt gewerkt vanuit kennis van aspecifieke factoren en een krachtgerichte aanpak, en
vanuit een netwerkbenadering, waarbij een klacht niet op zichzelf staat maar onderdeel is van
een netwerk van symptomen, ontregelende factoren en omstandigheden.
Dit vraagt om een integrale benadering, met aandacht voor klachten én krachten, herstel,
kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie.
2
,Kwaliteit van leven wordt hierbij bepaald door onder andere herstel, maatschappelijk
participeren en vooral zelfbeschikking
1.2.4 (Aspecten van) kwaliteit van leven
Kwaliteit van leven is meer dan alleen maatschappelijke participatie of integratie, maar
participatie vormt wel een belangrijk aangrijpingspunt.
Daarbij gaat het om aspecten zoals sociale contacten, een gezamenlijke inspanning of doel,
sociale status en regelmatige bezigheden, die voor iedereen van belang zijn voor
welbevinden.
Wanneer hier niet aan wordt voldaan, worden eigen krachten niet uitgedaagd en benut en
blijven herstel en zelfregie moeilijk te realiseren.
Maatschappelijke participatie lijkt daardoor gemakkelijker door anderen te bevorderen dan
herstel en zelfregie, die immers (ook) door de betrokkene zelf tot stand moeten worden
gebracht.
Maatschappelijke participatie omvat verschillende facetten, zoals dagbesteding/werk,
vrijetijdsbesteding en het sociale netwerk.
Met name werk (of betaalde arbeid) draagt bij aan de ervaren kwaliteit van leven, doordat het
zorgt voor sociale contacten, eigenwaarde, identiteit, inkomen, vrijheid en onafhankelijkheid,
en helpt bij het omgaan met en accepteren van beperkingen en het vergroten van de eigen
kracht.
Tegelijk is het essentieel dat werk en dagbesteding aansluiten bij de voorkeuren, behoeften
en mogelijkheden van de betrokkene, omdat het anders spanningen kan opleveren.
Dit betekent dat professionals bij ondersteuning niet alleen rekening moeten houden met
individuele voorkeuren en mogelijkheden, maar ook kennis moeten hebben van de gevolgen
van wetgeving en veranderingen in verantwoordelijkheden.
Daarnaast heeft het sociale netwerk, en vooral de steun die daaruit voortkomt, grote invloed
op de kwaliteit van leven van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Een sterk netwerk
werkt beschermend en helpt bij het ontstaan en overwinnen van (langdurige) problemen.
Effectieve interventies richten zich daarom op het versterken van netwerken, bijvoorbeeld via
een triade van cliënt, naasten en professionals. Deze maken dan samen een plan van aanpak.
Ook is het belangrijk om steeds te kijken naar de individuele voorkeuren en mogelijkheden,
waarbij niet alleen die van de persoon zelf, maar ook die van het sociale netwerk een rol
spelen. Dit netwerk kan kwetsbaar zijn door de schade die de problematiek van de cliënt
heeft veroorzaakt.
Een goede samenwerking tussen cliënt en netwerk is essentieel; een slechte samenwerking
kan leiden tot overbelasting van mantelzorgers en een lagere kwaliteit van leven. Daarom is
samenwerking met mantelzorgers een belangrijk onderdeel van professionele ondersteuning.
1.2.5 Herstel en empowerment
De aspecten van kwaliteit van leven zijn belangrijke thema’s binnen de herstelbeweging in de
psychiatrie, waarin mensen met een psychische kwetsbaarheid zelf een stem krijgen.
Binnen deze benadering wordt ‘herstel’ niet gezien als genezing, maar als een persoonlijk
proces, waarin mensen leren omgaan met hun kwetsbaarheid en hun leven opnieuw
vormgeven.
Er wordt nadruk gelegd op het leren kennen en erkennen van eigen kwetsbaarheden als
talenten en het (opnieuw) regie krijgen over het eigen leven.
3
, Krachtgericht denken en het streven naar autonomie, zelfregie en zelfbepaling staan hierbij
centraal.
Daarnaast is er veel aandacht voor het ontwikkelen en erkennen van ervaringsdeskundigheid,
en voor het inzetten van ervaringsdeskundigen naast formele en informele ondersteuners.
De herstelbeweging krijgt steeds meer voet aan de grond binnen de zorg en ondersteuning
voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Empowerment wordt gezien als het ontdekken en aanboren van eigen kracht en het
versterken van mogelijkheden tot zelfregie en ontwikkeling (eenzijdig) Maar:
Volgens denkers zoals Paulo Freire wordt empowerment opgevat als een tweezijdig proces,
waarbij zowel het individu als de omgeving een rol speelt in het creëren van mogelijkheden
voor ontwikkeling en participatie: hij zegt empowerment houdt in dat zowel ‘onderdrukten’
als ‘onderdrukkers’ de krachten en mogelijkheden van mensen ruimte geven om zich te
ontwikkelen.
Daarmee is empowerment niet alleen een individuele opdracht, maar ook een opgave voor
ondersteuners en de samenleving, die ruimte moeten creëren en het proces moeten
faciliteren.
Dit betekent dat empowerment uiteindelijk ook gericht is op het overbodig maken van
ondersteuning, doordat mensen zelf regie krijgen over hun leven.
1.3 De keerzijde; ethische aspecten
De doelen van veranderingen in wet- en regelgeving sluiten aan bij de uitgangspunten van
de positieve psychiatrie, zoals krachtgericht werken en aandacht voor herstel en
empowerment.
Tegelijk wordt in discussies over deze veranderingen steeds vaker aandacht gevraagd voor
het feit dat de gewenste ontwikkelingen niet voor iedereen gunstig uitpakken.
1.3.1 Als leven geen kwaliteit biedt
Psychische kwetsbaarheid kan een bedreiging vormen voor de ervaren kwaliteit van leven,
maar mensen zijn niet per definitie gedoemd tot een uitzichtloos bestaan; er moet geknokt
worden voor perspectief.
Tegelijk kan een te sterke nadruk op positief denken en eigen kracht ook een negatief effect
hebben. Voor mensen die zich in een moeilijke periode bevinden, kan een oproep om zelf
regie te nemen of klachten aan te pakken juist niet helpend zijn.
Het ontkennen van de ernst van klachten, het ontkennen van verdriet en onmacht, kan leiden
tot het gevoel niet begrepen en niet gerespecteerd te worden.
Daarom is het belangrijk dat hulpverleners altijd een afweging maken in hoe zij mensen met
een psychische kwetsbaarheid benaderen.
Ook professionals en informele ondersteuners kunnen bijdragen aan kwaliteit van leven,
bijvoorbeeld door het herstellen en behouden van sociale relaties of het bevorderen van
dagbesteding en werk.
Tegelijk kunnen psychische problemen het aangaan en onderhouden van (nieuwe) contacten
bemoeilijken, waardoor het sociale netwerk juist onder druk kan komen te staan.
Activiteiten zoals werk of dagbesteding kunnen positief bijdragen, maar kunnen ook negatief
uitpakken wanneer ze niet aansluiten of belastend zijn.
Daarom is het steeds belangrijk om een balans te vinden tussen aanmoedigen en (even) laten
rusten, en waar nodig stelling te durven nemen in het belang van de cliënt.
4