SAMENVATTING PRAKTISCHE VERLOSKUNDE
Hoofdstuk 9: De gecompliceerde zwangerschap en complicaties die door de
zwangerschap worden veroorzaakt
📌 EXAMEN-SAMENVATTING | OPTIMAAL VOOR TENTAMENVOORBEREIDING
Vak / Boek: Praktische Verloskunde - Hoofdstuk 9
Onderwerpen: Miskraam, EUG, Molazwangerschap, Hyperemesis, Zwangerschapshypertensie, Pre-eclampsie,
HELLP, Eclampsie, Dreigende Vroeggeboorte, Placenta Praevia, Abruptio Placentae,
Zwangerschapsdermatosen
Focus op het Tentamen: Bevat de exacte NHG/NVOG richtlijnen, laboratoriumwaarden, medicatiedoseringen
(MgSO4, antihypertensiva, tocolytica), stappenplannen en opvallende Tentamentips!
1. Afwijkingen in de Zwangerschapsduur & Miskraam (Abortus)
Een zwangerschap kan gecompliceerd worden door stoornissen in de duur of de fysiologie. In Nederland is er
een strikt medisch-juridisch onderscheid tussen een miskraam en een vroeggeboorte (partus praematurus).
Het grensgebied ligt bij een zwangerschapsduur van 16 tot 20 weken. Een baring vóór 20 weken geldt in de
registratie als miskraam, terwijl de grens van foetale levensvatbaarheid (NICU-grens) momenteel tussen de
22 en 24 weken ligt.
1.1 Vormen en Klinische Stadia van Miskraam
Abortus imminens (Dreigende miskraam): Vaginaal bloedverlies bij een zwangere uterus met een
GESLOTEN portio/ostium internum. Bij ca. 50% zet de zwangerschap normaal voort als bij echoscopie
hartactie wordt vastgesteld.
Abortus incipiens (Miskraam in gang): Toenemend bloedverlies, hevige pijnlijk buikkrampen en een
OPEN ostium internum (toegankelijk voor een vinger). De uitstoting is onafwendbaar.
Abortus incompletus (Incomplete miskraam): Gedeeltelijke uitstoting van het zwangerschapsweefsel.
Pijn en bloedverlies houden aan doordat placentarestweefsel in het cavum uteri achterblijft.
Abortus completus (Complete miskraam): Volledige uitstoting van vruchtzak en placenta. De krampen
verdwijnen direct, het bloedverlies neemt snel af en het ostium internum sluit zich.
Missed abortion (Niet-vitale zwangerschap): Echografisch vastgestelde vruchtdood of lege vruchtzak
(blighted ovum) zonder dat er sprake is van bloedverlies of buikpijn. De portio blijft gesloten.
1.2 Behandelingsopties bij Miskraam (NHG/NVOG Richtlijn)
Bij de keuze van de behandeling worden de voor- en nadelen afgewogen tussen afwachten, medicamenteuze
therapie en operatieve interventie:
Beleid Interventie & Uitvoering Succespercentage & Complicaties &
Samenvatting - Hoofdstuk 9: De Gecompliceerde Zwangerschap
, Praktische Verloskunde | Samenvatting Hoofdstuk 9
Beloop Langetermijnrisico's
Afwachtend Beleid Geen medische interventie. Spontane expulsie binnen 1 Iets meer bloedverlies.
Controle bij week bij 37%. Ca. 30-40% Geen langetermijnrisico's
huisarts/verloskundige na 1 heeft alsnog behandeling voor de baarmoeder.
en 2 weken. nodig.
Medicamenteus Misoprostol (PGE1-analoog): 85% succesvol binnen 7 Krampende buikpijn,
Beleid 800 µg vaginaal of 600 µg dagen. 15% heeft alsnog misselijkheid. Geen risico op
oraal (herhalen na 24-48u). curettage nodig. intra-uteriene verklevingen.
Operatief Beleid Zuig- / Vacuümcurettage Vrijwel 100% direct Risico op uterusperforatie
onder anesthesie of effectief. Weinig (<5%), infectie en Syndroom
hysteroscopische MyoSure- bloedverlies post-ingreep. van Asherman (intra-
techniek. uteriene adhesies).
💡 TENTAMENTIP | ASHERMAN & ANTI-D PROFYLAXE
Syndroom van Asherman: Vorming van intra-uteriene adhesies (verklevingen) na curettage, vooral bij een
geïnfecteerde miskraam of placentarest. Leidend tot amenorroe en secundaire infertiliteit.
Anti-D Profylaxe bij Miskraam: Aan RhD-negatieve zwangeren wordt vanaf 10 tot 20 weken amenorroe bij
een spontane of incomplete miskraam 375 IE anti-D-immunoglobine gegeven. Bij curettage of abortus
provocatus <16 wk ook 375 IE; na 16 wk 1.000 IE.
1.3 Herhaalde Miskraam
Van een herhaalde miskraam is sprake bij twee of meer opeenvolgende spontane miskramen vóór de 20e
zwangerschapsweek. Oorzaken omvatten ouderlijke chromosoomafwijkingen (4-6% gebalanceerde
translocatie) en het Antifosfolipidensyndroom (APS) (15%). Behandeling van APS met
laagmoleculairgewichtheparine (LMWH) én acetylsalicylzuur (aspirine) verhoogt de kans op een levend kind
drastisch (met 70%).
2. Bijzondere Vormen: Molazwangerschap & Extra-Uteriene
Graviditeit (EUG)
2.1 Mola Hydatidosa (Complete vs. Partiële Mola)
Een molazwangerschap (prevalentie 1:2.000) is een goedaardige tumor van de trofoblast met
druiventrosvormig gezwollen vlokken en extreem hoge HCG-spiegels:
Kenmerk Complete Mola Hydatidosa Partiële Mola Hydatidosa
Genetische Oorsprong Diploïd (46,XX / 46,XY). 100% vaderlijk DNA Triploïd (69,XXY / 69,XXX / 69,XYY). Eicel
Samenvatting - Hoofdstuk 9: De Gecompliceerde Zwangerschap