SAMENVATTING PRAKTISCHE VERLOSKUNDE
Hoofdstuk 5: Foetale bewaking (CTG, Doppler, MBO & Biofysisch Profiel)
1. Doel & Principes van Foetale Bewaking
Het primaire doel van foetale bewaking is het tijdig onderkennen van foetale hypoxie (zuurstoftekort) en
dreigende acidose (verzuring) om blijvende foetale schade of perinatale sterfte te voorkomen, zonder
hierbij onnodig iatroog ingrijpen (zoals kunstverlossingen of keizersneden) te veroorzaken.
Pathofysiologie van Hypoxie: Wanneer de placenta-insufficiëntie of navelstrengcompressie
optreedt, daalt de zuurstofspanning in het foetale bloed (hypoxemie). Dit leidt tot anaërobe
verbranding, lactaatopbouw en metabole acidose. Het foetale hart reageert hierop met
karakteristieke hartfrequentieveranderingen.
Antenataal vs. Intrapartum: Antenatale bewaking richt zich op het identificeren van chronische
placentaire insufficiëntie en foetale groeivertraging (IUGR). Intrapartum bewaking richt zich op de
acute stress van uteruscontracties tijdens de baring.
Risicoselectie & Methode: Laagrisicozwangeren worden bewaakt middels intermitterende
auscultatie. Bij hoogrisicozwangeren of bij het optreden van complicaties is continue elektronische
bewaking (CTG) geïndiceerd.
💡 TENTAMENTIP: Onthoud voor het tentamen: Hypoxemie = verlaagde O2-spanning in het bloed;
Hypoxie = verlaagde O2-spanning in de weefsels; Acidose = daling van de pH door opbouw van melkzuur
(lactaat). Dit verloop is de basis van alle bewakingsindicaties!
2. Intermitterende Auscultatie (Auscultatie / Doptone)
Intermitterende auscultatie is de eerstekeus methode voor foetale bewaking bij een fysiologische baring
in de eerste lijn.
Instrumentarium: Houten stethoscoop van Pinard (fysiologisch, vereist oefening) of de Doptone
(doppler-echostethoscoop, maakt harttonen hoorbaar voor ouders en zorgverlener).
Protocol van Auscultatie: Beluister de foetale hartfrequentie gedurende minimaal 1 volle minuut,
bij voorkeur tijdens een wee en direct tot 30 seconden ná een wee. Herhaal dit in de ontsluitingsfase
om de 15–30 minuten, en in de uitdrijvingsfase na elke wee of om de 5 minuten.
Normaalwaarden: Basale hartfrequentie tussen 110 en 160 slagen per minuut (conform FIGO-
richtlijn 110–150 bpm). Het optreden van fysiologische versnellingen (acceleraties) bij
kindsbewegingen wijst op een goede foetale conditie.
Indicaties voor Overdracht (2e lijn): Basale hartfrequentie <110 bpm (bradycardie) of >160 bpm
(tachycardie), of het optreden van opeenvolgende, vertraagde herstelmomenten (deceleraties) na
de weeën.
Samenvatting – Praktische verloskunde | Pagina 1
, Praktische Verloskunde | Hoofdstuk 5: Foetale bewaking
3. Cardiotocografie (CTG): Principes & Interpretatie
Het cardiotocogram (CTG) registreert gelijktijdig de foetale hartfrequentie (bovenste kanaal) en de
uterusactiviteit/weeën (onderste kanaal). In Nederland bedraagt de standaardsnelheid van het papier 1
cm per minuut.
De 4 Beoordelingspijlers van het CTG
1. Basalfrequentie (Baseline): De gemiddelde foetale hartfrequentie over een periode van 10
minuten, afgerond op 5 bpm (exclusief acceleraties en deceleraties).
• Normaal: 110–160 bpm (FIGO 110–150 bpm).
• Tachycardie (>160 bpm): Oorzaken zijn foetale hypoxie (vroege compensatie), maternale
koorts/chorioamnionitis, maternal e-epinefrine/sympathicomimetica, of foetale prematuriteit.
• Bradycardie (<110 bpm): Oorzaken zijn ernstige/langdurige hypoxie, v. cava inferior syndroom,
navelstrengprolabs of epidurale analgesie (maternale hypotensie).
2. Variabiliteit (Bandbreedte): De fluctuaties in de basalfrequentie binnen een venster van 1
minuut.
• Normaal (Reassuring): 5–25 bpm.
• Verminderd / Stille strook (<5 bpm): Oorzaken zijn foetale slaaptoestand (duurt max 40-50 min),
sedatie/pethidine, of foetale hypoxie/acidose (myocarddepressie).
• Saltatoir (>25 bpm): Grillig patroon door acute navelstrengafklemming of foetale hyperreactiviteit.
3. Acceleraties: Tijdelijke stijgingen van de hartfrequentie van ≥15 bpm gedurende ≥15 seconden.
De aanwezigheid van acceleraties bewijst een normale foetale oxigenatie en sluit foetale acidose op
dat moment vrijwel uit.
4. Deceleraties (Dips): Tijdelijke dalingen van de hartfrequentie van ≥15 bpm gedurende ≥15
seconden. We onderscheiden 4 typen:
Type Deceleratie Vorm & Timing t.o.v. Wee Pathofysiologische Oorzaak Klinische Betekenis
Vroege deceleratie Uniform, spiegelbeeld van de Hoofdcompressie → vagale Fysiologisch /
wee. Laagste punt valt samen prikkeling. Onschadelijk. Geen
met de top van de wee. actie vereist.
Late deceleratie Uniform, begint na het begin Utero-placentaire Pathologisch!
van de wee. Laagste punt ná insufficiëntie → foetale Dreigende foetale
de top van de wee. Traag hypoxie. acidose.
herstel.
Variabele deceleratie Wisselende vorm (V/U-vorm), Navelstrengcompressie Typisch: gunstig.
snelle daling en snelle stijging. (umbilical cord occlusion). Atypisch (verlies
Wisselende timing. 'shoulders'): verdacht.
Verlengde deceleratie Daling van ≥15 bpm Acute ernstige O2-daling (bijv. Directe evaluatie &
Samenvatting – Praktische verloskunde | Pagina 2