KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
3.1) Het bestuderen van de cel
3.1.2) Grote onderdelen van de cel
De celwand of het celmembraan: vormt een grens tussen de inhoud van de cel
(intracellulair) en de omgeving (extracellulair)
Binnen het celmembraan: zit het cytoplasma en de celkern
Het cytoplasma bestaat uit cytosol, intracellulaire vloeistof, en vele
verschillende organellen, intracellulaire structuren
In de celkern bevindt zich het DNA
3.2) De celmembraan:
a) De chemische bouw van een celmembraan
Een celmebraan bestaat uit: Membraanlipiden (vetten)
Membraaneiwitten (proteïnen)
Membraankoolhydraten (suikers)
3.2.1) De respectievelijke functie van lipiden in het celmembraan
Er zijn verschillende lipiden in de het celmembraan:
Een dubbele laag van fosfolipiden: zorgen ervoor dat het celmembraan kan
optreden als een selectieve barrière tussen de omringende extracellulaire vloeistof
en het cytoplasma in de cel.
Elke fosfolipide-molecule bestaat uit een hydrofiele kop en hydrofobe vetstaart
Hydrofiele koppen: staat in contact met een wateromgeving aan beide zijde
van het membraan
Hydrofobe vetstaarten: mengen zich niet met water en met bepaalde ionen
Water kan moeilijk doorheen een fosfolipide dubbellaag. In vet oplosbare moleculen
en stoffen zoals O2 en CO2 kunnen het vetgedeelte van een plasmamembraan
passeren. Water en in wateroplosbare verbindingen kunnen zich niet doorheen een
fosfolipide dubbellaag verplaatsen.
, Een tweede belangrijke lipide is cholesterol. Dit cholesterol verstevigt het
celmebraan waardoor deze minder vloeibaar en minder doordringbaar (permeabel)
wordt.
Naast fosfolipiden en cholesterol zijn er nog een kleine hoeveelheid andere vetten
aanwezig
3.2.2) De respectievelijke functie van eiwitten in het celmembraan
a) De verschillende eiwitten in de celmembraan en de functie
Kanaaleiwitten:
- Zijn transmembraaneiwitten
- Zijn poortsjes die openstaan (leak channels)
- Water en kleine stofjes kunnen daar vlot doorgeen
Receptoreiwitten:
- Eiwit die klaar is om bepaalde stoffen te ontvangen
- Kan zich binden aan bepaalde stoffen
- Het stof-receptor-complex- zet bepaalde processen in gang in de cel
Dragereiwtten:
- Zijn transmembraaneiwtten
- Vervoeren stofjes doorheen de cel in en/of uit de cel
Enzymen:
- Eiwitten die niet altijd op de celwand liggen => kunnen vij voorkomen in
het bloed
- Minder activeringsenergie nodig om een chemische reactie op te starten
Herkenningseiwtten:
- Zitten op de celwand en zitten daar om herkend te worden
- Zorgen ervoor dat cellen niet worden afgebroken door hun eigen
immuunsysteem
- Geen herkenningseiwit => aangevallen door immuunsysteem
Verankeringseiwitten:
- Verankeren cellen aan elkaar (via bindingen)
3.2.3) De respectievelijke functie van koolhydraten in het
celmembraan
Koolhydraten vormen complexe moleculen met de eiwitten en vetten aan het
buitenste oppervlak van het celmembraan. De koolhydraatgedeelten van deze
moleculen, zoals glycolipiden, hebben verschillende functies: