KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
2.1) De algemene atoomstructuur via het elektronenschilmodel.
Een atoom: is het kleinste deeltje van een element dat nog de chemische
eigenschappen van een element bezit. Het bestaat uit protonen, neutronen en
elektronen.
Protonen (p+): protonen zijn positief geladen deeltjes die zich bevinden in de kern
van het atoom. Het aantal protonen bepaalt het atoomnummer en daardoor ook
het element.
Neutronen (n0): neutronen hebben geen elektrische lading en bevinden zich samen
met de protonen in de kern van een atoom. Samen zorgen ze voor de stabiliteit in
de kern door de afstotende krachten tussen de protonen te verminderen.
Elektronen (e-): elektronen zijn negatief geladen deeltjes bewegen ron de kern en
zijn georganiseerd op de schillen. De verschillende schillen worden gekenmerkt
met letters; de eerste (binnenste) schil krijgt de letter K, de tweede schil krijgt de
letter L, de derde schil krijgt de letter M, … . De elektronen bepalen de chemische
eigenschappen en reacties van een atoom.
De kern (p+ en n0): van een atoom is zeer klein in vergelijking met de totale
grootte van een attom, maar het bevat de volledige massa.
De elektronenwolk rond de kern bepaalt de groote van het atoom, is daarbij
verantwoordelijk voor de interacties met andere atomen.
2.1.1) De tabel van Mendeljev
a) Wat is een atoomgetal?
Het atoomgetal geeft het aantal protonen weer in de atoomkern. Het
atoomnummer is een synoniem voor het atoomgetal. Het symbool die wordt
gekenmerkt voor atoomgetal is Z.
b) Wat zijn de ‘groepen’ (kolommen)?
De verticale kolommen in de tabel van Mendeljev worden groepen genoemd. De
elementen die zich in dezelfde groep hebben vergelijkbare chemische
eigenschappen omdat ze hetzelfde aantal elektronen in hun buitenste schil hebben.
Groepen worden genummerd van 1 tot 18.
, c) Wat zijn de ‘periodes’ (rijen)?
De horizontale rijen in de tabel van Mendeljev worden periodes genoemd. Elk
element in deze periode heeft hetzelfde aantal elektronenschillen. Naarmate je van
links naar rechts gaat in periode, neemt het aantal protonen en elektronen in de
atomen toe.
2.1.2) Valentie-elektronen
a) Wat zijn valentie-elektronen?
Valentie-elektronen zijn de elektronen die zich op de buitenste schil van een atoom
bevinden. Deze elektronen spelen een cruciale rol bij chemische reacties omdat ze
gemakkelijk kunnen uitgewisseld of gedeeld worden met andere atomen om
bindingen te vormen.
b) Wat is het maximaal aantal valentie-elektronen op de eerste, op de
tweede en op de derde elektronenschil?
Het maximaal aantal valentie-elektronen op de verschillende elektronenschillen:
1ste schil (K-schil): max 2 elektronen
2de schil (L-schil): max 8 elektronen
3de schil (M-schil): maximaal 8 elektronen
Het aantal valentie-elektronen bepalen hoe atomen chemisch reageren en binden
met andere atomen
Teken de elektronen op een elektronenschilmodel van volgende
atomen:
Waterstof (H) Koolstof (C) Zuurstof (O) Chloor (Cl) Natrium (Na)
A= 1 A= 6 A= 8 A=17 A= 11
2.2) Chemische bindingen die ontstaan door interacties tussen atomen
2.2.1) Wat is het verschil tussen een stabiel en een instabiel atoom?
Stabiel atoom: Chemische stabiliteit bij atomen verwijst naar de neiging van een
atoom om niet te reageren met andere atomen of moleculen. Stabiliteit wordt
bereikt wanneer een atoom, een volledig gevulde buitenste elektronenschil heeft.