Klinische Casuïstiek, Cultuursensitiviteit en Diagnostiek op HBO+ Niveau
Deze oefentoets is samengesteld op HBO+ niveau (gericht op verloskundigen, seksuologen in opleiding
en gevorderde zorgprofessionals). De toets omvat exact 30 meerkeuzevragen die de kernaspecten
behandelen van psychoseksuele ontwikkeling, culturele en religieuze invloeden, diagnostiek van
seksuele disfuncties conform de DSM-5, en de implicaties hiervan voor de conceptie, zwangerschap en
de baring.
Deel I: Meerkeuzevragen
Vraag 1: In de westerse cultuur wordt een gebrek aan seksueel verlangen bij vrouwen doorgaans als
een probleem beschouwd. Hoe verschilt dit met sommige andere culturen volgens de verstrekte
bron?
A) In andere culturen kan dit gebrek aan verlangen juist de norm zijn, of wordt vrouwelijk
verlangen zelfs als zondig en ongewenst beschouwd.
B) In andere culturen wordt een gebrek aan verlangen uitsluitend als een fysiologische stoornis
behandeld.
C) Er bestaan geen culturen waarin vrouwelijk seksueel verlangen als ongewenst of zondig wordt
gezien.
D) In de meeste niet-westerse culturen is de acceptatie van vrouwelijk verlangen aanzienlijk
groter dan in de westerse cultuur.
Vraag 2: Wat houdt de specifieke culturele praktijk van 'dry sex' in, die in diverse Sub-Sahara
Afrikaanse landen voorkomt, en wat is het gevolg hiervan voor de vrouw?
A) Het gebruik van vochtinbrengende kruiden ter bevordering van het comfort van de vrouw.
B) De opvatting dat een droge vagina wenselijk is voor het plezier van de man, hoewel dit vaak
pijnlijker is voor de vrouw.
C) Een ritueel waarbij seksuele onthouding na de bevalling de vagina helpt te herstellen.
D) Het wassen van de vagina met heet water om infecties en droogte juist te voorkomen.
Vraag 3: In welke landen of culturen komen vaginale kruidenstoombaden ter reiniging en herstel
vaker voor volgens de bron?
A) Uitsluitend in Sub-Sahara Afrikaanse landen.
, B) In Suriname, Marokko en Turkije.
C) Enkel in westerse en Noord-Europese culturen.
D) In Latijns-Amerikaanse landen zoals Brazilië en Colombia.
Vraag 4: Waarom schrijven sommige culturen en religies post partum een tijdelijke periode van
seksuele onthouding voor?
A) Omdat zij geloven dat penetratie de borstvoeding nadelig beïnvloedt.
B) Omdat het bloed na de bevalling als onrein wordt beschouwd.
C) Omdat dit fysiologisch noodzakelijk is om baarmoederverzakking te voorkomen.
D) Omdat de oestrogeenspiegels na de baring direct moeten stijgen.
Vraag 5: Hoe staat de islamitische traditie (Koran) tegenover maagdelijkheid en seksuele activiteit?
A) Maagdelijkheid vóór het huwelijk is cruciaal en seks is uitsluitend toegestaan binnen het
huwelijk.
B) Seksualiteit is ook buiten het huwelijk toegestaan, mits er een spirituele verbinding is.
C) Seks is uitsluitend bedoeld voor voortplanting; seksueel genot is niet toegestaan.
D) Maagdelijkheid is optioneel en heeft geen invloed op het huwelijksleven.
Vraag 6: Op welke wijze adviseert de Koran over de seksuele relatie binnen het huwelijk?
A) Seksualiteit is een plicht van de vrouw waarbij haar eigen verlangens ondergeschikt zijn.
B) De Koran moedigt wederzijds genot aan; mannen moeten rekening houden met de wensen van
de vrouw, respect tonen en aandacht besteden aan voorspel.
C) Seksuele handelingen moeten zo snel mogelijk worden afgerond zonder voorspel.
D) Wederzijds genot is toegestaan, maar voorspel wordt gezien als overbodig.
Vraag 7: Hoe wordt het celibaat beoordeeld binnen de islamitische traditie volgens de bron?
A) Het wordt sterk aangemoedigd als teken van spirituele reinheid.
B) Het wordt afgewezen omdat dit wijst op een overdreven vorm van religiositeit.
C) Het wordt gezien als een verplichte fase voor mannen ouder dan 50 jaar.
D) Het is toegestaan, maar alleen voor vrouwen.
Vraag 8: Hoe wordt seksualiteit gezien binnen de christelijke visie (Bijbel) volgens de brontekst?
A) Als een noodzakelijk kwaad dat uitsluitend zonder passie of vreugde mag plaatsvinden.
B) Als een goddelijke gave en een eenwording ('één vlees worden') binnen het huwelijk, nauw
verbonden met de voortplanting, waarbij passie en vreugde positief worden beschreven.
C) Als een puur fysieke aangelegenheid die losstaat van de spirituele echtelijke eenwording.
D) Als een activiteit die uitsluitend is toegestaan wanneer er geen actieve zwangerschapswens is.