Oefentoets Hemostase
30 Professionele Meerkeuzevragen op HBO+ Niveau met Antwoorden en Toelichting
Fysiologie van de Hemostase & Adaptaties in de Zwangerschap
Introductie & Instructies
Deze oefentoets is ontworpen om uw diepgaande kennis over de fysiologie van de hemostase en de
complexe maternale adaptaties tijdens de zwangerschap te toetsen en te versterken. De toets sluit
perfect aan op de klinische en theoretische eindtermen op HBO+ niveau (bachelor en master in de
gezondheidszorg, verloskunde en verpleegkunde).
De toets bestaat uit 30 meerkeuzevragen, onderverdeeld in vijf fysiologische thema's:
Sectie 1: Algemene principes & Vasoconstrictie (Vraag 1 t/m 6)
Sectie 2: Primaire hemostase & Trombocytenaggregatie (Vraag 7 t/m 12)
Sectie 3: Secundaire hemostase & De Stollingscascade (Vraag 13 t/m 21)
Sectie 4: Natuurlijke antistolling & Fibrinolyse (Vraag 22 t/m 25)
Sectie 5: Fysiologische veranderingen in de zwangerschap (Vraag 26 t/m 30)
Onderaan het document vindt je de antwoordsleutel met een snelle referentietabel en een uitgebreide
wetenschappelijke toelichting per vraag. Veel succes met het toetsen van je kennis!
Pagina 1 van 13
, Oefentoets Hemostase & Zwangerschap (HBO+)
Deel I: Oefenvragen
Sectie 1: Algemene principes & Vasoconstrictie
Vraag 1. Wat is de fysiologische definitie en het hoofddoel van hemostase?
A) Het stimuleren van fibrinolyse om bloedvaten open te houden na vaatbeschadiging.
B) Het fysiologische proces dat bloedverlies na een vaatbeschadiging tot een minimum beperkt, het
verlies van plasma en bloedcellen voorkomt, en zorgt dat micro-organismen de bloedsomloop niet
binnendringen.
C) Het uitsluitend activeren van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren in de milt om trombose te
bevorderen.
D) Het verhogen van de bloeddruk in beschadigde capillairen door plasma-eiwitten.
Vraag 2. In welke opeenvolgende stappen verloopt het proces van hemostase?
A) Vasoconstrictie, primaire hemostase en secundaire hemostase.
B) Primaire hemostase, vasoconstrictie en secundaire hemostase.
C) Secundaire hemostase, vasoconstrictie en primaire hemostase.
D) Vasoconstrictie, secundaire hemostase en fibrinolyse.
Vraag 3. Welke reactie treedt direct op na een beschadiging van een bloedvat en hoe lang houdt deze
doorgaans stand?
A) De afbraak van het fibrinenetwerk, wat binnen 5 minuten voltooid is.
B) Vasoconstrictie (het samentrekken van het vat), dat direct optreedt en 20 tot 30 minuten kan
aanhouden.
C) De adhesie van trombocyten, die direct optreedt en 2 tot 3 uur kan aanhouden.
D) De activatie van factor III (tissue factor), die pas na 30 minuten begint en uren aanhoudt.
Vraag 4. Welk celtype depolariseert in de vaatwand direct na een beschadiging, leidend tot een
actiepotentiaal en samentrekking?
A) Endotheelcellen
B) Trombocyten
C) Gladde spiercellen
D) Rode bloedcellen (erytrocyten)
Vraag 5. Welke vasoconstrictieve stoffen worden na een vaatbeschadiging afgegeven door de
beschadigde endotheelcellen en trombocyten?
A) Prostacycline en stikstofmonoxide (NO).
B) Endotheline, serotonine en tromboxaan A2.
C) Proteïne C, proteïne S en vitamine K.
Pagina 2 van 13