MD-K 5.11 Hypertensieve aandoeningen in de
zwangerschap
Leerdoel MD-K 5.11 (Moduledoel 12):
Je legt de pathofysiologie, symptomen, diagnostiek, risico's en beleidsopties van hypertensieve aandoeningen
in de zwangerschap uit. Je legt de prognose na de zwangerschap uit en het beleid bij een hypertensieve
aandoening in een eerdere zwangerschap.
Hoofdstuk 1. Classificatie en definities van hypertensieve
aandoeningen
Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap (HAZ) behoren wereldwijd en in Nederland tot de
belangrijkste oorzaken van maternale en foetale morbiditeit en mortaliteit (De Jonge et al., 2025; Brown
et al., 2018). Ze compliceren circa 5 tot 10% van alle zwangerschappen. Conform de internationale
richtlijnen van de International Society for the Study of Hypertension in Pregnancy (ISSHP, 2018) en de
landelijke NVOG-richtlijn Hypertensieve Aandoeningen in de Zwangerschap (2024) worden vier
hoofdgroepen onderscheiden, op basis van het moment van ontstaan, de aanwezigheid van proteïnurie
en secundaire orgaandysfunctie (NVOG, 2024; E-learning Hypertensie).
1.1 Definitie van Zwangerschapshypertensie
Voor de diagnose hypertensie in de zwangerschap geldt een systolische bloeddruk ≥ 140 mmHg en/of
een diastolische bloeddruk ≥ 90 mmHg, gemeten bij herhaling (minstens twee metingen met een
interval van minimaal 4 uur, of korter bij ernstige waarden) bij een vrouw in rust (NVOG, 2024; FMS,
2023). Om de juiste diagnose te stellen is een gestandaardiseerde meettechniek essentieel (zittende
houding, arm op harthoogte, Korotkoff fase V voor de diastole) (PV 4; NVOG, 2024).
1.2 De Vier Hoofdvormen
1. Chronische Hypertensie: Pre-existente hypertensie die reeds aanwezig was vóór de zwangerschap of
die gediagnosticeerd wordt vóór een amenorroeduur van 20 weken. Deze vorm persisteert langer dan
12 weken postpartum (NVOG, 2024; Brown et al., 2018).
2. Gestationele Hypertensie: De-novo hypertensie die ontstaat ná 20 weken amenorroeduur, bij een
vrouw die voorheen normotensief was, zonder aanwezigheid van proteïnurie of andere tekenen van
maternale of foetale orgaandysfunctie. De bloeddruk normaliseert binnen 12 weken postpartum (NVOG,
2024; De Jonge et al., 2025).
3. Pre-eclampsie (PE): De-novo hypertensie die ontstaat ná 20 weken amenorroeduur, in combinatie
met een of meer van de volgende kenmerken (NVOG, 2024; Brown et al., 2018):
• Proteïnurie: Eiwit/Creatinine-ratio (E/C-ratio) in de urine ≥ 30 mg/mmol (of ≥ 300 mg eiwit per 24-
Pagina 1 van 10
, MD-K 5.11 Hypertensieve Aandoeningen in de Zwangerschap | Onderwijsdocument
uurs urine verzameling);
• Maternale orgaandysfunctie: Renale insufficiëntie (serumcreatinine > 90 µmol/L), hepatische
betrokkenheid (verhoogde transaminasen ASAT/ALAT > 2x bovengrens), neurologische complicaties
(eclampsie, eclamptisch prodromi zoals aanhoudende hoofdpijn of visusstoornissen), of hematologische
afwijkingen (trombocytopenie < 100 x 10⁹/L, microangiopathische hemolyse);
• Uteroplacentaire dysfunctie: Foetale groeirestrictie (FGR) met afwijkende navelstreng-Doppler
(NVOG, 2024; Brown et al., 2018).
4. Pre-eclampsie gesuperponeerd op Chronische Hypertensie: Het ontstaan van de-novo proteïnurie of
secundaire orgaandysfunctie na 20 weken zwangerschap bij een patiënte met bekende chronische
hypertensie, of een plotselinge, moeilijk behandelbare verergering van de vooraf bestaande hypertensie
(NVOG, 2024; De Jonge et al., 2025).
1.3 Zorgwekkende Variantsyndromen: HELLP en Eclampsie
• HELLP-syndroom: Een levensbedreigende variant/complicatie van pre-eclampsie, gedefinieerd door de
trias:
- H (Hemolysis): Microangiopathische hemolytische anemie (stijging van LD > 248 U/L of > 600 U/L,
daling van haptoglobine < 0.3 g/L, aanwezigheid van schizocyten in het bloeduitstrijkje);
- EL (Elevated Liver enzymes): Levercelbeschadiging met verhoogd ASAT en/of ALAT (> 70 U/L of meer
dan het dubbele van de referentiewaarde);
- LP (Low Platelets): Consumptie-trombocytopenie met een aantal bloedplaatjes < 100 x 10⁹/L (De
Jonge et al., 2025; Kennisclip MD-K 5.11 Pathofysiologie). Let op: bij 15–20% van de vrouwen met het
HELLP-syndroom ontbreekt voorafgaande hypertensie of proteïnurie (Kennisclip MD-K 5.11).
• Eclampsie: Het optreden van een of meer veralgemeende tonisch-clonische insulten (epileptische
aanvallen) tijdens de zwangerschap, baring of het kraambed bij een patiënte met een hypertensieve
aandoening, die niet kunnen worden toegeschreven aan andere neurologische oorzaken (zoals epilepsie
of een intracerebraal hematoom) (De Jonge et al., 2025; E-learning Hypertensie).
• Wittejassen- en Gemaskerde Hypertensie: Wittejassenhypertensie betreft verhoogde poliklinische
bloeddrukken met normale ambulante 24-uursmetingen (komt voor bij 25% van de zwangeren met
verhoogde polidruk). Gemaskerde hypertensie betreft een normale poliklinische druk met een
verhoogde thuis- of 24-uursmeting (NVOG, 2024).
Hoofdstuk 2. Pathofysiologie: Van Placentaire Hypoxie tot
Endotheelschade
Pre-eclampsie is primair een aandoening van de placenta met secundaire manifestatie in de maternale
systemische circulatie. De fysiologische ontwikkeling kent een klassiek twee-fasen model (Two-stage
model) (Kennisclip MD-K 5.11 Pathofysiologie; De Jonge et al., 2025).
Pagina 2 van 10