MD-K 5.8 Tractus Uropoëticus
Moduledoel 9. Je legt de fysiologie van de tractus uropoëticus en de relatie met de tensieregulatie
uit. Je legt de fysiologische veranderingen uit van de nieren en urinewegen tijdens de zwangerschap
en kraamperiode.
1. Inleiding en Anatomische Basis van de Tractus
Uropoëticus
De tractus uropoëticus (het urinewegstelsel) speelt een centrale, onmisbare rol in de menselijke
fysiologie door de handhaving van de plasmavolume-homeostase, de elektrolytenbalans, het zuur-base-
evenwicht en de exkreet-eliminatie van metabole afvalstoffen (Vander et al., 2022; Mfnp H11).
Daarnaast vervullen de nieren een cruciale klierfunctie via de secretie van hormonale factoren zoals
renine, erytropoëtine (EPO) en het actieve vitamine D (1,25-dihydroxyvitamine D3 / calcitriol) (Vander et
al., 2022).
Anatomisch bestaat het urinewegstelsel uit twee nieren (renes), twee urineleiders (ureteren), de
urineblaas (vesica urinaria) en de plasbuis (urethra) (Kennisclip MD-K 5.8 Anatomie; Mfnp H11). De
functionele en microscopische basiseenheid van de nier is het nefron. Elke menselijke nier bevat
ongeveer 1 tot 1,2 miljoen nefronen, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de glomerulaire filtratie,
tubulaire reabsorptie en tubulaire secretie (Vander et al., 2022).
1.1 De Micro-Anatomie van het Nefron
Het nefron is opgebouwd uit twee hoofdcomponenten: het renal corpusculum (lichaampje van
Malpighi) en het tubulussysteem (Vander et al., 2022; Mfnp H11):
Renal Corpusculum (Glomerulus & Kapsel van Bowman): Het glomerulus is een
hooggespecialiseerd kluwen van fenestrate capillairen dat wordt gevoed door de arteriola afferens
en wordt afgevoerd door de arteriola efferens. Om het glomerulus bevindt zich het kapsel van
Bowman. De podocyten (viscerale membraan) vormen samen met het gefenestreerde endotheel en
de glomerulaire basaalmembraan de drie-lagige filtratiebarrière, die water en kleine opgeloste
stoffen vrij doorlaat, maar cellen en grote plasma-eiwitten (zoals albumine) tegenhoudt (Vander et
al., 2022).
Tubulus Contortus Proximalis (PCT): Gelegen in de nierschors (cortex). Ongeveer 65–70% van het
gefiltreerde water, natrium (Na+), chloride (Cl-) en nagenoeg 100% van het gefiltreerde glucose en
de aminozuren worden hier iso-osmotisch heropgenomen via actieve Na+/K+-ATPase pompen en
cotransporters (SGLT2) (Vander et al., 2022).
Lis van Henle (Ansa Nephroni): Dringt diep door in het niermerg (medulla). Het dunne dalende been
is zeer permeabel voor water (via aquaporine-1), maar ondoorlaatbaar voor zouten. Het dikke
stijgende been (TAL) is juist volstrekt ondoorlaatbaar voor water, maar herbergt de actieve
Na+/K+/2Cl- cotransporter (NKCC2). Dit tegenstroomvermenigvuldigingsmechanisme opbouwt een
Onderwijsdocument Verloskunde — MD-K 5.8 Moduledoel 9
, MD-K 5.8 Tractus Uropoëticus | Fysiologie, Tensieregulatie & Zwangerschap
hyperosmotische medullaire gradiënt die essentieel is voor de latere urineconcentratie (Vander et
al., 2022; Mfnp H11).
Tubulus Contortus Distalis (DCT) & Verzamelbuis (Tubulus Colligens): Onder invloed van aldosteron
vindt in de distale tubulus en de hoofdcellen (principal cells) van de verzamelbuis de fijne regulatie
plaats van de natriumreabsorptie (via ENaC-kanalen) en kaliumsecretie. De intercalated cells
(tussenliggende cellen) reguleren de H+/HCO3- uitscheiding ten behoeve van het zuur-base-
evenwicht. De verzamelbuis is onder invloed van antidiuretisch hormoon (ADH / vasopressine)
variabel permeabel voor water via aquaporine-2 kanalen (Vander et al., 2022).
2. Renaale Fysiologie en de Relatie met Tensieregulatie
De nieren spelen de absolute sleutelrol bij de lange-termijn regulatie van de arteriële bloeddruk. Waar
het zenuwstelsel (baroreflex) de bloeddruk op de korte termijn (seconden tot minuten) bijstelt via acute
vaattonusveranderingen, sturen de nieren de bloeddruk op de lange termijn (uren tot dagen) via de
instelling van het circulerend plasma- en bloedvolume en de totale perifere vaatweerstand (SVR)
(Vander et al., 2022; Mfnp H11; MD-K 5.10 Bloeddrukregulatie).
2.1 Het Juxtaglomerulaire Apparaat (JGA)
Het juxtaglomerulaire apparaat (JGA) is een gespecialiseerde anatomische structuur op het contactpunt
tussen de arteriola afferens (en efferens) en de tubulus contortus distalis van hetzelfde nefron
(Kennisclip MD-K 5.8 Fysiologie; Vander et al., 2022). Het JGA bestaat uit twee cruciale celtypen:
Juxtaglomerulaire cellen (Granulaire cellen): Gespecialiseerde gladde spiercellen in de wand van de
arteriola afferens. Zij fungeren als intra-renale baroreceptoren die de rekkingsgraad en perfusiedruk
van de nierarterie registreren en synthetiseren/secerneren het enzym renine (Vander et al., 2022).
Macula Densa cellen: Gespecialiseerde epitheelcellen in de wand van de distale tubulus. Zij
registreren de natriumchloride-concentratie ([NaCl]) en de stroomsnelheid van het tubulusvocht.
Een daling in [NaCl] signaleert een verminderde GFR of een laag effectief circulerend volume, wat
aanleiding geeft tot paracriene stimulatie van de juxtaglomerulaire cellen om renine af te geven
(Vander et al., 2022; Mfnp H11).
2.2 Het Renine-Angiotensine-Aldosteron Systeem (RAAS)
Het RAAS-systeem is de voornaamste hormonale as waarmee het lichaam de systemische bloeddruk en
de natrium- en waterbalans handhaaft (Vander et al., 2022; MD-K 5.10 Bloeddrukregulatie):
1. Renine-afgifte: Renine wordt in de bloedbaan uitgescheiden getriggerd door drie prikkels: (a) daling
van de renale perfusiedruk/arteriële bloeddruk; (b) afname van de NaCl-belasting bij de macula densa;
(c) sympathische stimulatie via β1-adrenoreceptoren (Vander et al., 2022).
2. Angiotensinogeen naar Angiotensine I & II: Renine splitst het door de lever geproduceerde
precursor-eiwit angiotensinogeen om tot het inactieve decapeptide angiotensine I (Ang I). Het in het
vaatendotheel (met name in de longen) aanwezige Angiotensin-Converting Enzyme (ACE) zet Ang I
vervolgens om in het hoogactieve octapeptide angiotensine II (Ang II) (Vander et al., 2022; Mfnp H11).
Onderwijsdocument Verloskunde — MD-K 5.8 Moduledoel 9