Les 1
POL GESCHIEDENIS 3 LUIKEN
1) 1830-1963: van onafhankelijkheid tot taalwetten (begin federalisering)
- Fase van ontstaan van BE tot het eerste federaliseren van BE
- Eerste staatshervorming 1970 (begin 1960 => proces duurt lang)
- VL eco., financieel en bestuurskundig marginaal (zwak)
o Was een Franstalige staat en Franstalige elite
o Marginalisering heeft bewoners aangezet voor erkenning van gemeenschap en strijd
voor taalkundige en culturele erkenning
- Strijd Vlamingen voor erkenning Vlaamse gemeenschap & taal als integraal deel van BE
- In de rechtbank veroordeelt door een taal die je niet verstaat (FR)
- Strijd sterk aangewakkerd na WOI
o Oorzaak: Algemeen enkelvoudig stemrecht (iedereen had 1 stem) (1919) faciliteerde
opkomst partijen: Frontpartij na WOI, Vlaams Nationaal verbond vanaf 1936 (VL
bevolking was armer dan FRtalige, maar ze hadden meer electoraal gewicht)
o Oorzaak: manier dat de VL-soldaten geleden hebben tijdens de oorlog
- Strijd gecompromitteerd na WOII
o Samenwerking met Duitse bezetter
- Taalwetten: graduele erkenning Nederlands, ook als bestuurstaal
o Rechtbank (1873), administratie (1878), publieke scholen (1883), leger (1887), onderwijs
m.u.v. hoger onderwijs (1895) => begin gebruik NL
o Wet gelijke status talen (1898) en afschaffing Frans voor officiële communicatie in VL
(1932) => kamer en senaat = tweetalig
o Vastleggen van de taalgrens (1962-3)
Vanaf nu is een gemeente Franstaling of NL m.u.v. aantal gemeenten die
gekenmerkt zijn door tweetalig te zijn (Brussel)
Vroeger veranderde de gemeente de taalgrens a.d.h.v. de functie van de
bewoners (om de 10 jaar een volkstelling) => meerderheid FR of NL => deze taal
wordt in deze gemeente gesproken
Bewoners die het goed hadden in BRL verhuisde buiten BRL (daarom spreken ze
in steden rond BRL Frans)
Taalgrens is later de grens geworden van deelstaten die we hebben (Wallonië en
VL)
2) 1963 (taalgrens vastgelegd) -1995 (eerste verkiezingen van het VL en WL parlement, niet BRL-
parlement deze was al rechtstreeks verkozen voordien, de Duitse ook): federalisering
Redenen waarom VL hun eisen meer en meer op tafel zijn gaan leggen
- Omslag machtsverhoudingen NL taligen – FR taligen
o Marginale zwakke financiële, economische, politiek positie van Vlaanderen
Vanaf WOII sterke omslag van machtsverhoudingen
Economische ontwikkeling en dominantie van VL
o Economische dominantie VL
VL is historisch agrarisch => industrialisering gekomen => plaats gevonden in WL
(eerst) => gezorgd dat WL economisch en financieel domineerde
Overal reconversie (het proces waarbij een gebied, gebouw of sector een
nieuwe functie of bestemming krijgt om beter aan huidige behoeften te
voldoen) plaats gevonden
, Andere takken van economie sterk gegroeid zoals: haven van Antwerpen,
farmaceutica, tertiaire economie, …
VL was al numeriek dominant
Die kwam al in de jaren 60 doen voelen in het parlement
o Numerieke meerderheid parlement vanaf 1965 (zetels/kieskring op basis van volkstelling)
VL was altijd in de meerderheid (nu ook)
- NL taligen blijven echter attitude minderheid aannemen
o NLtaligen i.p.v. hun gewicht centraal uit te spelen => proberen om voor zichzelf een
domein af te bakenen (eigen materie voor cultuur, media, …)
o Willen federalisering culturele materie i.p.v. hun gewicht centraal uit te spelen
o Culturele autonomie
- Reactie Waals middenveld
o Had een probleem met groeiende VL => waren oké met dat VL alleen culturele
autonomie wouden en niet naar het centrum gericht werden
o WL wil economische autonomie (niet zoals NL = cultureel, …) => om WL terug
economisch op te bouwen
o Brusselse actoren (sterk FRtalig elite & FRtalige bevolking) => X doorgedreven
tweetaligheid
o Tegen groeiende greep VL op de politiek
o Republikeinse rode strekking voor regionalisering
- Brusselse reactie vooral op tweetaligheid gericht
o Brusselse FRtalige elite wil geen tweetaligheid
- Opkomst etnoregionalistische partijen
o Ontstaan nieuwe politieke partijen (kwamen op om de vertekeningen te vertolken)
Volksunie ontstaan 1950 (voorloper NVA)
Franstalige kant ‘Le rasomp vallont’ (economische autonomie)
FDF (WL)
o 3 soorten traditionele partijen in Belgische politiek (toen)
1) Christendemocraten
2) Socialistische partij
3) Liberalen (1896 => eerste partij in BE)
- Splitsing traditionele partijen
o Versterkt centrumvliedende tendens (tendens weg van het centrum/unitaire staat)
o Opeenvolging staathervorming vormen BE om tot een federatie (staat die bestaat uit
meerdere deelstaten of gewesten die samen één land vormen, maar elk een eigen
bevoegdheid en autonomie hebben)
o Ontstaan nieuw politiek
3) 1995-nu: post-federaliseringsfase
- Volwaardig federaal systeem (bestuursmodel waarin de macht verdeeld is tussen een nationale
(federale) overheid en deelstaten, die beide hun eigen regels en bevoegdheden hebben)
- Herziening conflict:
- Onopgeloste problemen winnen aan belang (worden belangrijker)
o Faciliteitengemeenten, verfransende eentalige gemeenten rondom Brussel, BHV, statuut
Vlamingen in BRL
o Door ruimte op de agenda en uitkristalliseren van deze problemen
- Socio-economische problemen winnen aan belang
o Socio-economische kwesties: interpersoonlijke solidariteit (foute of onterechte
solidariteit tussen deelstaten)
o Rol budgettaire krapte (o.a. ingegeven door steeds stijgende kost sociale zekerheid)
,HERPOSITIONERING ACTOREN
- Afkalving (afbreken) VU (Volksunie) leidt tot versplintering (uiteenvallen tot kleine delen)
NLtaligen partijlandschap
Opbod NLtaligen partijen rond communautaire issues (vraagstukken of conflicten tussen
verschillende taalgemeenschappen of gemeenschappen binnen één land) (politieke
spanningen of conflicten tussen taalgemeenschappen binnen een staat, vooral rond
bevoegdheden, identiteit en bestuur)
(‘Recent’ heropleving en vervolgens dominantie NVA)
- Verstrekt tot uiting van VL executieve (uitvoerend bestuur van de Vlaamse Gemeenschap en het
Vlaamse Gewest tussen 1981 en 1992) (later regering)
- Versterkt door ontkoppeling verkiezingen
o Asymmetrische regeringen => communautaire (gemeenschappelijk) competitie
o Alle staten een eigen verkiezingen hebben
- Kloof NLtalige politiek elite en publieke opinie (meer dan in FRtalige BE)
STAND VAN ZAKEN 2007
- Traditionele consensusstrategie (Politieke strategie waarbij beslissingen worden genomen op
basis van overleg en akkoord tussen alle betrokken partijen, in plaats van via meerderheid tegen
minderheid) werkt minder goed:
- Zero sum games (winst van de ene speler is gelijk aan het verlies van de andere => wat 1 krijgt,
verliest het ander (+1 -1 = 0)) minder gemakkelijk om te zetten naar de win win situaties gezien
budgettaire krapte
o Ook: niet meer gemakkelijke bevoegdheden verplaatsen zonder zware gevolgen
- Geen structurele communicatie (tussen partijen)
o FRtalige en NLtalige partijen ook publieke opinies
- Versnipperd NLtalige partijlandschap (FRtalige minder partijen maar ook versnipperd) =>
communautaire opbod
o Resoluties VL-parlement 1999:
Twee grote gemeenschappen/deelstaten die twee andere meebesturen;
verregaande fiscale en financiële autonomie; overheveling residuaire
bevoegdheden naar regio’s; recht op eigen grondwet; verregaande overheveling
resterende bevoegdheden
o Maddensdoctrine
VL partijen mogen geen extra bevoegdheden aan het federale niveau geven
zonder dat er tegelijk evenveel of meer macht aan VL wordt gegeven
“We geven pas iets als we er zelf iets uit krijgen”
o Vraag om onafhankelijkheid
QUO VADIS BELGICA?
- Stelt verdere overheveling bevoegdheden NLtalige politieke elite tevreden?
o Of komt er een verdere en finale ontmanteling van BE
- Behoudende krachten
o BRL
o Opleiding schuld
o Terughoudendheid EU en haar lidstaten
o VL-economie export georiënteerd
- Waar staan we bijna 20 jaar later
, o Belang supra- & internationale niveau: Oekraïne, Trump II (Groenland, NAVO)
ALGEMENE CONCLUSIE
- Ontwikkeling Belgische politiek kan grofweg in drie fasen gedeeld worden
- Huidige kwesties hebben historische wortels
- Alle federaties zijn complex, maar BE is zeer complex door dubbel niveau deelstaten en complexe
verdeling bevoegdheden
- Maakt het systeem instabiel, leidt tot permanente spanningen
- Oplossing 1: verbeteren federaal systeem
o Vergt switch politieke mentaliteit/dynamiek
- Oplossing 2: echte confederatie/onafhankelijkheid
o Vergt moeilijke politieke stappen (BRL, staatsschuld, EU, …)
EXAMEN
- Grote lijnen
- Uitleggen wrm iets is zoals het is
- Niet alles in detail
- Openvragen
- Jokervraag => 1 vraag van het examen openlaten (je krijgt 6 vragen op 5 moet je antwoorden)