MD-K 5.4 Oligo- en Polyhydramnion
Moduledoel 5: Uitwerking van de Pathofysiologie, Symptomen, Diagnostiek, Risico's en
Beleidsopties van Afwijkingen in het Vruchtwatervolume
Opleiding: Bachelor Verloskunde / Kennisdomein Onderwerp: Vruchtwaterregulatie, Oligo- &
MD-K 5 Polyhydramnion
Doelgroep: Verloskundigen, Klinisch Status: Volledige Uitwerking inclusief
Verloskundigen, AIOS Bronvermelding
Hoofdstuk 1: Fysiologie en regulatie van vruchtwater
Vruchtwater (liquor amnii) vormt een essentieel en dynamisch ecosysteem binnen de zwangerschap dat
zorgt voor de optimale bescherming, groei en mechanische ondersteuning van de foetus (Caroon,
Kennisclip Vruchtwater; De Jonge et al., 2025). Het volume en de samenstelling van het vruchtwater
veranderen continu gedurende de zwangerschap als resultaat van een complex samenspel tussen
foetale, placentaire en maternale vloeistofuitwisseling (Gilbert, Gabbe's Obstetrics; Moore et al., The
Developing Human).
1.1 Ontstaan en vloeistofstromen per trimester
In het eerste trimester vormt het vruchtwater zich al vroeg rondom de embryo. In dit stadium verlopen
de vochtstromen voornamelijk via drie passieve en actieve routes (Caroon, Kennisclip Vruchtwater):
Transmembrane flow: Actief transport van opgeloste stoffen vanuit de maternale circulatie via de
vruchtvliezen naar de vruchtzak, waarbij water de osmotische gradiënt volgt.
Intramembrane flow: Afscheiding van vocht door de placenta richting de vruchtzak aan de
binnenzijde van de amnionmembranen.
Transcutane flow: Vloeistofuitwisseling direct vanuit de foetale weefsels door de nog zeer dunne en
permeabele foetale huid. Pas wanneer de huid rond 20 weken keratiniseert, stopt deze transcutane
stroom.
Vanaf het tweede en derde trimester fysiologische verschuiving plaats naar actieve productie en
resorptie door de foetus zelf (Caroon, Kennisclip Vruchtwater; De Jonge et al., 2025):
Foetale Urineproductie (Hoofdbron van productie): Vanaf 12 weken beginnen de foetale nieren
urine te produceren. In het derde trimester kan deze urineproductie oplopen tot 700 tot 1000 ml
per dag (à terme gemiddeld 650-1200 ml/24u). Foetale urine is hypotoon en bevat elektrolyten,
ureum en creatinine.
Longvochtproductie: De foetale longen scheiden ongeveer 300 tot 350 ml longvocht per dag uit via
de trachea naar het vruchtwatercompartiment.
Pagina 1 van 8
, MD-K 5.4 Oligo- en Polyhydramnion | Academie Verloskunde
Foetaal Slikken (Hoofdbron van resorptie): De foetus drinkt dagelijks circa 500 tot 1000 ml
vruchtwater. Dit vocht wordt in het maagdarmkanaal opgenomen in de foetale circulatie, gefilterd
door de nieren of afgevoerd via de placenta naar de moeder.
Intramembrane Resorptie: Resorptie van vocht via de amnionmembranen direct naar de uteriene
capillairen van de moeder (~400 ml/dag).
1.2 Volume-opbouw en fysiologische functies
De hoeveelheid vruchtwater neemt geleidelijk toe tot een piek rond 32–34 weken zwangerschapsduur
(gemiddeld 800–1000 ml), waarna het volume naar de à terme datum toe licht afneemt tot 500–800 ml
(Caroon, Kennisclip Vruchtwater; De Jonge et al., 2025). Het vruchtwater vervult zeven cruciale
fysiologische functies:
Fysiologische Functies van Vruchtwater (Caroon, 2025; De Jonge et al., 2025)
• Longontwikkeling: Vruchtwater en foetale adembewegingen zorgen voor uitrekking van het
alveolaire weefsel. Ontbreken van vruchtwater leidt tot longhypoplasie.
• Maagdarmontwikkeling: Het inslikken van vruchtwater stimuleert de passage en ontwikkeling van
het maagdarmkanaal en leidt tot opbouw van meconium.
• Bescherming tegen Traumata: Werkt als een schokbreker tegen externe mechanische krachten op
de moederlijke buik.
• Voorkomen van Navelstrengcompressie: Biedt een stootkussen rondom de navelstreng, waardoor
de uteroplacentaire bloeddoorstroming gewaarborgd blijft.
• Ruimte voor Groei en Beweging: Maakt symmetrische foetale groei en spier/skeletontwikkeling
mogelijk en voorkomt extremiteitencontracturen.
• Bacteriostatische Werking: Bevat antimicrobiële eiwitten en peptiden die opstijgende infecties
remmen.
• Temperatuurregulatie: Zorgt voor een constante thermische omgeving rondom de foetus.
Hoofdstuk 2: Diagnostiek en volumemeting van vruchtwater
De beoordeling van het vruchtwatervolume vindt plaats via klinisch uitwendig onderzoek gecombineerd
met echografische kwalitatieve en kwantitatieve metingen (De Jonge et al., 2025; Gilbert, Gabbe's
Obstetrics).
2.1 Echografische Meettechnieken: SDVP versus AFI
In de klinische praktijk worden twee primaire echografische maten gehanteerd voor de kwantificering
van het vruchtwatervolume (Caroon, Kennisclip Vruchtwater; De Jonge et al., 2025):
Single Deepest Vertical Pocket (SDVP / MVP): De diepste verticale pocket vruchtwater vrij van
navelstreng en kindsdelen, gemeten in een loodrecht scanvlak. Normaalwaarde: 2 tot 8 cm. Een
SDVP < 2 cm definieert oligohydramnion; een SDVP > 8 cm definieert polyhydramnion.
Pagina 2 van 8