OPLEIDING VERLOSKUNDE – MODULE 5
MD-K 5.2 Afwijkingen aan placenta, vliezen en
navelstreng
Moduledoel 2: Grondige uitwerking van risicofactoren, symptomen, diagnostiek, risico's en
verloskundige beleidsopties bij afwijkingen aan (de locatie van) de placenta, vliezen en navelstreng.
1. Inleiding en Fysiologische Context
Afwijkingen aan de placenta, vliezen en navelstreng behoren tot de belangrijkste oorzaken van
obstetrische complicaties en vaginaal bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap (De Jonge et
al., 2024). Een adequate ontwikkeling en lokalisatie van de utero-placentaire unit is cruciaal voor de
foetale zuurstof- en voedingsstoffenvoorziening, evenals voor het veilig verlopen van de baring.
Ongeveer 40% van de gevallen van vaginaal bloedverlies in de zwangerschap blijft klinisch onverklaard,
maar bij het overige deel spelen specifieke placentaire of umbilicale pathologieën een doorslaggevende
rol (Kruit & Roon, 2025; NVOG, 2015).
Tijdens een fysiologische zwangerschap sublimeert het trophoblastweefsel in de decidua basalis tot aan
de Nitabuch-laag (een fibreuze grenslaag van de decidua). Tussen week 12 en 18 vindt ingrijpende
hervorming plaats van de spiraalarteriën in het myometrium, waardoor een lage-weerstandscirculatie
met een hoog debiet ontstaat in de intervilleuze ruimte (Gabbe et al., 2022). Stoornissen in dit
innestelingsproces, littekens in het myometrium of afwijkingen bij de aanleg van de hechtsteel leiden tot
klinische ziektebeelden zoals placenta praevia, het placenta accreta spectrum (PAS), abruptio placentae,
vasa praevia en navelstrengprolaps. Dit onderwijsdocument biedt een gedetailleerde, evidence-based
uitwerking van Moduledoel 2 ten behoeve van de verloskundige beroepsuitoefening.
Kernprincipe bij vaginaal bloedverlies in de 2e/3e helft: Verricht nooit routinematig een vaginaal
toucher bij onbekende placentalokalisatie! Een inwendig onderzoek bij een onvoorziene placenta
praevia of vasa praevia kan een fatale, profuse bloeding of foetale verbloeding veroorzaken (De Jonge
et al., 2024; Kruit & Roon, 2025).
2. Placentatielokalisatie en Invasieafwijkingen
2.1 Placenta Praevia en Laagliggende Placenta
Definitie: Van een placenta praevia is sprake wanneer de placenta geïmplanteerd is in het onderste
uterussegment en het ostium internum van de cervix geheel of gedeeltelijk bedekt, dan wel binnen een
afstand van 20 mm daarvandaan ligt (NVOG, 2015; De Jonge et al., 2024). De incidentie bedraagt circa
Pagina 1
, MD-K 5.2 Afwijkingen Placenta, Vliezen en Navelstreng | Kennisdocument
0,3% tot 0,5% van alle zwangerschappen en vormt verantwoordelijk voor ruim 20% van alle gevallen van
vaginaal bloedverlies in de tweede zwangerschapshelft.
Indeling van Placenta Praevia (NVOG & FMS Richtlijnen):
1. Placenta Praevia Totalis: De placenta bedekt het ostium internum uteri volledig.
2. Placenta Praevia Partialis / Lateralis: De placenta bedekt het ostium internum gedeeltelijk.
3. Placenta Praevia Marginalis: De rand van de placenta reikt precies tot aan het ostium internum
(afstand 0 mm), maar bedekt deze niet.
4. Laagliggende Placenta (Low-lying placenta): De placentarand bevindt zich minder dan 20 mm van het
ostium internum, maar reikt er niet aan.
Risicofactoren
De exacte etiologie van placenta praevia is onbekend, maar de belangrijkste risicofactor is de
aanwezigheid van een uteruslitteken. De belangrijkste risicofactoren omvatten (De Jonge et al., 2024;
Gabbe et al., 2022):
Sectio caesarea in de voorgeschiedenis: Verhoogt het risico aanzienlijk (OR 1,59; 95%-BI 1,21–2,08).
Bij vrouwen met 4 of meer voorgaande keizersneden stijgt de Odds Ratio zelfs naar 8,76 (95%-BI
1,58–48,53).
Overige uteriene chirurgie: Eerdere curettage, myoomenucleatie of hysteroscopische ingrepen.
Toegenomen maternale leeftijd en pariteit: Hogere incidentie bij zwangeren > 35 jaar en
multiparae.
Assisted Reproductive Technology (IVF/ICSI): Infertiliteitsbehandelingen verhogen het risico (OR
3,7; 95%-BI 2,7–5,2).
Maternale leefstijl en meerlingen: Roken (OR 1,42) en meerlingzwangerschappen (groter
placentaoppervlak).
Symptomatologie en Diagnostiek
Het klassieke symptoom van placenta praevia is recidiverend, pijnloos, helderrood vaginaal
bloedverlies. Dit bloedverlies ontstaat in de tweede helft van de zwangerschap doordat het onderste
uterussegment zich vormt en oprekt, waardoor de overliggende placenta scheurt van de decidua. Dit
kan op zichzelf weer progesteron- en prostaglandineafgifte stimuleren en prematuur weeënactiviteit
uitlokken (Kruit & Roon, 2025).
Bij obstetrisch onderzoek valt op dat het voorliggende deel hoogstaand en beweeglijk blijft boven de
bekkeningang (cbbbi/hbbbi) of dat er sprake is van een afwijkende foetale ligging (stuit- of
dwarsligging). Indien het kopje volledig is ingedaald, is een placenta praevia vrijwel uitgesloten (De
Jonge et al., 2024).
Goudstandaard Diagnostiek: Transvaginale echoscopie (TVE) is de meest betrouwbare en veilige
methode om de exacte afstand tussen de placentarand en het ostium internum te meten. Meer dan
Pagina 2