reflectie
Naam student
Zuyd Hogeschool te Heerlen
HBO-Verpleegkunde
Docentbegeleider
Praktijkleerplaats
Praktijkbegeleider
29-03-2026, versie 1
Maximaal aantal pagina’s: 20
,Voorwoord
Binnen module 9 integratie van de opleiding verpleegkunde aan Zuyd Hogeschool te Heerlen
heb ik de opdracht gekregen om tijdens de praktijkleerperiode een onderbouwde reflectie te
schrijven aan de hand van een midden tot hoog complexe casuïstiek. Met behulp van de
complexiteit in de verpleegsituatie is er vast gesteld dat de gekozen casuïstiek midden tot
hoog complex is (zie bijlage 1).
Ik heb de gelegenheid gekregen om binnen (naam van de praktijkleerplaats )te
mogen praktijkleren. Voor de opdracht wordt er diepgang gebracht bij een patiënt.
De onderbouwde reflectie staat gekoppeld aan praktijkleren. Binnen dit verslag komt
de casus van meneer in kaart die bekend is met onder andere de ziekte van Parkinson,
Diabetes Mellitus type 2 en chronische veneuze insufficiëntie. Ik zal het verpleegkundig
proces doorlopen van het begin met de voorbereiding van zorg tot het einde met de evaluatie
van zorg, waarin het proces shared desicion making centraal staat. Bovendien wordt er
gebruik gemaakt van evidence based practice voor het opzoeken van verdieping.
De opdracht wordt door de docent van school beoordeeld aan de hand van de rubric
waarbij mijn stagebegeleidster mij feedback geven op de onderbouwde reflectie door middel
van een formulier.
Graag zou ik mijn stagebegeleidster (naam stagebeleidster), mijn collega’s van de
(team van praktijkleerplaats )en mijn docent (naam docent )willen bedanken voor alle hulp
tijdens de stage en de feedback en tips die zij mij hebben gegeven.
Ik wens u veel leesplezier tijdens het lezen van de onderbouwde reflectie.
Plaats, datum
Naam Student
,Inhoud
Voorwoord.............................................................................................................. 1
Inleiding.................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 1. Voorbereiden van zorg.......................................................................5
1.1 Anamnese.................................................................................................... 5
1.2 Verpleegkundige diagnosen.........................................................................7
Hypothetische diagnosen............................................................................... 7
Definitieve diagnosen..................................................................................... 8
1.3 Doelen........................................................................................................ 10
1.4 Interventies................................................................................................ 10
Hoofdstuk 2. Uitvoeren van zorg..........................................................................12
2.1 Theorie....................................................................................................... 12
2.2 Praktijk....................................................................................................... 13
Hoofdstuk 3. Evalueren van zorg..........................................................................15
3.1 Productevaluatie......................................................................................... 15
3.2 Procesevaluatie.......................................................................................... 16
3.3 Structuurevaluatie...................................................................................... 17
Hoofdstuk 4. Nabeschouwing............................................................................... 18
4.1 Conclusie.................................................................................................... 18
4.2 Aanbevelingen............................................................................................ 19
Literatuurlijst........................................................................................................ 20
Reflectieverslag.................................................................................................... 23
Bijlagen................................................................................................................ 26
1. Verpleegplan................................................................................................ 26
2. Medicatieoverzicht....................................................................................... 33
3. Complexiteitschaal....................................................................................... 37
4. Meetinstrument EDIZ.................................................................................... 39
5. Meetinstrument valrisico.............................................................................. 41
6. Advies beoordeling onderbouwde reflectie praktijk......................................42
7. Beoordelingsformulier competenties praktijkleren.......................................43
, Inleiding
Neurologische aandoeningen zijn problemen aan het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel kan
onderverdeeld worden in het centrale- en perifere zenuwstelsel. Het centrale zenuwstelsel
bestaande uit de hersenen en het ruggenmerg bestaat, integreert en coördineert de
verwerking van de sensorische informatie en het doorgeven van de impulsen naar de
spieren. Het perifere zenuwstelsel omvat alle zenuwweefsel buiten het centrale zenuwstelsel
(Bartholomew & Martini, 2020).
Een van de veelvoorkomende neurologische aandoening welke primair is in het
centrale zenuwstelsel is de ziekte van Parkinson. De ziekte van Parkinson is progressieve
neurodegeneratieve aandoening welke wereldwijd miljoenen mensen betreft. De ziekte van
Parkinson wordt gekenmerkt door zowel motorische als niet motorische symptomen met de
meest voorkomende symptoom de ernstige bewegingsstoornis. De aandoening ontstaat door
het verlies van de dopaminerge neuronen en de ophoping van de alfa-synucleïne. Alfa-
synucleïne is een eiwit welke van nature overvloedig aanwezig is in de hersenen en
zenuwcellen (IJRASET, 2024)
De meeste recente cijfers met betrekking tot de prevalentie van Parkinson binnen de
Nederlandse bevolking lijken afkomstig uit 2024. Uit onderzoek blijkt dat in 2024 in totaal
56.300 mensen uit de Nederlandse bevolking leden aan de ziekte van Parkinson (RIVM,
2026c). Deze patiëntengroep werd opgedeeld in 34.500 vrouwen en 21.800 mannen (RIVM,
2026c). Daarnaast tonen de cijfers een incidentie van 6.400 nieuwe patiënten met Parkinson
in 2024 BRON, waarvan 4.000 mannen en 2.360 vrouwen (RIVM, 2026c).
Verschillende factoren kunnen het risico op ontwikkelen van de ziekte van Parkinson
verhogen. De omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan bepaalde toxische stoffen, worden
geassocieerd met een verhoogd risico op Parkinson. Daarbij speelt mogelijk de erfelijke of
genetische factoren een rol, met name wanneer Parkinson op een jonge leeftijd zich
manifesteert (Dudink et al., 2021).
Diabetes Mellitus type 2 leidt tot lichaamscellen die resistenter worden voor de
insuline en in veel gevallen is er een sprake van verminderde productie van insuline. Voor
Diabetes Mellitus type 2 zijn er verschillende risicofactoren geïdentificeerd, waaronder een
hogere leeftijd, niet-westerse afkomst en een erfelijke aanleg. Daarbij spelen de
leefstijlfactoren een rol zoals overgewicht of obesitas, lichamelijke inactiviteit, ongezonde
voeding en roken. Daarbij een voorgeschiedenis heeft van zwangerschapsdiabetes,
hypertensie, hypercholesterolemie en het gebruik van bepaalde medicatie verhoogt het risico
op DM2 (Dudink et al., 2021). De meest recentelijke cijfers met betrekking tot de prevalentie
tonen aan dat binnen Nederland naar schatting 1.189.900 mensen bekend zijn met diabetes