Je kent de definitie van psychologie als wetenschap.
Je kent het verschil tussen zinvolle en zinloze stimuli en reacties en kan
deze in een voorbeeld herkennen.
Je kent de 3 criteria voor wetenschappelijkheid en kan een voorbeeld van
onderzoek hieraan aftoetsen.
Je kent de 5 stappen van de wetenschappelijke procedure en kan deze
herkennen in een voorbeeld
1.1 een definitie van psychologie
Psychologie = een wetenschappelijke studie v.h. gedrag en de onderliggende
mentale processen
1.2 wat maakt psychologie tot een wetenschap?
1.2.1 CRITERIA (3)
- objectief waarneembaar
o iedereen heeft dezelfde ondervindingen onafhankelijk vd
onderzoeker (bv aantal mensen tellen in een aula)
- systematisch observatie
o methode van observatie ligt van tevoren vast (strengheid docenten
nagaan a.d.h.v. gebuisden ih 1ste jaar)
- eenduidige verklaring
- Dat er maar 1 duidelijke concrete verklaring is (bv: als er iets valt
zwaartekracht, MAAR bij het aantal gebuisden kan het ook aan: de
opstelling vd vragen liggen, genoeg gestudeerd,…)
1.2.2 WETENSCHAPPELIJKE METHODE (ZIMBARDO ’22)
= een wetenschappelijke manier om het verband tss feiten te verklaren op een
manier dat ze toetsbaar zijn
Hypothese = een veronderstelling (mensen met rode trui drinken meer
alcohol)
Experiment (verband onderzoeken in een gecontroleerd experiment)
Variabele = feiten die variëren afhankelijk van een aantal
condities
onafhankelijke variabele = variabele die je kan wisselen
rode trui afhankelijke variabele = de uitkomst, wat je meet
alcoholconsumptie
Kijken of een variabele ergens vanaf hangt ‘de mate van
alcohol hangt af van de trui die ze aanhebben’
Resultaten (verzamelen v.d. onderzoeksresultaten op een objectieve
manier)
, hypothese al dan niet bevestigen analyse v.d. gegevens m.b.v.
statistische methodes
bekend maken en bediscussiëren
1. representativiteit = is de steekproef wel een goede vertegenwoordiging vd
populatie
2. significatie = gaat over de sterkte tss 2 variabele. In de mate waarin de
onafhankelijke variabele de afhankelijke beïnvloedt wel voldoende? Toeval?
Bv: in groep A volgt de les en groep B niet, er is maar 1
persoon meer geslaagd van groep A tegenover groep B nt
significant genoeg
3. betrouwbaarheid = moest je het experiment later doen, bekom je dan
dezelfde resultaten?
4. Validiteit = meten wat je wil weten: begrippen goed vertaald in je
experiment? Begrippen uit de theorie wel echt gemeten?
Een onderzoek is niet betrouwbaar als er invloed is van toevallige factoren
1.2.3 DOELSTELLINGEN VAN DE PSYCHOLOGIE
1.2.3.1 Theoretische psychologie
- Wetenschappelijke denkwijze belangrijk + DOEL = algemene uitspraken of
wetmatigheden over gedragingen formuleren
De theoretische psychologie heeft drie doelstellingen:
1. Beschrijven: vooraleer een onderzoeker vragen kan beantwoorden moet
hij de fenomenen eerst nauwkeurig omschrijven
2. Verklaren: oorzaken van verschijnsels opzoeken
3. voorspellen: Als de psycholoog de oorzaak kent, weet hij dat de gevolgen
zich herhalen bij herhaling van de oorzaak. Hoewel veel gedrag
voorspelbaar is, blijft volledig vastleggen in wetmatigheden onmogelijk,
omdat elke mens uniek is.
1.2.3.2 Toegepaste psychologie
DOEL: het gedrag beïnvloeden
Diepgaande kennis van menselijk gedrag biedt praktijkgerichte orthopedagogen
een basis om verandering te begeleiden. Zij nemen theorieën kritisch op en
passen ze kritisch toe.
1.3 EEN DEFINITIE VAN GEDRAG
Gedrag = een zinvolle reactie op een zinvolle stimulus
,ONDERSCHEID BETEKENISLOZE EN ZINVOLLE STIMULUS EN REACTIE
zinloos VS zinvol
Alle reacties die we niet onder controle hebben is zinloos, al de rest zinvol. Als je
betekenis geeft aan een stimulus, dan is die zinvol
1 Er is veel wind (betekenisloos, zinloos)
2 Ik vind veel wind onaangenaam (betekenisvol, zinvol)
3 je been opheffen tijdens het wandelen zodat je niet over een tak valt = zinvol
4 Je pupillen die groter w wanneer het licht uitgaat = zinloos
Automatische fysiologische reactie VS zinvolle reactie
- Ik krijg kippenvel van de sensatie vd wind op mijn huid (fysiologische
reactie)
- Ik blijf nt stilstaan in die wind, ik wandel nr een aangenamere plek.
(zinvolle reactie)
ONDERSCHEID OBJECTIEF WAARNEEMBAAR EB INTERPRETATIE
objectief waarneembaar = zelf interpreteren & voort gaan op subjectieve info
die de persoon ons geeft (bv stimulus en fysiologische reactie)
- We zien alleen het waarneembare gedrag, maar het interne proces van
prikkel naar betekenisvolle reactie behoort nt tot dat objectief
waarneembare terrein. Daardoor interpreteren we vaak te snel zonder
genoeg te weten waarop die interpretatie eigenlijk gebaseerd is.
bv: Ik vertel een spannend verhaal en zie een student rillen. Ik denk dat dit
door de spanning komt. Even later gaat ze weg, en ik besluit straks te vragen
of alles in orde is. Later hoor ik dat ze gewoon wegging omdat het te koud
was.
1 Wanneer is een stimulus zinvol?
- Een stimulus is zinvol wanneer de persoon er betekenis aan geeft.
2 Wanneer is een reactie betekenisloos?
- Een reactie is betekenisloos wanneer het gaat om een automatische
fysiologische reactie die nt bewust of onbewust gekozen w door de
persoon (bv kippenvel vd koud)
, 3 “Elke lichamelijke of fysiologische reactie (bv.: versnelling hartslag) is
zinloos.” Is deze uitspraak waar of niet waar? Verklaar waarom.
- Waar, de fysiologische reactie is automatisch en krijgt pas betekenis als de
persoon er zelf een interpretatie of bewuste reactie aan koppelt. Op
zichzelf dus zinloos want gn bewuste keuze/ betekenisgeving
Opdracht 3
Het Milgram-experiment ‘60 onderzocht gehoorzaamheid: proefpersonen gaven
op instructie van een onderzoeker elektrische schokken aan een ander, en de
meeste gingen door tot het maximum, ondanks hun bezorgdheid. ze luisteren
dus naar de man in de witte jas
Wat zijn hier de afhankelijke en de onafhankelijke variabelen?
- Onafhankelijke variabele: instructie van de autoriteit (onderzoeker in
witte jas).
- Afhankelijke variabele: aantal gegeven elektrische schokken door de
proefpersoon.
Voldoet het experiment aan de drie criteria van wetenschappelijkheid?
- Objectief waarneembaar: ja, aantal schokken is meetbaar en
onafhankelijk van de onderzoeker.
- Systematisch: ja, procedure en instructies waren vooraf vastgelegd.
- Eenduidige verklaring: gedeeltelijk, gehoorzaamheid kan beïnvloed
worden door andere factoren, maar hoofdfocus ligt op autoriteit. je kan
niet alle variabele bij de mensen uitschakelen bv: sommige mensen vinden
het ook gwn leuk om mensen pijn te doen
Welke hypothese wilde men toetsen in het originele experiment van Milgram?
Werd de hypothese bevestigd?
- Hypothese: mensen volgen de instructies van een autoriteit, ook als dit
schade veroorzaakt aan een ander.
- Resultaat: bevestigd; de meeste proefpersonen gaven schokken tot het
maximum ondanks hun bezorgdheid.
Opdracht 4
Positieve correlatie = als de ene variabele toeneemt, dan neemt de andere
ook toe
Bv: hoe meer je studeert, hoe hoger je cijfer
Negatieve correlatie = als de ene variabele afneemt, dan neemt de andere toe
& andersom
Bv: hoe meer je tv kijkt, hoe lager je cijfer
Correlatie = samenhang/verband
Verband vs causaal verband