Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 78 pages
Summary

Samenvatting filosofie voor tandartsen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 78 pages

Samenvatting van de cursusteksten + powerpoints + aantekeningen uit de les

Content preview

Filosofie
Inleiding: Wat is filosofie? Rode draad van de cursus.
1. Wat is Filosofie?
 Is al een heel filosofische vraag.
 Wanneer men een stap terugzet van wat men doet, gaat reflecteren/nadenken over wat men
doet= filosofie
 Afstand nemen van het onmiddellijke filosoof
 Stellen vragen die geen voor de hand liggende methodologie hebben om ze op te lossen geen
vaste methodologie

Definitie:
De filosofie is een radicaal-kritische reflectie die het bekende vreemd en het vreemde
bekend maakt.

1. Radicaal
 < Radix (Latijn)= wortel grondig, fundamenteel en diepgravend
 Filosofie gaat tot in de diepte (houdt zich niet bezig met opp. fenomenen)
 Niets is heilig, niets is off-limits
 Vragen bevinden zich op theoretisch niveau
 Vragen hebben niet meteen een praktische uitwerking, eerder een theoretisch zaken naar de
waarheid praktische bekommernissen aan de kant zetten.
 Extreme, ongehoorde en soms zelfs immorele standpunten innemen om hun consequenties te
doordenken

Tegenwerping: het is een typisch kenmerk van een groot denker – van welke discipline dan ook – dat
die op een radicaal nieuwe manier naar de materie kijkt.

2. Kritisch
 < Uit elkaar halen/ordenen (Grieks)
 Kritisch persoon: iemand die onderscheidt kan maken, inzien dat er belangrijke verschillen tussen
bepaalde dingen zijn, alles op de juiste plaats plaatsen
 Filosofen vrezen niet om opnieuw te beginnen, zonder respect voor verleden/traditie

Hangt nauw samen met conceptuele analyse: een groot begrip (vb. ziekte), in kleinere groepen
opdelen (schadelijke dysfunctie van een orgaan)
 Kritische geest: iets wat samen wordt gehouden door anderen, netjes uit elkaar halen.

Tegenwerping: deze def. Lijkt te suggereren dat andere denkers onvoldoende onderscheidt maken
tussen begrippen lijkt manifest onwaar.


3. Reflectie
 Filosofie: complentatieve activiteit waar men nadenkt.
 Filosofen proberen in gedachten om te zetten wat er in de werkelijkheid is gebeurd.
(Ze komen dus altijd wat te laat)
 De meeste zijn geen revolutionairen die de wereld gaan veranderen
 Proberen wereld te begrijpen
 Taak van filosoof: alles niet begrijpen/ niet om grote veranderingen teweeg te brengen.



1

,Tegenwerping: vanuit zijn of haar discipline zal iedere wetenschappen evenzeer nadenken over wat
er precies aan het gebeuren is filosofen zijn niet de enige die nadenken/ reflecteren.

4. Het bekende vreemd maken
 Volgens Plato (1 v/d eerste grote filosofen): filosofie begint bij het verwonderen over dingen.
 Verwondering begin van filosofie: ervaring van bevreemding
 Perplex staan voor wat eerst helder en duidelijk was, wat anderen als vanzelfsprekend zien gaat
de filosoof proberen opnieuw te problematiseren.
 Verwondering als begin van de filosoof/ ook als BEGINSEL
 Iemand die stopt met verwondering niet meer met filosofie bezig (als men denkt de waarheid
te hebben staat men van de filosofie af)
 Filosoof moet kritisch staan t.o.v. heersende opvattingen, OOK t.o.v. zichzelf moet zichzelf
ondervragen/mag niet dogmatisch worden.

5. Het vreemde bekend
 Filosofen: antwoorden vinden om moeilijke vragen
 Breekt niet enkel af, bouwt terug op
 Friedrich Nietzsche: vgl. van de mentale arbeid van de goede filosoof met een kind dat
zandkastelen bouwt: speelse liefde voor de activiteit van het scheppen, geen tranen wanneer het
bouwsel instort

Besluit: de definitie is klassiek maar niet goed (zie tegenworpen)
+ we kunnen ook stellen dat niet alle filosofen even kritisch waren
 Voor Augustinus van Hango/ Thomas van Aquino: Bijbel een bron van autoriteit
 Voor moderne denkers: René Descartes en Immanuel Kant: natuurwetenschappen betrouwbaar
 Volgens de definitie zouden veel filosofen geen filosoof zijn/ en niet-filosofen zouden plots
filosoof zijn.
 Foute benadering


2. Filosofie en haar anderen: wetenschap, kunst en religie Religie, Kunst, Wetenschap
Goede definitie: grenst goed af filosofie onderscheiden van haar anderen

1. Religie
 Eerste Griekse filosofen braken met de traditionele mythologie, begonnen zelf na te denken
religie te veel gebaseerd op een autoriteit extern aan hunzelf
 Eerste filosofen: maakten nog vaak gebruik van mythologische termen/ideeën
 Ze nemen deze ideeën niet aan o.b.v. een traditie of omwille van gezaghebbende figuren.
 Deze houding t.o.v. de godsdienst zal niet steeds worden vastgehouden, wanneer het
Christendom aan autoriteit wint in Europa houding aanpassen.
- Filosofie als stem binnen het christendom
- Sommigen eerder strikte scheiding tussen filosofie en christendom.
- Andere houding: filosofie een belangrijke voorbereiding op het christendom

2. Kunst
 Filosofie moeilijke relatie met kunst
 Kunst krijgt makkelijk een gehoor/ er wordt makkelijk geluisterd naar zij die goed en mooi
spreken
 Plato  ging kunstenaars verbannen uit zijn ideale staat.
 Volgens filosofen: kunst niet gericht op waarheid, enkel op schoonheid.
 Filosofen voelen zich verheven boven de kunst omdat zij liefhebbers van de waarheid zijn.
3. Wetenschap
2

, Filosofie keert steeds terug op dezelfde vragen
 Wetenschap: wanneer er iets verklaard is, heeft het geen belang om de oorspronkelijke vraag
opnieuw te stellen
 Vanaf de oudheid: filosofie als de koning van de wetenschap
 Ze was het uiteindelijke object van de kennis, en zij gaf de grond voor wetenschappelijke
kennis.
 Vanaf moderne tijd  filosofie meer in gesprek met de wetenschap de nieuwe wetenschap zal
enorme vooruitgang boeken.
 Filosofie gaat zich gemarginaliseerd voelen
 Vroege moderniteit: filosofie een grondslag pogen te geven voor het succes van de
wetenschap
 Wanneer eeuwen vorderen: filosofie wordt als overbodig verklaard door de wetenschap (vb.
positivisme)

Besluit: deze geven ons eigenlijk alleen maar mee hoe filosofie zich historisch heeft onderscheiden
van andere domeinen in de werkelijkheid.
 Grieken: filosofie= niet-religie
 Middeleeuwers: filosofie= voorbereiding op het christendom
 Moderne: filosofie= grond voor de wetenschap
 Vandaag: filosofie= alles wat geen positieve wetenschap is.
 Filosofie lijkt plastische discipline: neemt andere vorm aan doorheen de gesch.
 Geen behulpzame def.
3. Maakt filosofie vooruitgang?
Filosofie definiëren a.d.h.v. haar beginsel= verwondering
 Filosofie blijft steeds hangen bij dezelfde vragen/kwesties, ze stelt steeds opnieuw dezelfde
vragen
 Natuurwetenschap keert niet terug op een vraag wanneer het antwoord reeds gevonden is.
 Positieve wetenschap zegt dat filosofie een ‘vooruitgang loze’ wetenschap is: ze komt al 20
eeuwen geen meter vooruit.
 Deze zal met fel protest onthaald worden door de filosofen.
 Filosofen: filosofie als verbetering op de filosofie van het verleden, wetenschap bouwt verder op
het werk van hun voorgangers (Newton: wij kunnen verder zien omdat we op de schouders staan
van reuzen)
 Filosofie: begint helemaal opnieuw, sloopt hun voorgangers en bouwen hun eigen systeem
 Filosofie boekt geen vooruitgang op dezelfde manier als de wetenschap, wilt niet zeggen dat er
helemaal geen vooruitgang is

G.W.F Hegel= Filosoof die het meest invloedrijk heeft nagedacht over vooruitgang/ontwikkeling in de
filosofie
 Volgens hem: iedere filosoof zijn tijd omgezet in gedachten.
 Filosofen= spreekbuis voor het denken van hun tijd.
 Het denken stuurt doorheen de geschiedenis zichzelf voort en gaat zo denken met ieder passend
tijdperk een stap voorwaarts zetten.
 Filosofie boekt vooruitgang doordat ze moeilijke vragen op een meer verfijnde manier kunnen
benaderen




Filosofie beter geen vooruitgang


3

,  Wanneer men vooruitgang maat, moet men op 1 of andere manier een doel voor ogen hebben
waar men naartoe werkt.
 Doel bereikt= filosofie stopt (+ stopt dialoog en het gesprek)
 Het aanhouden van het gesprek is net het doel van de filosofie: aanhoudend nieuwe visies
omarmen, zichzelf verrijken/verfijnen
 Attitude filosoof: altijd ervan uitgaan dat je iets te leren hebt van je conversatiepartner.
 Vooruitgang zou een gevaarlijk idee kunnen zijn

Lets-Britse politieke filosoof Berlin
 Waarschuwde voor een houding waarbij men denkt dat er ergens een eindoplossing/ een
uiteindelijk doel van de geschiedenis, te vinden is.

Besluit
Filosofie boekt geen vooruitgang in de normale zin van dit woord.
 Doorheen de eeuwen slaagt ze er wel in om juister te spreken, betere onderscheiden te maken.
Andere manier van vooruitgang.

4. Methodes en deeldomeinen
Filosofie wordt opgedeeld in aantal deeldomeinen:
 Metafysica (wat kan is zijn?)
 Epistemologie (wat kan ik weten?)
 Ethiek (wat moet ik doen?)
 Logica (hoe moet ik nadenken?)
 + heel wat anderen, deze vallen te plaatsen onder 1 v/d bovenstaande
 Binnen deze domeinen geldt +/- dezelfde methodes: logische argumentatie,
conceptuele analyse, mentale intuïties, gedachte-experiment
1. Metafysica
 Belangrijkste deeldomein van de filosofie
 Meest algemene poging om wijs te worden over alles op hemel/aarde
 Term < Aristotoles (Griekse wijsheer) < Andronicus van Rhodes gaf deze term aan de verzameling
van de 4 ≠ kleinere geschriften van de hand van Aristotoles, boeken die na de boeken over de
fysica kwamen.
 Aristotoles + zijn intellectuele vader Plato  vader van de metafysica

Metafysica als eerste filosofie
 Niet omdat zij het eerste is wat mensen doen, maar omdat zij het fundament biedt voor al het
andere te begrijpen.
 1ste in de orde van bergrijpen
 Je begint met te weten wat de grond/aard is van al wat is
 Aristotoles: we hebben een wetenschap nodig die het zijn als het zijn bestudeerd: we
onderzoeken niet een bepaald zijnde (boom, mens, weer) maar het zijn op zich.
 Parmendis van Elea: het prille begin van de metafysica:
- Vooronderstelling dat het zijn op zich iets standvastig moet zijn, niet onderhevig aan
verandering, kan begrepen worden, valt niet te herleiden tot de wereld van veranderlijke
dingen. (Denk hier aan Aristotoles zijn ordeningsprincipe)
 ‘Meta’ (Grieks) < iets komt in temporele zin na iets anders, kan ook ‘voorbij’ of ‘aan gene zijde
van’ betekenen
 Metafysica bestudeerd ook dingen die aan gene zijde van de beweeglijke dingen zich bevinden,
de dingen die hetzelfde blijven ondanks verandering in de wereld
2. Ethiek
 Binnen de ethiek stelt men vragen die te maken hebben met normatief gedrag
4

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789086871940 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Aanvullend op slides
Uploaded on
July 15, 2021
Number of pages
78
Written in
2020/2021
Type
Summary
$25.07

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
femkeTHK
4.5
(26)
Sold
121
Followers
45
Items
33
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions