VAN ACTIEPOTENTIALEN
1. De Actiepotentiaal (AP)
Definitie
Een actiepotentiaal is:
een snelle, tijdelijke depolarisatie van de plasmamembraan.
Kenmerken
Alles-of-niets respons
Ontstaat pas zodra de drempelpotentiaal bereikt wordt
Actieve regeneratie door voltage-gated ionkanalen
Zorgt voor signaalgeleiding over lange afstanden
2. Drempelpotentiaal
Definitie
De membraanpotentiaal waarbij:
I Na > I K
waardoor verdere depolarisatie zichzelf versterkt.
Belangrijk
Subthreshold prikkel → géén AP
Suprathreshold prikkel → AP ontstaat
3. Variatie in Drempelpotentiaal
De drempel is niet altijd gelijk.
Factoren:
Verlagen drempel (meer exciteerbaar)
NaV-kanalen
CaV-kanalen
HCN-kanalen
Verhogen drempel (minder exciteerbaar)
K⁺-kanalen
KCa-kanalen
M-stroom (Kv7)
GIRK-kanalen
4. Neuronale Actiepotentiaal
Fasen
1. Rust
V m ≈−70 mV
, 2. Depolarisatie (upstroke)
Opening van:
NaV-kanalen
Gevolg:
massale Na⁺ influx
V m →+30 mV
3. Repolarisatie
NaV-kanalen inactiveren
Kv-kanalen openen
Gevolg:
K⁺ efflux
4. Hyperpolarisatie
Kv-kanalen sluiten traag.
V m <V rust
5. Herstel
Terugkeer naar rustpotentiaal.
5. Geleiding (g) versus Stroom (I)
Niet verwarren:
Conductantie
g Na
= hoeveel Na⁺-kanalen open staan
Stroom
I Na
= werkelijke Na⁺-beweging
Omdat de drijvende kracht verandert tijdens een AP, lopen conductantie en
stroom niet perfect parallel.
6. Beïnvloeden van Actiepotentialen
TTX (Tetrodotoxine)
Blokkeert:
NaV-kanalen
Effect:
geen depolarisatie
geen AP
Lidocaïne
Blokkeert:
NaV-kanalen