leer
Klas: Vwo 5
Stof: SE2 Parlementaire democratie
,Hoofdstuk 3: Parlementaire democratie
3.1 Wat is democratie
Soevereiniteit: Wanneer een staat op duidelijk, begrensd gebied het hoogste gezag
uitoefent en het geweldsmonopolie heeft.
Thomas Hobbes: Soevereine staat met soeverein vorst is nodig om ‘oorlog van allen tegen
allen’ te voorkomen.
Politiek: Het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden.
De politiek maakt overheidsbeleid en voert dit beleid uit om maatschappelijk problemen op
te lossen.
Dilemma:
Efficiënt besturen: Daadkrachtig kunnen besturen.
Maximale participatie: De burger meer invloed geven in het democratische
besluitvormingsproces
Directe democratie: Burgers -> Stemmen -> Wetten/besluiten
Indirecte democratie: Burgers -> kiezen -> volksvertegenwoordigers -> stemmen ->
wetten/besluiten
Nederland kent een representatieve democratie: Het volk kiest de volksvertegenwoordigers
die met een zekere regelmaat bij verkiezingen aan de bevolking verantwoording moeten
afleggen.
Voordelen:
Er hoeft niet door de hele bevolking over elk onderwerp gestemd te worden
Verschillende instituties controleren elkaar (trias politica)
Kenmerken democratie:
Er is individuele vrijheid
Er gelden politiek grondrechten
Politie en leger hebben beperkte bevoegdheden
De rechtspraak is onafhankelijk
Er is persvrijheid
, Parlementaire stelsel:
Gekozen parlement is hoogste orgaan.
Uitvoerende macht wordt gekozen door parlement en moet verantwoording
afleggen aan parlement.
Staatshoofd is meestal niet gekozen en heeft beperkte macht.
Constitutionele monarchie:
De staatshoofd is de koning.
Presidentieel stelsel:
Volk kies parlement en president.
President heeft veel politieke macht.
President is hoofd van de regering en kan ministers benoemen en ontslaan.
Om macht te beperken heeft de president meestal niet het ontbindingsrecht: het
recht om het parlement te ontbinden.
In de grondwet zijn vastgelegd:
De taken en bevoegdheden van de drie machten
Politieke grondrechten
Regels voor politieke besluitvorming
Media zijn vrij en de overheid moet ervoor zorgen dat ze over de juiste informatie
beschikt.
Autoritaire regime: Staatsvorm waarbij de drie machten niet gescheiden zijn, maar in
handen van een kleine groep mensen.
In een dictatuur vind indoctrinatie plaats. Sommige landen hebben zowel dictatoriale als
democratische kenmerken. Zoals Rusland en Turkije.
Vormen van dictatuur:
Ideologische dictaturen: Bijvoorbeeld gericht op het communistisch gedachtegoed
(Noord-Korea)
Religieuze dictatuur: Dictatuur waar wetgeving door religie wordt ingegeven (Iran)
(ook wel theocratie genoemd)
Militaire dictatuur: Dictatuur waarbij de macht duidelijk bij het leger ligt. (Myanmar)