Session 1 | Introduction 1 | Week 1
Aims of the lecture 1:
• Kennismaking met het vak social and institutional change
• Begrijpen waarom het vak relevant is in de huidige tijd
• Introductie van kernconcepten zoals instituties
1.1 Waarom dit vak? Understand:
De wereld verandert snel: Why needed?
• Digitalisering
• Vergrijzing
• Dalende vruchtbaarheidscijfers
• Veranderende huwelijks- en energiemarkten
• Toenemende migratie
Deze veranderingen roepen complexe vragen op:
• Waarom vinden deze veranderingen plaats?
• Wat zijn de gevolgen voor individu en samenleving?
• Hoe kunnen we deze veranderingen reguleren?
1.2 Wat is een sociologische verklaring?
Key idea:
Kernidee: In sociology
Sociologie kijkt naar instituties als verklarende factor voor maatschappelijke veranderingen.
1.3 Questions as a sociologist Questions:
Factor à Why are these changes happening? In sociology
Impact à what are the consequences for individual and the society?
Solution à How can we regulate these changes?
1.4 Wat zijn instituties?
Definitie: What:
“Institutions are the rules of the game in a society or, more formally, the humanly devised Institutions
constraints that shape human interaction.” — Douglas North (1990)
Belangrijke kenmerken:
- Instituties zijn regels: wetten, tradities, normen, eigendomsrechten (rules)
- Door mensen ontworpen (Devised by human)
- Beïnvloeden rationele besluitvorming door gedrag te structureren
- Instellingen verminderen ‘onzekerheid’ door structuur te bieden aan het dagelijks leven’
1.5 Formele vs. Informele instituties
▪ Informele instituties: gedragsregelmaat gebaseerd op sociaal gedeelde regels; Forms:
ongeschreven en gehandhaafd buiten de oYiciële sanctiekanalen (bijv. normen) -Formal
-Informal
▪ Formele instituties: oYiciële regels, vastgelegd in de wet of contract, en doorgaans
afgedwongen door een
1
, Social & Institutional change
1.6 Leerdoelen van het vak
Objectives:
• Begrijpen van theoretische concepten rond instituties
• Herkennen van het micro-macro probleem in de sociologie
• Onderscheiden van verschillende benaderingen voor sociale verklaringen
• Evalueren van de relatie tussen staat en markt in diverse culturele contexten
• Onderzoeken van de impact van formele instituties op ongelijkheid (gender, migratie)
• Verklaren van mondiale sociale en institutionele veranderingen (migratie, vergrijzing,
werk, gezin)
1.7 Key concepts:
Understand:
Institution Key concepts
Definition: "The rules of the game in a society"
à human-made constraints that shape social interaction (Douglas North, 1990).
Purpose: Institutions reduce uncertainty and structure everyday life.
Examples: Laws, customs, norms, property rights, constitutions.
Formal vs. Informal Institutions
Type Description Examples
Formal Official rules written in law or contracts, enforced Laws, constitutions
Institutions by the state.
Informal Unwritten rules based on shared social norms, Traditions, taboos,
Institutions enforced outside official channels. customs
Social and Institutional Change
• Refers to transformations in society driven by shifts in institutions, demographics,
technology, and global dynamics.
• Examples of change:
- Digitalization
- Aging population
- Declining fertility
- Migration
- Changing marriage and energy markets
❓ Sociological Questions
• Why are these changes happening?
• What are the consequences for individuals and society?
• How can we regulate or respond to these changes?
Micro-Macro Problem
• A central issue in sociology: how individual actions (micro) relate to larger social
structures (macro).
• Explored in later sessions but introduced as a key theme.
Learning Goals (Summarized)
• Understand institutional theory
• Analyze the state-market relationship
2
, Social & Institutional change
• Explore inequality through gender and migration
• Examine global social changes (e.g., work, family, aging, migration)
Session 3 | The micro-macro problem | Week 2
Aims of the lecture:
• Begrijpen waarom sociologie nodig is: het bestuderen van sociale feiten.
• Inzicht krijgen in het kernprobleem van de sociologie: het micro-macro probleem.
• Kennismaken met het concept van emergence ("emergentie") in sociologische analyse.
3.1 Wat is sociologie Understand:
Sociologie
• Auguste Comte (1838): definieerde sociologie als de wetenschappelijke studie van de
Person: samenleving. Hij onderscheidde:
August Þ Dynamiek: waarom veranderen samenlevingen?
comte Þ Statica: welke processen zorgen voor continuïteit?
Þ Hij gebruikte echter geen wetenschappelijke methode.
• Émile Durkheim: eerste hoogleraar sociologie, introduceerde het concept van social
Person:
Durkheim facts en paste een wetenschappelijke methode toe.
Þ Sociologie is een autonome wetenschap.
Þ Eerste met scientific method gebruik
Þ Social fact (= sociale feiten) à zijn externe, dwingende krachten die individueel
gedrag beïnvloeden.
3.2 Wat zijn social facts?
Understand:
Social facts
• Manieren van handelen, denken en voelen die extern zijn aan het individu en een
dwingende kracht uitoefenen.
• Bestaan onafhankelijk van individuele manifestaties.
Voorbeelden:
- Sociale normen (zoals verkeersregels)
- Taalgebruik
- Dresscodes
- Vaderrol
- Demografische trends (zoals vruchtbaarheidscijfers)
- Ongelijkheid (zoals vermogensverdeling)
• Kenmerken:
- Extern en objectief
- Onafhankelijk van individuen
- Coercief (dwingend) invloed
- Inclusief normen, waarden, instituties
- Cruciaal voor sociale orde en cohesie
3
, Social & Institutional change
Wat is een sociaal feit? (Powerpoint)
De samenleving is meer dan de som van de individuen die haar vormen:
Þ Sociale relaties (bijv. familie, vrienden)
Þ Sociale patronen (bijv. demografische trends),
Þ Vormen van sociale organisatie (bijv. bureaucratie, huwelijk),
Þ Deze collective forces (= collectieve krachten) reguleren onafhankelijk het gedrag van
individuen en groepen.
• Deze social facts worden ook wel macrofenomenen genoemd, die collectieven van
individuen beschrijven (groepen, cohorten, samenlevingen, organisaties) in plaats van
individuele personen (micro).
• Het zijn collectieve fenomenen, niet slechts individuele psychologie.
• Ze kunnen niet worden gereduceerd tot het individuele niveau.
• Het bestuderen van social facts is essentieel à voor het begrijpen van hoe de
samenleving functioneert en voor sociale samenhang.
Kenmerken van sociale feiten:
Þ External (=externe) en objectieve kenmerken van de samenleving.
Þ Bestaan onafhankelijk van individuen.
Þ Oefenen een coercive (= dwingende) invloed uit op het gedrag van individuen.
Þ Omvatten normen, waarden, gebruiken, instituties.
Þ Dragen bij aan de stabiliteit en orde van de samenleving.
3.3 Waarom hebben we sociologie nodig?
Question: Þ Disciplines zoals psychologie en economie bestuderen individuen.
Why Þ Maar collectieve fenomenen kunnen niet volledig verklaard worden door
individueel gedrag.
Þ Durkheim: "Het geheel is meer dan de som der delen."
“Het geheel is niet gelijk aan de som van de delen; het is iets anders, waarvan de
eigenschappen verschillen van die van de onderdelen waaruit het is opgebouwd."
Dit idee komt uit de sociologie en systeemtheorie, en werd sterk benadrukt door Durkheim. Hij
bedoelde hiermee:
• Wanneer mensen samenkomen in groepen of samenlevingen, ontstaan er collectieve
eigenschappen die je niet kunt verklaren door alleen naar de individuen te kijken.
• Denk aan dingen zoals normen, waarden, instituties, groepsgedrag
à Die bestaan buiten het individu en beïnvloeden hoe mensen zich gedragen.
• Deze collectieve verschijnselen worden ook wel emergente fenomenen genoemd:
= ze ontstaan uit interactie tussen individuen, maar zijn niet direct af te leiden uit hun persoonlijke
motieven.
Voorbeeld: Stel dat iedereen in een buurt zegt dat ze geen probleem hebben met mensen van een
andere afkomst. Toch ontstaat er na verloop van tijd segregatie (scheiding van groepen). Dat komt
door subtiele voorkeuren en interacties die samen een patroon vormen à een emergent sociaal
feit.
Þ Soms is inzicht in individueel gedrag onvoldoende om macrofenomenen te
verklaren.
4