College 1 | Op zoek naar de realiteit
Inhoud
Wat is wetenschap?
Waarom moeten we ons druk maken over methodologie
Empirische onderzoek cyclus
Theorie begrijpen
Theorievorming
1.1 Wat is wetenschap?
"De systema*sche studie van de natuurlijke wereld en haar fysieke [, sociale,] en biologische
processen, door middel van observa*e, iden*fica*e, beschrijving, experimenteel onderzoek en
theore*sche verklaringen."
— Oxford DicBonary (2025)
Algemene kennis (niet-wetenschappelijk denken)
- We hebben allemaal ideeën over waarom de wereld is zoals die is.
- Veel van deze ideeën zijn gebaseerd op persoonlijke ervaring.
- Online sociale media veranderen echt onze kijk op de wereld.
Voorbeeld: Wat waren de belangrijkste kwesBes in de Amerikaanse verkiezingen van 2024?
- De recente verkiezingen in de VS waren behoorlijk spannend, maar de Republikeinse
kandidaat, Donald Trump, won.
- Waarom won hij?
- Wat waren de belangrijkste kwesBes in de hoofden van de kiezers?
- Hoe dachten mensen over de kandidaten?
Wetenschappelijke kennis
- Onderzoek is noodzakelijk.
- Er moeten bij elke belangrijke onderzoek stap keuzes worden gemaakt.
- Kennis wordt geproduceerd, verfijnd en bijgewerkt als onderdeel van een voortdurend
proces.
"Kennis verkrijgen over de wereld om ons heen op een systematische, objectieve manier met
methodologische regels."
— Roose en Meuleman, 2021
Sociologie als wetenschap
"Academisch onderzoek uitgevoerd door sociale wetenschappers in een breed scala aan disciplines...
gemotiveerd door ontwikkelingen en veranderingen in de samenleving. Sociaal-wetenschappelijk
onderzoek is essentieel voor het genereren van nieuwe kennis en het uitbreiden van ons begrip van
het hedendaagse sociale leven."
— Clark et al. (2021, p. 4)
Sociologie als wetenschap
Sociologie bestudeert het gedrag van individuen in groepen.
• Theoretische kaders: Sociologen ontwikkelen theorieën om patronen in menselijke
interacties en maatschappelijke veranderingen te verklaren.
1
, • Systematische studie: Sociologie gebruikt empirische onderzoeksmethoden om sociaal
gedrag, structuren en instituties te analyseren.
• Objectief & kritisch onderzoek: Sociologie streeft naar objectiviteit en gebruikt data en
kritische analyse om aannames over de samenleving, cultuur en sociale normen ter discussie
te stellen.
De ‘goede’ wetenschapper
• Theoretische kennis: Begrijpt en past belangrijke sociologische theorieën toe om sociale
patronen te verklaren.
• Kritisch denken: Analyseert sociale fenomenen objectief en stelt aannames en vooroordelen
ter discussie.
• Ethisch bewustzijn: Voert onderzoek op een verantwoorde manier uit, met respect voor de
rechten van deelnemers en zonder schade te veroorzaken.
• Sterke onderzoeksvaardigheden: Gebruikt kwalitatieve en kwantitatieve methoden om
gegevens effectief te verzamelen en te interpreteren.
• Effectieve communicatie: Presenteert bevindingen duidelijk via schrijven, presentaties en
discussies.
Wetenschap is ingewikkeld
• Goed wetenschappelijk onderzoek doen is erg moeilijk en het wetenschappelijke proces kan
rommelig zijn.
• Er moeten veel beslissingen worden genomen tijdens het wetenschappelijke proces, waarbij
geen enkele keuze per se goed of fout is, maar gebaseerd is op de redenering van de
wetenschapper.
• Sociale wetenschap kan niet altijd volledig objectief zijn (wetenschappers brengen hun eigen
persoonlijke ervaringen mee in het onderzoeksproces).
• Wetenschappers worden geconfronteerd met verschillende (vaak tegenstrijdige) belangen,
waarbij acties die goed zijn voor wetenschappelijke vooruitgang niet altijd optimaal zijn voor
hun carrière (bijv. alle zwakke punten van hun onderzoek rapporteren)
Fouten tijden wetenschappelijk proces Oplossingen
(typisch kwantitatief)
Subjectief onderzoek (gebaseerd op de Objectief onderzoek uitvoeren
eigen ervaring van de onderzoeker) (kwantitatief, op afstand)
Onlogisch redenering Redenering stevig onderbouwen met
therorie
Onjuist observaties Precieze meetinstrumenten gebruiken
Over generalisatie (N = 1) Representatieve steekproef & replicatie
Conflict tussen wetenschappelijke Institutionele verandering (meer
vooruitgang & de carrière van kwalitatieve evaluatie)
wetenschappers
1.2 Waarom methodologie?
- In à output
- Om je uit te rusten met de benodigde tools om een goede wetenschapper te worden.
- Om kritisch denken te bevorderen, zodat je de vaardigheden ontwikkelt om aannames en
vooroordelen in wat je leest in twijfel te trekken en de kwaliteit van onderzoeksresultaten te
beoordelen.
2
,Voorbeeld: bezit illegale wapens in NL
Denk aan,
- Wat is de content van het nieuwfragment?
- Wat laten de resultaten zien?
- Hoe worden de resultaten gepresenteerd?
1.3 Empirische onderzoek cyclus
1.4 Wat is theorie?
- Een systemaBsche uitleg voor parBculiere fenomenen
- “Een idee over hoe en waarom dingen gebeuren op een bepaalde wijzen.’’ (clark et.al)
Theoreen zijn vaak causaal en tonen relaBes tussen verschillende concepten.
De relaBes moeten een bepaald level van generalisability (= generaliseerbaarheid) en validity (=
validiteit) hebben en moeten empirisch testbaar zijn.
Popper & Falsificatie
"Voor zover een wetenschappelijke uitspraak over de werkelijkheid gaat, moet deze falsifieerbaar
zijn: en voor zover ze niet falsifieerbaar is, gaat ze niet over de werkelijkheid."
— Karl Popper (1959), The Logic of Scientific Discovery
Popper’s idee van falsifieerbaarheid houdt in dat een wetenschappelijke theorie of bewering zodanig
moet worden geformuleerd dat deze getest kan worden op waarheidsgehalte. Met andere woorden:
• Testbaarheid: Een theorie moet mogelijke scenario's bevatten waarin deze weerlegd kan
worden door observaties of experimenten.
3
, • Risico op weerlegging: Als een bewering niet in principe weerlegd kan worden—dat wil
zeggen, als er geen denkbare observatie is die de bewering tegen spreekt—dan beschouwt
Popper deze bewering niet als wetenschappelijk.
• Onderzoek en vooruitgang: Door actief te zoeken naar situaties waarin een theorie mogelijk
faalt, kunnen wetenschappers de theorie verder ontwikkelen, verfijnen of, indien nodig,
vervangen.
Dit principe onderscheidt wetenschappelijke kennis van andere vormen van kennis, omdat het de
nadruk legt op het kunnen testen en potentieel weerleggen van een bewering. Hierdoor blijft de
wetenschap dynamisch en zelfcorrigerend.
Merton’s (1967) Typologie van Theorie
"Grand" Theory (Grote Theorie)
• Probeert brede, abstracte en universele aspecten van de samenleving te verklaren
(bijv. structureel funcLonalisme, marxisme).
• StreeN naar overkoepelende theoreLsche kaders, maar kan te abstract zijn om direct
toe te passen op specifieke sociale fenomenen.
"Middle-Range" Theory (Middelbereik Theorie)
• Richt zich op specifieke sociale processen of instituties (bijv. sociale mobiliteit,
afwijkend gedrag).
• Brugt de kloof tussen abstracte theorie en empirisch onderzoek, waardoor het
praktischer en beter testbaar is in realistische studies.
1.4.1 Onderzoek benaderingen: Deductieve benadering
THEORIE à OBSERVATIE/BEVINDINGEN
• Begint met een (1) algemene theorie, die vervolgens wordt onderzocht door middel van
empirische observaties en dataverzameling.
• Onderzoekers formuleren toetsbare hypothesen op basis van bestaande theorieën en
gebruiken systematische methoden om deze te bevestigen of te weerleggen.
• Deductie wordt vaak geassocieerd met kwantitatief onderzoek, waarbij wetenschappers
ervoor zorgen dat bevindingen meetbaar, testbaar en (soms) toepasbaar zijn in verschillende
contexten.
1.4.2 Onderzoek benaderingen: Inductieve benadering
OBSERVATIE/BEVINDINGEN → THEORIE
• Begint met (1) specifieke observaties of empirische data—onderzoekers identificeren
patronen en ontwikkelen bredere theorieën of generalisaties.
• Inductie wordt vaak gebruikt in kwalitatief onderzoek om nieuwe fenomenen te verkennen
zonder vooraf gedefinieerde hypothesen, zodat inzichten op natuurlijke wijze ontstaan.
• Omdat inductief onderzoek data-gedreven is, ligt de nadruk op de context en
betekenis achter sociaal gedrag, wat het bijzonder nuttig maakt voor het bestuderen van
complexe sociale processen.
4