Anatomie
1. Patiënt met puist op de bovenlip, septische thromboflebitis van de sinus
cavernosus, acute meninhitis.
Via welke weg bloedklonter vanaf bovenlip naar sinus cavernosus?
A. VENA LINGUALIS
B. VENA TEMPORALIS SUPERFICIALIS
C. VENA FACIALIS
D. VENA ALVEOLARIS INFERIOR
E. VENA RETRO MANDIBULARIS
1. Antwoord: C. VENA FACIALIS
• Veneuze drainage bovenlip: De bovenlip wordt gedraineerd door de V. labialis
superior. Deze mondt uit in de V. facialis.
• Connectie met Sinus Cavernosus: De V. facialis verloopt langs de neus naar
de mediale ooghoek als de V. angularis. Hier is er een directe anastomose met de
,V. ophthalmica superior. De V. ophthalmica superior loopt door de fissura
orbitalis superior en draineert direct in de sinus cavernosus,.
• Alternatieve route: De V. facialis communiceert ook met de plexus venosus
pterygoideus via de V. profunda faciei. De plexus pterygoideus heeft eveneens
verbindingen met de sinus cavernosus (via emissaria venen),.
• Pathofysiologie: Doordat venen in het gelaat geen kleppen bevatten, kan bij
een septisch proces (zoals een puist) de bloedstroom omkeren en de infectie
zich uitbreiden naar de sinus cavernosus
2. Tak nervus facialis, 2/3e voorste tong
Welke stelling is juist?
A. Loopt door fissura orbitalis superior
B. Kan beschadigd worden bij tandextractie
C. Verlaat schedel via foramen stylomastoideus
D. Kan beschadigd worden door facelift
E. Kan beschadigd worden bij foutief plaatsen trommelvlies shunt.
Antwoord: E. Kan beschadigd worden bij foutief plaatsen trommelvlies
shunt.
Anatomische redenering: De tak van de N. facialis die de smaak van de
voorste 2/3e van de tong verzorgt, is de chorda tympani,,.
• Oorsprong: De chorda tympani splitst zich af van de N. facialis in de
canalis facialis (pars petrosa), net craniaal van het foramen
stylomastoideum,. De zenuw verlaat de schedel dus niet via dit foramen
(stelling C is onjuist).
• Verloop in het middenoor: De zenuw loopt vervolgens door het cavum
tympani (middenoor/trommelholte). Het traject loopt "langs de binnenzijde
van het trommelvlies" (membrana tympanica), tussen de malleus en incus
door.
• Klinische implicatie: Vanwege deze nauwe relatie met de binnenzijde van
de membrana tympanica, loopt de chorda tympani risico op beschadiging bij
ingrepen aan het trommelvlies, zoals het plaatsen van een shunt (buisje).
Verder verloop: De zenuw verlaat de schedel via de fissura
petrotympanica en voegt zich in de fossa infratemporalis bij de N.
lingualis (tak van V3) om de tong te bereiken
3. Niet kunnen bewegen van mandibula naar linkerzijde
, Van wat kan dit een teken zijn?
A. Rechter musculus pterygoideus lateralis
B. Linker musculus pterygoideus medialis
C. Linker musculus pterygoideus lateralis
D. Rechter musculus pterygoideus medialis
E. Rechter musculus temporalis
Antwoord: A. Rechter musculus pterygoideus lateralis
Anatomische redenering: De laterale beweging van de mandibula wordt primair
uitgevoerd door de M. pterygoideus lateralis.
• Functie: Bij eenzijdige (unilaterale) contractie trekt de M. pterygoideus
lateralis de condylus aan dezelfde zijde (ipsilateraal) naar voor (protrusie).
Doordat de contralaterale condylus op zijn plaats blijft, draait de kin hierdoor
naar de tegenovergestelde (contralaterale) zijde
• Conclusie: Om de mandibula naar links te bewegen, moet de rechter M.
pterygoideus lateralis contraheren (die de rechter kaakkop naar voor trekt).
Het onvermogen om naar links te bewegen wijst dus op een disfunctie van de
rechter M. pterygoideus lateralis
4. Patiënt met zwelling midden hals. Diagnose: Thyroidectomie.
Rangschik volgende structuren van oppervlakkig naar diep.
, Huid – Lamina propria – Fascia pretrachealis – Glandula thyroidea – Glandula
parathyroidea.
5. Onvermogen beide ogen rechts te kijken.
Waar is het probleem?
A. M. Rectus medialis rechter oog & 6de craniale zenuw
B. M. Rectus lateralis linker oog & M. rectus inferior rechter oog
C. M. Rectus medialis rechteroog & 4de craniale zenuw
D. M. Rectus lateralis rechteroog & 3de craniale zenuw
E. Linker 4de craniale zenuw & rechter 5de craniale zenuw
Antwoord: D. M. Rectus lateralis rechteroog & 3de craniale zenuw
1. Het rechteroog moet abduceren (naar lateraal draaien). Dit wordt uitgevoerd
door de M. rectus lateralis, die geïnnerveerd wordt door de N. abducens (VI).
2. Het linkeroog moet adduceren (naar mediaal draaien). Dit wordt uitgevoerd
door de M. rectus medialis, die geïnnerveerd wordt door de N. oculomotorius
(III) (3de craniale zenuw).
6. Postganglionair sympatische vezels die M. dilator pupilae innerveren.
Welke?
A. Ganglion ciliare