corioliseffect en El Niño / La Niña
Samenvatting aardrijkskunde — vwo
Dit document legt uit hoe lucht wereldwijd rondstroomt: van de drukgordels en windgordels, via het corioliseffect en de
seizoensverschuiving van de ITCZ, tot de Walker circulation en de rol daarvan bij El Niño en La Niña.
1. Drukgordels en windgordels
Bij de evenaar warmt de lucht sterk op, stijgt op en er ontstaat een lagedrukgebied: de ITCZ (Intertropische
Convergentie Zone). Op grote hoogte stroomt die lucht zijwaarts naar ongeveer 30° breedte, koelt af en daalt daar —
waardoor een hogedrukgebied ontstaat. Bij 60° stijgt de lucht opnieuw (lagedruk), en bij de polen daalt lucht weer
(hogedruk).
● 60° N/Z — lagedruk (L). Subpolaire lagedrukgordel: lucht stijgt.
● 30° N/Z — hogedruk (H). Subtropische hogedrukgordel: lucht daalt.
● 0° (evenaar) — lagedruk (L). Equatoriale lagedrukgordel, de ITCZ: lucht stijgt.
Aan het oppervlak stroomt lucht altijd van hoge naar lage druk. Tussen 30° en 0° is dat de passaatwind, tussen 30° en
60° de westenwind.
Figuur 1 — boven: drukgordels, windgordels en de corioliusafbuiging naar NO- en ZO-passaat. Onder: de Walker
circulation boven de Grote Oceaan.