COMPLETE EXAMENSAMENVATTING 2026
Alle 28 slides · Uitgebreid met voorbeelden · Syllabus versie 2
,HOE GEBRUIK JE DEZE SAMENVATTING?
Bij ELKE examenvraag zijn er drie dingen die altijd terugkomen. Leer deze eerst.
(1) KETENREDENERING: schrijf altijd minstens 3 stappen. Oorzaak → gevolg → gevolg. Gebruik de
woorden "waardoor", "daardoor", "hierdoor", "dat leidt tot". Voorbeeld: "Door klimaatverandering stijgt
de zeespiegel, waardoor de kans op overstroming van laaggelegen kustgebieden toeneemt, wat leidt
tot grote economische schade in de Randstad."
(2) MEERDERE DIMENSIES: denk altijd aan natuur, economie, politiek, sociaal-cultureel én
demografie. Zeg niet alleen "het is economisch voordelig" maar leg ook de andere dimensies uit.
(3) SCHAALNIVEAU: geef altijd aan op welk niveau je redeneert. Lokaal (wijk/stad), regionaal
(provincie), nationaal (Nederland), mondiaal (de wereld). Wissel bewust van schaal als de vraag dat
vraagt.
💡 EXAMENTIP: Lees elke vraag twee keer. Staat er "beschrijf"? Dan hoef je niets te verklaren. Staat er
"verklaar"? Dan moet je oorzaken geven. Staat er "beredeneer"? Dan moet je een argument opbouwen
met een conclusie.
,DOMEIN B — WERELD
Domein B gaat over hoe de wereld in elkaar zit: waarom sommige landen rijk zijn en andere arm, hoe
landen met elkaar verbonden zijn, en hoe drie grote Amerikaanse steden werken als knooppunten van
een globale economie. Dit domein staat centraal op het CE.
📌 Slide: Interactie en transport — de drie voorwaarden voor internationale handel
B1 — Globalisering: wat het is en hoe het werkt
Globalisering – ook wel mondialisering – betekent dat de wereld steeds sterker met elkaar verbonden
raakt. Spullen, geld, mensen en ideeën bewegen makkelijker en sneller dan ooit. Je draagt een T-shirt
gemaakt in Bangladesh, van katoen uit India, ontworpen in Zweden, gekocht via een Amerikaanse
webshop. Dat is globalisering in de praktijk.
Heel concreet: de relatieve afstand (hoe lang het duurt om ergens te komen of iets te sturen) wordt
steeds kleiner, terwijl de absolute afstand (het aantal kilometers) gelijk blijft. Dit noemen we
tijdruimtecompressie: de wereld lijkt kleiner geworden door technologische vooruitgang in transport
(containerschip, vliegtuig, hogesnelheidstrein) en communicatie (internet, smartphone, satelliet).
Het gevolg van tijdruimtecompressie is dat afstandsverval zwakker wordt: vroeger had een stad 100
km verderop weinig invloed op jouw leven; nu kun je op elk moment met mensen aan de andere kant
van de planeet samenwerken, goederen bestellen en geld overmaken.
📝 Voorbeeld: Een iPhone wordt ontworpen in Californië, geproduceerd in China (Foxconn-fabriek), deels
gemaakt van kobalt uit Congo, en verkocht wereldwijd. Elk onderdeel maakt een andere route. Dat is de
mondiale productieketen in de praktijk.
💡 EXAMENTIP: Tijdruimtecompressie ≠ absolute afstand daalt. De absolute afstand (km) blijft altijd
gelijk. Wat daalt is de relatieve afstand: reistijd en kosten.
, 📌 Slide: Goederenvervoer — globalisten versus andersglobalisten
De vier dimensies van globalisering
Globalisering werkt op vier manieren tegelijk – je moet ze alle vier kennen voor het examen:
• Economisch: Bedrijven werken wereldwijd. Een multinational (MNO) is een bedrijf dat in
meerdere landen actief is (Apple, Shell, Unilever). Door de internationale arbeidsverdeling
doen rijke landen het "denkwerk" (ontwerp, marketing, research) en arme landen het
"maakwerk" (productie, assemblage). Dit zorgt voor de global shift: industrie verhuist van
rijke landen naar lagelonenlanden. Het gevolg: de-industrialisatie in West-Europa (Philips
sloot fabrieken in Nederland), industrialisatie in Azië.
• Cultureel: Cultuur verspreidt zich over grenzen heen. Amerikanisering is het verschijnsel dat
Amerikaanse cultuur (McDonald's, Netflix, Hollywood, hiphop) overal ter wereld dominant
aanwezig is. Lingua franca is de taal die mensen met verschillende moedertalen met elkaar
spreken – vrijwel altijd Engels. Tegelijk groeien tegenreacties: mensen willen hun eigen taal
en regionale identiteit beschermen (Catalaans, Fries, Quechua in de Andes).
• Politiek: Landen werken samen in internationale organisaties: EU, VN, WTO, IMF,
Wereldbank. Staten geven daardoor een deel van hun zelfstandigheid op. Geopolitiek:
grootmachten (VS, China, Rusland, EU) zetten economische, politieke en militaire middelen
in om hun invloed op regio's te vergroten. Voorbeeld: China bouwt havens in Afrikaanse
landen als onderdeel van de Nieuwe Zijderoute.
• Demografisch: Mensen bewegen mee. Migratie is een onlosmakelijk onderdeel van
globalisering. Economische migratie gaat richting welvarende centrumgebieden (Mexicanen
naar VS, Oost-Europeanen naar Nederland). Politieke migratie (vluchtelingen) vindt vooral
plaats binnen de eigen regio (Syriërs naar Turkije/Libanon). Staten proberen migratie te
reguleren met visa en vergunningen.
📝 Voorbeeld: Vergelijk twee producten: een goedkope Primark-trui (economische globalisering:
productie in Bangladesh) en een BTS-hit die wereld over gaat (culturele globalisering: K-pop vanuit Zuid-
Korea). Beide zijn voorbeelden van dimensies.