LES 1 + 2: POLITIE GESCHIEDENIS
HOOFDSTUK 1: Ontstaan politie tot de chaos van de jaren
‘80
1. WAAROM NOOD AAN INZICHT IN HET VERLEDEN?
Volgens Monjardet (1996) kunnen we kijken naar politie aan de hand van 3
dimensies:
1) Institutioneel Politie als machtsinstrument (instituut – relatie tot
staat)
2) Openbare dienst Politie als dienstverlener (voor iedereen)
(verhouding tussen politie en burger) – (Wat heeft de burger nodig? En
daarop ingaan)
3) Beroep Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en
werking)
Enhus (2015): voegt vierde dimensie = historisch
We moeten ook kijken naar continuïteit (rol van politie in samenleving)
én breuken (wijzigingen aan die rol)
Kennis van het verleden helpt ons om de situatie nu beter te begrijpen. Het draagt
bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:
‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is
georganiseerd, is grotendeels het resultaat van veel beslissingen die in het
(verre) verleden zijn genomen, onder invloed van allerlei omstandigheden en
druk, maar ook de manier waarop er momenteel door beleidsmakers
wordt gesproken over zijn verdere reorganisatie, laat zien hoe sterk het
verleden doorwerkt in de vormgeving van de toekomst’ (Fijnaut 1995: v)
DUS Zowel de huidige organisatie van de politie als de manier waarop men
vandaag over hervormingen (beleidsmakers) spreekt, zijn sterk beïnvloed door
beslissingen en omstandigheden uit het verleden, waardoor dat verleden nog
altijd mee bepaalt hoe de toekomst wordt vormgegeven.
Help ook om zicht te krijgen op de ruimere socio-politieke en economische
context
‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de
organisatie van de opdrachten van de politie. Daarachter schuilt echter een
ideologisch geladen debat over de plaats van de politie in de
samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht tussen (staats)orde (hoe de
staat is opgedeeld) en individuele rechten en vrijheden’
DUS Een wet over hoe de politie is georganiseerd lijkt gewoon een technische
uitleg over haar taken/opdrachten. Maar daarachter is er een ideologisch geladen
debat over de plaats van politie in de samenleving + moeilijk vinden van
evenwicht tussen (staats)orde (hoe de staat is opgedeeld) en individuele rechten
en vrijheden.
, 2. RODE DRADEN IN HET POLITIEBESTEL
=elementen die terugkeren als we de geschiedenis gaan analyseren
1) Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling
veel verschillende politiediensten & niet overal hetzelfde
georganiseerd/ontwikkeld
2) Spanning tussen centrale aansturing en decentrale (lokale/
gemeentelijke) autonomie.
centraal nationale overheid beslist alles voor iedereen
decentraal gemeenten, steden zelf beslissingen nemen
3) Arbeid versus kapitaal
(wiens orde moet gehandhaafd worden?/ wie bepaald wat er gehandhaafd
wordt
wiens belang moet de politie beschermen?
belangen en bedrijven van de rijke (kapitaal) of grootste groep arbeiders?
4) Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in
politieoptreden en legitimiteit en democratische controle
efficiëntie = snel en doeltreffend
legitimiteit en democratische controle = eerlijk handelen, rekening houden
met rechten van burgers en controle door politiek en samenleving
5) Samenwerking: Hoe moeten de verschillende politie instanties samen de
politiezorg verzorgen? Hoe zorgen dat ze elkaar niet tegenwerken?
3. DE FRANSE EN HOLLANDSE ERFENIS (1794-1830)
3.1. Ontstaan van de politiefunctie: eeuwenoud beroep
Regulering van gedrag = basisbehoefte in een samenleving
Formele sociale controle: regels, dwang
Eerste sporen van politionele taak: 13e eeuw, vooral in stedelijke context
(meer kans op problemen, meer bevolking, veel beweging van bevolking)
Men spreekt van lokale gerechtsdienaren in middeleeuwse steden:
schouten, sergeanten, rakkers…
vervullen diverse functies in verband met justitie
Opsporing en vervolging in één functie verenigd
15de eeuw = ander soort functionarissen (gardiens, controleurs,..)
Doel: reguleren leven in de stad: lokale handel controle + sanitaire controle
goederen
Hebben geen vast salaris beloond door deel geldboetes (=salaris voor
hen)
Deze bevoegdheden vormen onderdeel van de later zo belangrijk
wordende stedelijke/gemeentelijke autonomie
Platteland = politiezaken uitgevoerd door ‘officieren van justitie’ (baljuw,
drossaard,..)
15e en 16e eeuw: grote landbouwcrisissen migratie naar steden =
toename van problemen + meer vraag politiewerk
, • Verdere uitbouw politiefunctie:
De politiefunctie omhelst de organisatie van het ganse
maatschappelijke leven in continentaal Europa
stedelijke overheden gaan tegelijkertijd hun lokale politiemacht
uitbreiden (arresteren van landlopers/bedelaars, geldboetes
teruggegeven aan stadpolitie, overtredingen,..)
ook op platteland uitbouw (bedelaars worden gedwongen tot arbeid
door pestepidemie/arbeidstekort)
drosaard werden te voet of te paard ingezet als
bedelaarjagers
en langzaam ontstaan van militair politiekorps
• Uitbouw van departementen / politiezones
3.2. De Franse tijd
Franse vormen van politie evolutie naar centraal en duaal systeem: start
in Parijs
Kenmerken Frans model blijven aanwezig tot Octopusakkoord (politiek
akkoord over hervorming politie en gerecht in België op 7/12/1998)
‘Verdere zwenk naar centralisme’
Frans model:
• De burgerlijke republiek (1794-1799): politie hoort herkomst te vinden in
burgerij
• Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politiestaat” : politie is
gericht op openbare ordehh en verzamelen politieke informatie
Frans model heft 3 kenmerken:
1. Militarisering (discipline en hiërarchie heel centraal aanwezig ->
gendarmerie)
2. Centralisering: uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving
3. Verscheidenheid
1) MILITARISERING
De politiefunctie werd ingenomen door de maréchaussée (naam ontleend van de
Maréchal = verantwoordelijk voor de organisatie en de discipline van de
koninklijke ruiters en de paardenstallen)
maréchaussée wordt een meer algemene vorm van militaire politie
Taak aanvankelijk: orde en veiligheid bij militaire activiteiten
Later werd ze over het hele platteland verspreid en kreeg ze taken zoals het
handhaven van de openbare orde en het bestrijden van banditisme.
(criminaliteitsbestrijding)
voorloper van de gendarmerie (vooral actief op platteland)
verspreid over grondgebied/in garnizoenen vh platteland (gedeconcentreerd),
maar wordt centraal aangestuurd (kenmerk centralisering)
In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met “lieutenant de police”
vanaf 1667 = eerste stedelijke politie
Grondleggers huidig politiesysteem
, 2) CENTRALISERING (MAAR OOK GEDECONCENTREERDE ELEMENTEN)
= Maréchaussée werk ook in garnizoenen dus ook gedeconcentreerde elementen,
huidig systeem zien we dit ook (federale politie die gedeconcentreerd werkt)
Uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit (niet de
rechterlijke!)
Invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie
ADMINITRATIEVE (BESTUURLIJK) POLITIE GERECHTELIJKE POITIE
Openbare orde handhaving Opsporen van misdrijven,
vaststellen, bewijzen verzamelen
OBV politiereglementen Wie? Politiecommissarissen, veld- en
boswachters, vrederechters,
luitenanten en kapiteins gendarmerie
Vind oorsprong in Franse politiesysteem en dit onderscheid wordt nu nog steeds
gebruikt
Soms is de onderscheid kunstmatig = het kan dat je in kader van openbare orde
handhaving geconfronteerd wordt met een misdrijf en dan gaat je taak over
van bestuurlijke politietaak naar gerechtelijke politie taak en andersom.
Een ander belangrijk element van politie in de franse tijd is de nadruk op
politieke informatieverzameling
Joseph Fouché: minister van Algemene Politie (v.a. 1799)
Richtte Police Secrète op (Openbare Veiligheid/ geheime Dienst)
Reden:vond dat de politie verantwoordelijk moest zijn voor het inzamelen van
politieke info (macht verzamelen)
Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van
informanten en infiltranten
Politie = een instrument machthebbers, moet samenleving in het oog houden
Haute police Police basse
Fouché gebruikt deze term voor: Focus op criminele inlichtingen
Focus op politieke inlichtingen iInfo over criminele feiten, dossiers
veel info over hoe er nog meer macht
verworven kan worden
Informatieverzameling via mouchards (verklikkers)
Taak van politie = vrijwaren van de macht van de vorst (Napoleon) (zowel tav
buitenlandse als binnenlandse bedreigingen), staat dus boven alle overheden
Politiewerk bij Fouché wordt spionage en verklikking ~ impact op politionele
legitimiteit (in welke mate wij gezag toekennen aan politie)
Fouché werd niet graag gezien als minister
Slechte naam, zwaar gevreest
ook het korps werd negatief bekeken
legitimiteit onder druk in de franse tijd net door de focus op spionage en
verklikking
Term politie zal in UK dan ook lang vermeden worden (constables)
3) VERSCHEIDENHEID
Een verscheiden politieapparaat met als belangrijkste korpsen: