HOOFDSTUK 7
HET DIAFRAGMA
diafragma = middenrif
belangrijkste ademhalingsspier
volledige scheiding tussen thoracale en abdominale holte
enkele openingen
7.1 OORSPRONG
schuin rond diepe zijde thorax
ventraal cranialer dan dorsaal
7.2 INSERTIE
verticale richting naar peesblad = centrum tendineum
- 2 grote bladen naar lateraal en dorsaal
- 1 klein blad naar ventraal
- klaverbladvorm
7.3 DRIE OORSPRONGSDELEN
3 grote delen
1) PARS STERNALIS
kleinste deel
processus xiphoideus => midden aan ventrale zijde centrum tendineum
2) PARS COSTALIS
binnenzijde ribkraakbeenderen 7-12 => ventrale en laterale zijde centrum
tendineum
costale vezels langer dan sternale vezels
3) PARS LUMBALIS
meest ingewikkeld
licht asymmetrisch
2 crura vormen centrale deel
1) crura dextrum
L1-L4
2) crura sinistrum
L1-L3
beide crura komen naar elkaar toe aan ventrale zijde van 1 e lendenwervel
lateraal van beide crura nog een oorsprong van L2 corpus
ligamentum arcuatum mediale: pezige versterking van fascia iliaca
ligamentum arcuatum laterale: versterking ventrale blad van fascia
thoracolumbalis
7.4 DIAFRAGMAKOEPELS
midden lichte indeuking: hart met pericard (vergroeid met centrum tendineum)
2 koepels
linker koepel: lager gelegen, 5e ICR, boven de maag, onder het hart
rechter koepel: 4e ICR, boven de lever
rechter leverkwab => rechter koepel, linker leverkwab => onder centrum
tendineum