vaardigheden)
3. KINESITHERAPEUTISCH ONDERZOEK
3.1. ONDERZOEK OP STOONRISNIVEAU
Obv hulpvraag, anamnese, al geformuleerde doelstellingen: onder niet alles!
Belangrijk: Hou deze preventief in de gaten!
- Houding (vaak hypotonie en hyperlaxiteit à frequente houdingsafwijkingen zoals
platvoeten, kyfose, scoliose)
- Spierkracht (niet evident om te testen, eerder functioneel testen (vb. vertesprong voor
kracht OL)).
- Tonus
- Mobiliteit
- KNO
- Posturale reacties, houdings- en evenwichtsreacties
- Sensorische stoornissen
- Perceptuele stoornissen: ‘ruimte’ - lichaamsbesef– kinesthesie– lateralisatie
- Fysieke fitheid (cardiovasculaire fitheid)
- Aandachtsstoornissen
- Cognitieve stoornissen (bv. problemen met automatisering)
- Emotionele stoornissen
3.2. ONDERZOEK OP ACTIVITEITEN – EN PARTICIPATIENIVEAU
- Motorische meetinstrumenten:
o Motorische mijlpalen: PDMS-3 of BSID-2
o Motorische mogelijkheden: M-ABC-2 (enkel voor kinderen met een licht
verstandelijke beperking)
o Fundamentele motorische vaardigheden: TGMD-3
à Weinig gestandaardiseerde motorische onderzoeksinstrumenten
o Normen niet relevant
o Interpretatie testresultaten: factoren die prestatie kind beïnvloeden
(opdrachtbegrip, motivatie, aandacht, angst zijn grote factoren die invloed
hebben op je resultaten).
- Anamnese gesprek
- Functionele inspectie: observatie in natuurlijke omgeving
- Vragenlijsten
- Team
- Ruime observatieperiode (je hebt een aantal maanden nodig om een correct beeld van
het kind te krijgen à neem je tijd!)
90
, - Niet-motorische observaties (aandacht, motivatie, communicatie, emoties, interatie met
de omgeving)
4. KINESITHERAPEUTISCH HANDELEN
4.1. DOELSTELLINGEN
- SMART formuleren = leidraad voor therapie
- Doelen op activiteiten en participatieniveau à taakgericht
o ‘ontwikkeling stimuleren’ is te globaal!
- In team
- Kinderen leren traag: veel herhaling toedienen + in kleine stapjes werken
à Streven naar maximale participatie en QoL.
4.2. INTERVENTIES
Behandeling (we genezen ze niet) à Interventie/ handeling
- Inhoud (kinesitherapeutische) interventies kan heel uiteenlopend zijn
- Weinig literatuur/ evidentie (over eHectiviteit van kine) à practice based werken
4.2.1. FUNCTIENIVEAU
Niet sterk op focussen, als het niet nodig is hoef je het ook niet te doen!
- MSS
- Neuro
- PCV: respiratoir, obesias, fysieke fitheid
4.2.2. ACTIVITEITENNIVEAU
- Individueel en stapsgewijs leerproces
- Geen vaste richtlijnen → flexibiliteit noodzakelijk
- Belang van:
o Motivatie van het kind
o Aangepaste pedagogische aanpak
- Focus op functionele vaardigheden (bv. fietsen, zwemmen, zelfzorg…)
- Belang van ouderbetrokkenheid (met 1-2 u per week kom je er niet)
4.2.3. MOTORISCHE ONTWIKKELING STIMULEREN
Motorische vaardigheden aanleren:
- In kind-omgeving-taak
o ? Hoe taak aanpassen
o ? Hoe kind aanpassen
o ? Hoe omgeving aanpassen
- Transfer nooit veronderstellen, altijd nagaan
- In context leren indien mogelijk
- HERHALEN
91
, 4.2.4. PSYCHOMOTORIEK
= Bewegen als middel om doelen te bereiken op andere domeinen
- Cognitieve domein
- Sociale domein
- Emotionele domein
Vb. Sherborne, relaxatie, speltherapie, danslabo, …
à Zelfstandig kunnen bewegen is een belangrijke motor voor de psychologische ontwikkeling.
à Sociaal-communicatief gedrag staat in verband met het zich zelf kunnen voortbewegen.
OPM: Meer zelfvertrouwen, sociale luik, algemeen welbevinden, niet enkel en alelen motorisch
luik!
4.2.5. HULPMIDDELEN
Mobiliteit stimuleren – gebruik van hulpmiddelen
- Mobiliteit is belangrijk in de ontwikkeling à zelfstandig verplaatsen
o à Belangrijke impact op cognitieve ontwikkeling, omgeving
SIEKE FITHEID leren kennen
- Drang om te bewegen is soms verminderd (zoek toegangspoorten
om dit te stimuleren)
theid en activiteit - Hulpmiddelen overwegen: fiets – loophulp – loopkader - …
o SPORT EN FYSIEKEbepalen
à In teamverband FITHEID
potherapie)
Sport, fysieke fitheid en activiteit
4.2.6. SPORT EN FYSIEKE FITHEID
Zwemmen
s - Zwemmen Paardrijden (hippotherapie)
- Paardrijde (hippotherapie)
Fietsen
G-sport
- Fietsen
g (bv. AKABE) Special Olympics
- G-sport
…
- Special Olympics
Vrijetijdsbesteding (bv. AKABE)
gezondheidsproblemen!
- …
- Vrijetijdsbesteding (vb. AKABE)
➔ Preventie andere gezondheidsproblemen!
à Preventie andere gezondheidsproblemen!
CONCLUSIE INTERVENTIES:
Nooit vergeten:
- In pedagogische context (motoriek in relatie tot het volledige kind, het gaat om het
volledig ontwikkelignsbeeld)
- Holistisch denken, vanuit mogelijkheden kind
- Rekening houden met hulpvraag
- Beperkte generalisatie, in natuurlijke omgeving, herhalen herhalen herhalen
- Motivatie kind
92
, - In team, met ouders/ context
5. PRINCIPES VAN OPVOEDING, ONDERWIJS EN HULPVERLENING
Theoretische benaderingskaders:
- Ontwikkelingsbenadering
- Modellen van leren/ orthopedagogische visies
- Normalisatie en integratie
- Inclusie
- Emancipatie/ empowerment
5.1. ONTWIKKELINGSBENADERING
- Het normale ontwikkelingsverloop als uitgangspunt om het ontwikkelingsniveau van het
kind in te schatten
- Afstemmen op dat niveau door het kind steun te bieden bij wat het nog niet kan en door
een aangrijpingspunt te zoeken om het in zijn verdere ontwikkeling te stimuleren.
- Bv. Vroegtijdige ontwikkelingsstimulering die op systematische wijze leerervaring
aanbieden op diverse domeinen.
5.2. MODELLEN VAN LEREN
- Verschillende leertheorieën, verschillende orthopedagogische visies.
- Veel gebruikte benadering: kinderen leren gedrag doordat ze ervoor beloond worden en
doordat ze het gedrag van andere imiteren. Het nagestreefde leerdoel wrodt ingedeeld in
kleine stappen, die in het eigen tempo van het kind worden aangebracht en veelvuldig
herhaald worden. Een belangrijk aandachtspunt is transfer, waarbij men het geleerde
gaat toepassen in de dagelijkse leefsituaties.
5.3. INTEGRATIE EN NORMALISATIE
- Onstond als reactie op de residentiële zorg in ‘instituten’, afgezonderd van de gewone
samenleving.
- Het streven naar leefomstandigheden en leefpatronen zo dicht mogelijk aansluitend bij
deze van anderen
- Op verschillende domeinen (onderwijs, vrijetijdsbesteding, beroepsactiviteiten, …) en op
verschillende niveaus (ruimtelijk, sociale acceptatie, financieel, …)
We willen ernaar streven dat ze zoveel mogelijk deelnemen aan de gewone samenleving.
5.4. INCLUSIE
- Mensen met een beperking moeten niet geïntegreerd worden in de samenleving, maar
maken er per definitie deel van uit.
- Dezelfde rechten als andere kinderen: om te participeren in het gewone leven, in het
gezin en in de gewone samenleving naar school te gaan, vrije tijd te besteden en relaties
op te bouwen.
- Bv. Ondersteuningsnetwerk (onderwijs) (buitengewoon onderwijs samen met regulier
onderwijs)
93