Plus enkele handige extras voor tentamens.
,Hoofdstuk 1 – Bijzondere overeenkomsten: algemeen
1.1.1 Benoemd of bijzonder
Het Nederlandse overeenkomstenrecht onderscheidt benoemde en onbenoemde overeenkomsten. Benoemde
overeenkomsten zijn specifiek in de wet geregeld, zoals koop, arbeid, opdracht, aanneming, verzekering en
vaststelling.
De algemene regels staan vooral in Boek 3 en Boek 6 BW, terwijl veel bijzondere overeenkomsten in Boek 7 BW
zijn geregeld. De wet vormt daarmee een juridisch kader waarbinnen partijen hun overeenkomst kunnen
vormgeven.
Belangrijke uitgangspunten zijn:
contractsvrijheid;
gebondenheid aan de overeenkomst;
redelijkheid en billijkheid;
bescherming door dwingend recht.
1.1.2 Goed verloop rechtsverkeer
Bijzondere overeenkomsten bevorderen rechtszekerheid, voorspelbaarheid en efficiëntie. De wet bepaalt
welke rechten en verplichtingen gelden wanneer partijen daarover niets of onvoldoende hebben afgesproken.
Artikel 6:248 BW bepaalt dat een overeenkomst niet alleen de overeengekomen gevolgen heeft, maar ook de
gevolgen die voortvloeien uit wet, gewoonte en redelijkheid en billijkheid.
Artikel 6:248 BW - Redelijkheid en billijkheid - Wetboek+
Het overeenkomstenrecht vervult daarmee onder meer een:
coördinatiefunctie;
risicofunctie;
beschermingsfunctie;
handhavingsfunctie.
1.1.3 Bescherming zwakkere partij
Contractspartijen zijn juridisch gelijkwaardig, maar feitelijk niet altijd gelijk. Daarom kent het recht aanvullende
bescherming voor onder meer consumenten en werknemers.
Bij consumenten spelen regels over algemene voorwaarden, informatieverplichtingen, overeenkomsten op
afstand en conformiteit een belangrijke rol. Europese consumentenregels zijn grotendeels verwerkt in het BW.
Bij werknemers bevat Boek 7 BW veel dwingendrechtelijke bescherming. Recente ontwikkelingen rond flexibele
arbeid en schijnzelfstandigheid laten zien dat de feitelijke uitvoering van een arbeidsrelatie belangrijk blijft voor
de juridische kwalificatie.
, 1.1.4 Bijzonder gaat voor algemeen
Het BW kent een gelaagde systematiek. Algemene regels vormen het uitgangspunt; bijzondere regels kunnen
deze aanvullen of daarvan afwijken.
Bij de beoordeling van een bijzondere overeenkomst moet daarom eerst worden vastgesteld:
welke overeenkomst juridisch bestaat;
welke bijzondere wettelijke regeling van toepassing is;
welke algemene regels daarnaast gelden;
of dwingend recht de contractsvrijheid beperkt.
Het beginsel bijzonder gaat voor algemeen betekent dus niet dat algemene regels automatisch buiten
toepassing blijven.
1.2 Geschiedenis en toekomst van het BW
Het huidige Burgerlijk Wetboek trad grotendeels in werking in 1992. Het systeem is opgebouwd rond algemene
regels die in verschillende rechtsverhoudingen kunnen worden toegepast.
Het BW blijft zich ontwikkelen door maatschappelijke, economische en technologische veranderingen. Vooral
digitalisering, consumentenbescherming, platformeconomie en duurzaamheid beïnvloeden het
overeenkomstenrecht.
Ook in 2026 vinden ontwikkelingen plaats op het gebied van digitale contracten en consumentenbescherming.
Zo trad op 25 juni 2026 Nederlandse implementatiewetgeving van Richtlijn (EU) 2023/2673 over op afstand
gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten in werking. Deze regels versterken onder meer
informatieverplichtingen en de mogelijkheid voor consumenten om online overeenkomsten te beëindigen.
Directive - EU - 2023/2673 - EN - EUR-Lex
1.3 Plaats in het BW
Bijzondere overeenkomsten moeten worden beoordeeld binnen de samenhang van verschillende onderdelen
van het BW.
Boek 3 BW bevat algemene regels van het vermogensrecht en rechtshandelingen. Boek 6 BW regelt het
algemene verbintenissenrecht. Boek 7 BW bevat vervolgens de belangrijkste bijzondere overeenkomsten.
Een juridische analyse vereist daarom vaak toepassing van meerdere wettelijke bepalingen tegelijk. Bij een
koopovereenkomst kunnen bijvoorbeeld de algemene regels van Boek 6 en de bijzondere koopregels van Boek
7 naast elkaar gelden.