Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 10 out of 91 pages
Summary

Psychologie van Individuele Verschillen (deel 2) Samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 10 out of 91 pages

Zeer volledige samenvatting van alle hoofdstukken: omvat slides pokerpoints en mondelinge toelichting in hoorcolleges. Meteen geslaagd in eerste zittijd dankzij deze samenvatting (15/20).

Content preview

psychologie van individuele verschillen (2)


psychologie van individuele verschillen




1

,psychologie van individuele verschillen (2)

PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE (HERHALING)




2

,psychologie van individuele verschillen (2)




PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE
INTERACTIONISME:
belangrijkste implicaties
1. interactie tussen persoon en situatie is belangrijkste manier om individuele verschillen in
persoonlijkheid en gedrag op te vatten

2. gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge…

- type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van (indiv. versch in) gedrag

MAAR door relatief lage…
- type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van (ind iv.versch in) gedrag
- type C-consistentie = cross-uitingsstabiliteit van (indiv. versch in) gedrag
- type D-consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van trekscores


12




3

,psychologie van individuele verschillen (2)




PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE
wie heeft gelijk?

q aan ene kant:
§ trekken zijn relatief cross-temporeel consistent
§ er zijn consistente individuele verschillen in algemene gedragstendenzen
§ deze verschillen voorspellen ook belangrijke levensoutcomes

q aan andere kant:
§ concreet gedrag is weinig consistent van situatie tot situatie
§ concrete gedragsuitingen correleren ook niet sterk onderling
§ en worden slechts in beperkte mate voorspeld door trekken


13




4

,psychologie van individuele verschillen (2)


HS 6: genen en persoonlijkheid
illustratie: twee identieke tweelingen gescheiden bij geboorte, eerste contact rond 40j
- opvallende gelijkenissen: gewicht, lengte, uiterlijk, dezelfde job, twee keer getrouwd, gelijkaardige vrouwen,
zoons met dezelfde naam, rookten dezelfde sigaretten, dronken hetzelfde bier, beten op nagels, ...
- ook verschillen: de ene meer mondig, de andere beter in schrijven, ander kapsel, …
à opvallende gelijkenissen in interesses en PH: toeval of niet? rol van genetische factoren?


vragen:
• is persoonlijkheid erfelijk? in welke mate? wat wel en wat niet?
• hoe wordt dit onderzocht?
• wat met de rol van opvoeding, omgevingsinvloeden?
• hoe ziet de hedendaagse gedragsgenetica eruit?


6.1 INLEIDING: BEGRIPPEN EN DOELEN


6.1.1 het menselijk genoom
• genoom = de hele verzameling genen dat een organisme bezit
o bestaat uit DNA (desoxyribonucleïnezuur): dubbele helix opgebouwd uit nucleotiden:
§ fosfaatgroep (zuur), suikers (desoxyribose), basen (A-T en G-C)
§ gen bestaat uit specifieke combinaties DNA-nucleotiden die kunnen coderen
voor een specifiek proteïne of eigenschap:
- bouw lichaam en functies
- aanleg voor bep. aandoeningen
- rol in psychologische eigenschappen
• menselijk genoom bevat 20.000-25.000 genen op 23 paar chromosomen (½ moeder, ½ vader)
o complex geheel:
§ veel genen
§ manier van coderen kan sterk variëren
§ “genetisch afval” (= 98% niet-coderend) blijkt toch functioneel: bepaalt bv. in
welke mate omliggende genen tot expressie komen
• Human Genome Project (2003) is opgezet om de sequentie van het menselijk genoom te
identificeren, nl. de specifieke DNA molecule sequenties in de mens
o dit betekent niet dat daarmee de functie van elk gen gekend is
o bovendien worden vele – de meeste – eigenschappen niet door één enkel gen maar door
combinatie van meerdere genen gedetermineerd, alsook door mate van genexpressie
• de meeste genen in het menselijk genoom zijn dezelfde voor iedereen (99+ %)
o vb: lichaamseigenschappen
• MAAR een kleiner aantal genen kan verschillen tussen mensen (inserties, deleties, vervangingen
van DNA), waaronder genen die coderen voor lichamelijke én psychische trekken:
o vb: oogkleur, mate van introversie/extraversie
• mensen verschillen dus in genoom (= genotype) en hoe dit tot uiting komt, en dit kan
samenhangen met bep. verschillen in hoe ze zijn (= fenotype)




5

,psychologie van individuele verschillen (2)

6.1.2 doel van gedragsgenetica
ONDERZOEKSVRAAG: welke menselijke eigenschappen zijn…
OF volledig genetisch bepaald? OF volledig door opvoeding en omgeving bepaald?
à meeste eigenschappen zijn zowel genetisch- als omgevingsbepaald!!!


doelen van gedragsgenetica:
(1) bepalen hoeveel (in %) van verschillen tussen mensen in een bep. trek toegeschreven kunnen
worden aan genetische verschillen en hoeveel aan omgevingsverschillen
o ~ klassieke gedragsgenetica
(2) onderzoeken hoe genen en omgeving interageren en correleren bij bepalen van indiv. verschillen
o ~ moderne gedragsgenetica
(3) bepalen welke omgevings- en genetische invloeden een rol spelen bij indiv. verschillen
o vb omgeving: ouders, siblings, peergroup, unieke invloeden, …
o vb genetisch: enkele genen (“het gen” voor een bep. eigenschap), complex van genen, …


6.2 GEDRAGSGENETICA


6.2.1 klassieke gedragsgenetica: bevindingen
6.2.1.1 overerfbaarheid
overerfbaarheid = de proportie variantie (%) van geobserveerde verschillen (variantie) in een bep.
eigenschap in een groep individuen die verklaard of toegeschreven kan worden aan genetische
verschillen (variantie)
• enerzijds: er is variantie tussen mensen in PH , anderzijds: er is variantie tussen mensen in genen
o hoe hangen deze indiv. verschillen samen?
• fenotype = ‘uiterlijk’ voorkomen, eigenschappen ve organisme, eindproduct zoals het zich
voordoet: gedrag, fysische kenmerken (oogkleur, lengte, …) en PH
• genotype = genetische constellatie ve organisme
o erfelijkheid = welke aspecten van (variatie in) het genotype van personen hangen samen
met aspecten van (variatie in) het fenotype van personen?
§ of: proportie verklaarde variantie
o genetische bepaaldheid (h2 : heritability) = proportie fenotypische variantie die
toegeschreven kan worden aan genotypische variantie
o omgevingsbepaaldheid (e2 : environmentality) = proportie fenotypische variantie die
toegeschreven kan worden aan omgevingsvariantie
§ additiviteitsassumptie klassieke gedragsgenetica:
§ 1 = h2 + e2 dus 1 - e2 = h2 (omgekeerd proportioneel verband)




variatie in punten wordt perfect variatie in punten wordt niet zowel aantal studie-uren als IQ
verklaard door variatie in aantal verklaard door variatie in aantal zullen beiden een deel van de
studie-uren studie-uren maar wel perfect door variatie in punten verklaren
variatie in IQ
6

,psychologie van individuele verschillen (2)

6.2.1.2 misvattingen over erfelijkheid
• erfelijkheid kan NIET toegepast worden op één individu, enkel op een groep individuen
o cf. lengte (“mijn lichaamslengte is 90% genetisch: 1,60m is genetisch bepaald en
overige 10cm is omgevingsbepaald” -> onzinnige uitspraak)
o je kan niet zeggen dat bv. jouw neuroticisme voor een bep. % genetisch bepaald is
§ enkel uitspraken over variantie in populaties mogelijk
§ bij één individu telkens wisselwerking tussen genen-omgeving noodzakelijk
o illustratie: recept voor cake
§ 200g boter, 200g suiker, 200g bloem, 4 eieren
§ elk ingrediënt is noodzakelijk: het heeft geen zin om te zeggen dat het ene meer
verantwoordelijk is voor de cake dan het andere
- MAAR: wel als je over verschillen tussen cakes spreekt
- sommige cakes bevatten meer boter, andere meer suiker, etc.
o implicatie voor nature-nurture debat:
§ dit debat bestaat niet op vlak van één individu: één individu (~ cake) is nooit
enkel bepaald door erfelijkheid of omgeving, maar altijd een wisselwerking van
beide, beide zijn noodzakelijk anders is er geen sprake ve individu (~ cake)
§ de discussie over de invloed van genen en omgeving is enkel relevant als het gaat
over variatie in een groep dus verschillen tussen individuen (~ meerdere cakes):
lengte, intelligentie, PH, …
• erfelijkheid is NIET constant of onveranderlijk
o altijd van toepassing op bep. groep in bep. tijd (cultuurverschillen, tijdsverschillen)
o afh. van genetische variantie en omgevingsvariantie in de groep
o variabele genexpressie
§ illustratie: genetische invloed op studie en werk groter na dan tijdens Sovietperiode in
Estland
- tijdens Sovietperiode: totalitaire staat, weinig keuzevrijheid voor individuen
welke interesses ze zouden najagen en welke beroepen ze zouden uitvoeren,
werd sterk bepaald door staat zelf, genetische variatie kwam niet tot uiting
- na Sovietperiode: grotere genetische bepaaldheid van succes op vlak van studie
en werk, mensen kunnen genetische voorbestemdheid ontplooien en inzetten
o bewijs van erfelijkheid van indiv. verschillen inzake een eigenschap is niet noodzakelijk
een bewijs van (erfelijkheid van) groepsverschillen in die eigenschap
§ opgelet denkfout: het is niet omdat een bep. eigenschap een sterk erfelijke
component heeft dat dit automatisch wil zeggen dat verschillen in groepen op
vlak van die eigenschap ook noodzakelijkerwijze genetisch van aard zijn
§ illustratie: zak graan (hoe plant groeit is sterk genetisch bepaald) -> 50% zak planten op
vruchtbare grond en 50% zak planten op onvruchtbare grond -> grote variatie in planten
te wijten aan vnl. omgeving
• erfelijkheid is NIET een precieze statistiek maar wel een schatting (oa door meetfouten)

6.2.1.3 methoden in gedragsgenetica


1. SELECTIEF KWEKEN
• cf. indiv. verschillen in PH van honden binnen en tussen rassen
o vb: Labrador lief en aanhankelijk ↔ Pitbull beschermend en agressief
• deze verschillen kunnen ontstaan door selectief paren van individuen met bep. eigenschappen:
als dit werkt, dan is dit een teken dat deze eigenschappen deels erfelijk zijn
o kan enkel slagen als de eigenschappen erfelijk zijn
o maar kan niet ethisch aanvaardbaar op mensen uitgevoerd worden




7

,psychologie van individuele verschillen (2)

2. FAMILIESTUDIES
• correleert de mate van gelijkenis op vlak van bep. eigenschappen met de mate van genetische
overlap tussen familieleden:
o 50% ouder-kind
o 50% siblings (broer/zus)
o 25% grootouders-kleinkinderen
• als een trek sterk erfelijk is, dan zouden familieleden die meer genetisch gerelateerd zijn ook
meer gelijkend moeten zijn mbt deze trek dan familieleden die minder genetisch gerelateerd zijn
(= positieve r)
• probleem: familieleden die veel genen gemeenschappelijk hebben, hebben dikwijls ook een
gemeenschappelijke omgeving
o er is een vermenging (confounding variable) tussen genetische- en omgevingsinvloeden
o de invloed van beide factoren kan niet definitief uit elkaar getrokken worden
o dus: familiestudies geven nooit een sluitend antwoord




3. TWEELINGSTUDIES
• twee soorten tweelingen:
o 1-eiïg / monozygoot (MZ): komen voort uit eenzelfde eicel en zaadcel
§ à genetisch identiek (100% overlap)
o 2-eiïg / dizygoot (DZ): komen voort uit twee aparte eicellen en zaadcellen
§ à even verschillend als normale siblings (50% overlap)
• schatting erfelijkheid: bepalen in welke mate MZ meer op elkaar lijken dan DZ
• als MZ meer op elkaar lijken op vlak ve bep. trek dan DZ, dan levert dit bewijs op van erfelijkheid
van die eigenschap
o berekening ahv formules:
§ 2 x verschil tussen correlatie over MZ en correlatie over DZ
§ h2 = 2(rMZ - rDz)
§ vb lengte: 2 x (.93 - .48) = .90 -> 90%
• assumpties bij deze methode:
o gelijke omgevingsassumptie: DZ ondergaan evenveel gelijke omgevingsinvloeden als MZ
§ als MZ meer gelijkaardige omgevingsinvloeden ondergaan dan DZ, dan wordt
erfelijkheidsbijdrage overschat omdat een deel ervan afkomstig is ve meer
gelijke omgeving
§ vb: ouders behandelen MZ meer gelijkaardig dan DZ (dezelfde kleren aandoen)
§ onderzocht ahv fout gediagnosticeerde tweelingen:
- MZ als DZ beschouwd: minder gelijkend dan echte MZ?
- DZ als MZ beschouwd: even gelijkend als echte MZ, meer dan DZ?
§ deze assumptie blijkt in het algemeen ongeschonden
o representativiteitsassumptie: zijn tweelingen representatief voor de gehele bevolking?
§ deze assumptie blijkt wel het geval te zijn




8

,psychologie van individuele verschillen (2)

4. ADOPTIESTUDIES
• adoptie: kind deelt omgeving want groeit op bij ouders zonder genetische overlap, maar heeft
wel genetische overlap met biologische ouders met wie geen omgeving gedeeld wordt
o de twee kunnen uit elkaar gehaald worden:
§ als positieve r gevonden worden tussen adoptiekinderen en hun adoptieouders,
dan geeft dit aan dat omgevingsinvloeden een rol spelen
§ als positieve r gevonden worden tussen adoptiekinderen en hun echte ouders,
dan geeft dit aan dat genetische invloeden een rol spelen
• adoptiestudies leveren krachtige resultaten omdat ze niet beroepen op de ‘gelijke
omgevingsassumptie’
o volledige scheiding, geen confound tussen genetische- en omgevingsinvloeden dus een
schending ervan is geen probleem
o MAAR: de assumptie dat adoptiekinderen en hun ouders representatief zijn voor hele
populatie is betwijfelbaar
§ kinderen worden voor adoptie opgegeven owv bep. redenen (kwetsbare situatie)
§ stereotype eigenschappen van adoptieouders (rijk, empathisch, …)
§ selectieve plaatsing: adoptieouders lijken op genetische ouders
• “twins reared apart”: onderzoeksopzet die de sterkte van tweeling- en adoptiestudies verenigt:
onderzoek met apart opgegroeide MZ
o hetzelfde genotype maar verschillende omgeving
o gedeelde verschillen (r) kunnen enkel door genetische verschillen verklaard worden
o h2 = r(geadopteerde MZ die apart opgroeien)
§ directe index van erfelijkheid
§ maar zeldzaam


6.2.1.4 belangrijkste bevindingen van klassiek gedragsgenetisch onderzoek


persoonlijkheidstrekken

• hoeveel % van de variatie in persoonlijkheidstrekken is erfelijk?
• reviews van gedragsgenetica samengevat: erfelijkheidsschattingen voor belangrijke PH-trekken
(N/E/O/V/C) rond 20-45 % of soms zelfs hoger
o vb: Zweedse tweelingstudie: E -> MZ.51/DZ.21 en N -> MZ.50/DZ.23
o vb: Duitse adoptiestudie: E 40% en N 30%
o vb: Minnesota twins reared apart studie: gemiddelde r .54
• ook andere persoonlijkheidskenmerken of social outcomes:
o happiness:
§ Lykken & Tellegen, 1996: “From 44-52 percent of the variance in well-being is
associated with genetic variation.”
§ latere schattingen meer gematigd:
- Bartels, 2015: schattingen rond 35% voor well-being en life satisfaction
- Roysamb & Nes, 2018: tussen 36-40 %, toont ook overlap met
genetische basis van bv. persoonlijkheid en depressie
- recente studie Royasamb et al, 2023: genetische component van 32-33
% voor subjective well-being over landen heen
o scheiding (bepaald door PH partners):
§ “Concordance for divorce was significantly higher in MZ than DZ twins. This
research indicates that, in the population studied, about 50 percent of the
individual diaerences in risk of divorce are attributable to genetic diaerences.”
(McGue & Lykken, 1992)
o seksuele oriëntatie:
§ object van seksuele aantrekking (hetero/homo/bi)
9

, psychologie van individuele verschillen (2)

§ een zich ontwikkelend en controverse-teweegbrengend onderzoeksdomein
- relatief stabiele individuele verschillen: 2-10 % van mensen wereldwijd
rapporteren seks met same-sex partners
- deels gerelateerd aan belangrijke levensaspecten: levensstijl, groepen
waarmee men optrekt, dingen die men interessant vindt, …
§ de gemengde bevindingen geven aan dat genen slechts beperkte en indirecte
invloed uitoefenen op volwassen seksuele oriëntatie
- indirect: via gender (dis)conformisme in kindertijd (= mate waarin kind
al dan niet typisch jongens/meisjes gedrag stelt)
¨ maar: slechts kleine samples
¨ wel biologische basis (ipv opvoeding)
¨ invloed van geboorterang?
§ meer recent:
- Price, 2018 en Ganna, 2019: 5 genetische varianten gelinkt aan niet
heteroseksueel gedrag obv Genome Wide Association Study
- recente studie, 2021: genetische patronen gelinkt aan same-sex
behavior geven paarvoordeel aan opposite-sex personen

als (S)… dan (R)… profielen

• sociaal-cognitieve benadering van PH (~ Walter Mischel): PH als een systeem van stabiele
als…dan… verbanden, situationeel of contextueel gedreven gedrag
o vb: als eer gekrenkt dan agressief
o vb: als psychologische dreiging dan vermijden ↔ als fysieke dreiging dan toenaderen
• onderzoek Borkenau, 2006: 25% genetische invloed van als-dan patronen
o kleiner, is logisch want expliciet contextbepaalde omschrijving van PH
o gedeelde omgevingsinvloeden bepekt


attitudes en voorkeuren

• attitude = persoonlijke evaluatie van bep. levensaspect of domein van sociale wereld
(bv. abortus, doodstraf, …)
o vertonen stabiele indiv. verschillen en zijn gelinkt aan gedrag
o sommige attitudes vertonen redelijke erfelijkheid tot wel 60%
§ oa traditionalisme, conservatisme, beroepsvoorkeuren
§ dit zou niet te wijten zijn aan opvoeding
o andere attitudes vertonen geen of minder erfelijkheid
§ oa geloofsovertuiging, racisme
o niet duidelijk waarom sommige attitudes een erfelijke component bezitten en andere
niet (mogelijke oorzaak: gelinkt aan andere, duidelijk overerfbare eigenschappen)
§ vb beroepsvoorkeuren: hangt samen met intelligentie en andere PH trekken
zoals sensation seeking, extraversie, etc. en deze zijn ook deels erfelijk
(cf. psychologiestudenten zijn empathischer dan andere studenten)


drinken en roken

• zijn gedragsuitdrukkingen van PH trekken zoals sensation seeking, impulsiviteit, extraversie,
neuroticisme (-> PH belangrijk element van gezondheidspsychologie)
• vertonen relatief stabiele indiv. verschillen
• beide vertonen evidentie van erfelijkheid: .50 of meer
o ook mbt deelaspecten zoals beginnen, volhouden, kunnen stoppen



10

Document information

Study
Uploaded on
August 28, 2026
Number of pages
91
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.33

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
21
Last sold
3 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions