FARMACOLOGIE : DEEL 4
DEEL 4 : Geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair stelsel
▪ H1: Diuretica
▪ H2: Farmacotherapie van hypertensie
▪ H3: Farmacotherapie van hartfalen
▪ H4: Farmacotherapie van angor
▪ H5: Farmacotherapie van hyperlipidemie
▪ H6: Geneesmiddelen in verband met bloedstolling
▪ H7: Farmacotherapie van voorkamerfibrillatie
©Elise Vanoverschelde
,Farmacologie Deel 4
Diuretica
- Alle diuretica, behalve spironolactone, bereiken de luminale transportlocaties via de
tubulaire vloeistof (filtratie en secretie).
- Alle diuretica, behalve osmotische diuretica, worden actief gesecreteerd door proximale
tubulus in de tubulaire vloeistof.
- Het nefron: Kapsel van Bowman, Proximale tubulus, Lis van Henle, Distale kronkelbuisje,
Verzamelbuisjes → in serie geschakeld
Diureticum die thv proximale tubulus effect heeft → daar samenstelling vh tubulair vocht
wijzigen → gevolgen op de volgende segmenten vh nefron
→ Diuretica die meer proximaal ingrijpen, hebben grotere impact dan gm dat later ingrijpt:
lisdiuretica werken proximaler dan thiaziden → lisdiuretica kunnen grotere hoeveelheden
volumes beïnvloeden.
©Elise Vanoverschelde
, Farmacologie Deel 4
1. Koolzuuranhydrase-inhibitoren
1.1 Werking
START
- Koolzuuranhydrase (KZA)
o Sleutelrol in absorptie van NaHCO3
o Overvloedig aanwezig in nefron (luminale membraan, basolaterale membraan,
cytoplasma van tubulaire epitheelcellen)
o Ook aanwezig in: oog, CZS, pancreas, rode bloedcellen
o Hoogste conc koolzuuranhydrase : thv luminale membraan in proximale tubulus
- Bicarbonaat anionen die gefilterd worden, komen normaal niet in urine terecht, omdat heel
efficiënt gereabsorbeerd worden (99%) (dus perfecte reabsorptie van bicarbonaat).
- Na+ gradiënt, gegenereerd door basolaterale Na+pomp → gebruikt door luminale Na+/H+
uitwisselaar om Na+ uit te wisselen tegen H+
- In het lumen gesecreteerde H+ combineert met gefilterde HCO-3
→ netto H2CO3
→ door koolzuuranhydrase omgezet tot H2O + CO2
→ CO2 (lipofiel) diffundeert naar cel
→ in cel: oiv koolzuuranhydrase CO2 + H2O → H2CO3
→ H2CO3 dissocieert in HCO-3 + H+
→ H+ via N+/H+ uitwisselaar naar lumen ;
HCO-3 naar interstitium door specifiek transportsysteem
Koolzuuranhydrase = essentieel voor bicarbonaatreabsorptie in proximale tubulus
- Koolzuuranhydrase-inhibitor
o Werking thv proximale tubulus
o Geen krachtige diuretica
o Zijn sulfonamide-derivaten
o Werking:
Inhibitie koolzuuranhydrase → minder transport van NaHCO3 van lumen naar
interstitium (vermindering vh totale lichaamsbicarbonaat)
→ minder beweging van H2O naar interstitium
→ systemische acidose bij lang gebruik & urine meer alkalisch worden
©Elise Vanoverschelde
, Farmacologie Deel 4
o De diuretische efficiëntie neemt na enkele dagen duidelijk af.
- Alkalisch worden van urine = zelflimiterend
o Natriumbicarbonaat dat in tubulair vocht blijft gaat bepaalde hoeveelheid water
meenemen → naarmate organisme zuurder worden: minder bicarbonaat gefiltreerd
worden & dus minder diuretisch effect
1.2 Product
- Acetazolamide → afgeleid van sulfanilamide
1.3 Farmacokinetiek
- Goede perorale absorptie
- Al na 30’ stijgt urinaire pH, maximaal effect na 2u
- Effect blijft 12u duren
- Renale excretie → dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie
1.4 Indicaties
Koolzuuranhydrase-inhibitoren: niet veel meer als diuretica gebruikt, wel speciale indicaties:
- Open hoek glaucoom
o Minder productie oogvocht → daling oogdruk
o Zowel acute als onderhoudsbehandeling
o Lokale toediening: oogdruppels vb dorzolamide
- Congestief hartfalen
- Metabole alkalose
tgv diureticagebruik bij iemand met zware hartdecompensatie
o Geen zout mogen toedienen bij deze pat ter correctie vd alkalose
o Wel acetazolamide: zowel alkalose corrigeren als geringe bijkomende diurese geven
- Mountain sickness
o Eerste kenmerk vaak hoofdpijn
o Acetazolamide symptomen verminderen door productie & pH vh cerebrospinaal
vocht te verlagen
o Gm ter preventie van hoogziekte: 125 mg 2x/dag, beginnend een dag voordat op
grote hoogte gaan, blijven nemen tot nog een dag nadat grootste hoogte is bereikt.
- Alkalinisatie vd urine
o Zuren beter oplossen in alkalische urine vb cystine, urinezuur, aspirine
o Bij langdurig gebruik: bicarbonaat per os moeten nemen
1.5 Bijwerkingen
Gevolg van alkalinisatie vd urine & metabole acidose
- Verergeren van metabole of respiratoire acidose
- Nierstenen: vb calciumzouten zijn minder oplosbaar in alkalische urine
- Verlies van kalium via nier → hypokaliëmie
- Meer ammoniak in systeemcirculatie (vanuit urine) → meer kans op encefalopathie
Contra-indicatie: levercirrose
- Zelden overgevoeligheidsreacties (afgeleid van sulfonamiden)
- Bij hoge dosis: slaperigheid & paresthesieën
©Elise Vanoverschelde