New dataset > open > File > import data > CSV best > leger (bestand van canvas) > open >
Delimiter between values = hoe worden data van elkaar gescheiden (kan komma zijn bv)
Decimal symbol = period = betekent is een punt
Advanced options > meer uitgebreid scherm waardoor je zeker bent data correct ingeladen
Eerst: nee, next: delimited (hoe gescheiden), zijn er variable names = ja en 1e lijn
En decimaal getal period, dan op 3 starten first case, all of cases opladen, Dan verder… dan next eerste variable is bv. graad
dan next: finish je krijgt dan je dataset (dus aantal data ingeladen)
SETTINGS (edit > options)
Classic application (altijd!)
Tablad Data decimal places op 4 doen (dus op 4 cijfers na komma)
o Decimaal moet op 4 staan liefst als op 2 dan dubbel dan heb je 4 automatisch
Deze enkel veranderen en dan op ok
Finaliseren data -> variable view
Measure > is meetniveau (belangrijk om meetniveaus aan te passen!)
o Nominaal zaken die ni te ordenen en discreet bv. man of vrouw
o Ordinaal wel te ordenen bv. akkoord naar ni akkoord
o Interval met gelijke tussensprong bv. van 10 tot 15 graden
o Ratio met nulpunt bv. afstand, hoogte waar je een 0 op kan hebben
interval of ratio = scale (in spss)
Bv. graad = ordinaal (want eerst komt sergeant dan koporaal enz)
Bv. pull, want je kan 0 ook hebben dus ratio dus is het scale
Labels ze hebbe namen nodig (= de legende, 3e kolom in pdf))
Bij graad is da bv: 1=soldaat,2=korporaal,3=adjudant,….. (let op geen spaties!)
Ook de rest bv. toekomst label: 0=neen,1=ja -> dit voor rest ook doen
Values: hele stap herhalen bij values = zelfde als bij labels zodat systeem herkent
Je drukt daar op het vak op die 3 puntjes en dan op die groene kruisje
Missing values > data die er niet is (ook vanaf blijven)
Save as = OPSLAAN IN DATABESTAND zodat ni verloren gaat al die moeite
File > save = OPSLAAN TUSSENDOOR (of control s)
|= of , & = en, R = determinatiecoef (hoeveel percent van de variantie verklaard) en
r =correlatiecoefficient (richting en sterkte verband)
X as verklarende variabele (onafhankelijke variabele) independent (bv. pretest) voorspeller
Y as = afhankelijke variabele (wat je verwacht of wilt voorspellen) dependent (bv. posttest)
Afhankelijke variabele gaat veranderen als je verklarende variabele manipuleert
Regressie is een statistische techniek waarmee je onderzoekt of een variabele (X) een andere
variabele (Y) voorspelt.
Tabel kan je krijgen > aflezen *ALTIJDS select cases runnen & kijken doorgestreept ok
Split file = alles in aparte groepen VS select cases = één specifiek groep
Statistische samenvatting = analyze > descriptive statistics > descriptives
Als je nominaal en ordinaal var hebt en verband moet > moet je chikwadr (laagste altijd
samenhang ratio dus pearson (indien voorspelling is het regressie)
en = maal (&), of = plus (|) * abolute freq = aantal N * relatieve freq = %
tussen haakjes, vaak dezelfde var meerdere dinge ervan tussen haakjes (bv. bij select cases)
1
,GRAFIEK =
Nominaal, ordinaal
Interval, ratio
(bij histogram: bij continue gaan ze uit
elkaar, bij discrete bij elkaar
Ordinaal, Interval ratio
Nominaal
Nieuwe variabele = transform > recode into different variables (bv. met rode & blauwe hoed in 1 var)
Select cases = data > select cases > if condition is satisfied (bv. enkel met rode hoed)
Frequenties (1 variabele): Analyze → Descriptive Statistics → Frequencies.
Frequenties/verband (2 categorische variabelen): Analyze → Descriptive Statistics → Crosstabs
! frequentie van een select case > altijd met filter werken
Verband (2 scale variabelen): Analyze → Correlate → Bivariate
Een scatterplot (spreidingsdiagram) is
grafiek die relatie tssn 2 variabelen toont
(1 stip is een persoon/observatie)
2
, GRAPH
Nominaal > barplot, pie chart Simple = 1 variabele
Ordinaal > barplot, boxplot clustered = staven naast elkaar (vergelijken tssn groepen)
stacked = staven op elkaar (onderdelen van een totaal)
Interval, ratio > histogram, boxplot
VERBAND
Nominaal > chikwadraat
Ordinaal > kendall, spearman
Interval, ratio > pearson (niet oorzakelijk, samenhang), regressie (wel oorzakelijk, voorspeller)
MATEN VORM (vanaf interval!)
g1 = skewness (scheefheid) = welke kant staart g2 = kurtosis (vorm/piek) = hoe spits of plat
g1 = 0 (symmetrisch/nrmlverdeling) g2 = 0 (mesokurtisch) = nrmle piek
g2 > 0 (rechts scheef, pijltje rechts) g2 > 0 leptokurtisch) = lang
g3 < 0 (links scheef) g2 < 0 (platykurtisch) = platter
CENTRUMMATEN
Nominaal > modus
Ordinaal > mediaan
Interval > gemiddelde
SPREIDINGSMATEN
Ordinaal > kwartielen, ika (Q3-Q1)
Interval > variantie, standaardafwijking
MEETNIVEAUS
NOMINAAL = categoriën zonder volgorde (bv. oogkleur, slaaptekort ja/nee, geslacht, nationaliteit)
ORDINAAL = categoriën met volgorde (bv. tevredenheid schaal 1 -5, opleidingsniveau, 1e 2e 3e plaats)
INTERVAL = gelijke afstanden, maar geen absoluut nulpunt (bv.IQ, temperatuur, kloktijd)
RATIO = gelijke afstanden + echt absoluut nulpunt (bv; gewicht, lengte, leeftijd, inkomen, aantal kids)
3