2025-2026
E. Verstraete
Inhoud
8. Urologie
9. Plastische heelkunde
10. Gespecialiseerde wondzorg
VZC3 | pagina 1
, 8. Urologie
8.1 Nierchirurgie
● Benaderingen meestal laparoscopisch, al dan niet robotgeassisteerd, trans- of retroperitoneaal.
Robotvoordelen: lagere morbiditeit, minder bloedverlies, korter verblijf, klinische resultaten
vergelijkbaar.
● Indien open: lumbotomie, mediane/dwarse/subcostale bovenbuikincisies.
● Partiele nefrectomie: tumoren <4-7 cm; tumor + klein deel gezonde nier; meestal
robotlaparoscopisch; kan langer duren en relatief veel bloedverlies geven.
● Nefrectomie-indicaties: niercelcarcinoom (nierparenchym), pyelum-/uretercarcinoom (urotheel),
Wilms/nefroblastoom bij kinderen, cystenier, uitgebluste hydronefrose, schrompelnier, pusnier,
chronische pyelonefritis zonder herstel.
● Nefro-ureterectomie bij pyelum- of uretertumor.
Preop nieroperatie
● Onderzoeken afhankelijk ingreep: bloed, ECG, RX-thorax, diagnostiek.
● Anamnese: fysiek/psychosociaal, thuismedicatie, antistolling, allergieen.
● Meestal geen darmvoorbereiding of ontharing; tot 2u vooraf mogelijk heldere dranken volgens
lokale procedure.
Postop nieroperatie
● Pijn: PC(E)(I)A volgens protocol; partiele nefrectomie vaak pijnlijker. Schouderpijn + moeilijke AH
na laparoscopie door pneumoperitoneum/n. phrenicus.
● Trombosepreventie: snelle mobilisatie + LMWH.
● Diurese: blaaskatheter 1-4 dagen volgens ingreep; hoeveelheid opvolgen.
● Vocht: infuus tot voldoende drinken, opklimmende voeding bijna onmiddellijk.
● Wond: open = wondnaad + drain; robot/lap meestal 3-5 kleine wondjes, vaak geen drain.
● Complicaties: pneumothorax, bloeding, verminderde nierfunctie, POWI, littekenbreuk. Observeer
AH, p/RR, wonde/drains/blaaskatheter, huid en diurese.
8.2 Blaastumoren en oncologische chirurgie
● Risico/etiologie: >60 jaar, meer mannen, roken; industriele chemische stoffen
(kleurstof/rubber/plastiek).
● Meest voorkomend: oppervlakkig urotheelcelcarcinoom; invasieve tumor groeit door
spierwand/alle lagen en eventueel bekkenwand/organen.
● Histologie: urotheelcarcinoom 90%, plaveisel 6-8%, adenocarcinoom 2%.
VZC3 | pagina 2