Hoofdstuk 1 - Onderzoek naar vreemdetaalverwerving (VTV)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
|| Inleiding
| Doel
●kennis en inzichten in het domein
●onderzoeksmethodologie: basisnoties kwantitatief onderzoek
●lezen en interpreteren van wetenschappelijk onderzoek
→ combinatie van hoorcolleges, Ufora-leerpaden en zelfstudie
●deel I: Vreemdetaalverwerving
○H1: Onderzoek naar vreemdetaalverwerving vanuit verschillende invalshoeken
○H2: Onderzoeksmethoden
○H3: Woordenschatverwerving in een vreemde taal
○H4: Meertaligheid
●deel II: Vreemdetaaldidactiek
○H1: Stromingen in de vreemdetaaldidactiek
○H2: Evaluatie van taalvaardigheden en het ERK
○H3: Individuele variabelen die taalleersucces beïnvloeden
○H4: CALL
●Ufora leerpad: toepassingen (Koen Plevoets)
●zelfstudie: artikelen met verdiepende kennis op Ufora + 2 wetenschappelijke artikelen die je
zelfstandig verwerkt (achteraan syllabus)
○artikels: inleiding kennen, concepten die worden uitgelegd, de algemene bevindingen en
onderzoeksvraag (geen statistiek of referenties)
| Examen
●25 meerkeuzevragen
●breng rekenmachine mee
●geen open vragen en geen giscorrectie
●voorbeeldvragen op Ufora
●artikels te kennen
|| Onderzoek naar vreemdetaalverwerving vanuit verschillende invalshoeken
| VTV = Zeer ruim domein
●meer dan 7000 talen wereldwijd (waaronder 3 actuele wereldtalen [Engels, Chinees, Spaans])
○+- helft van de talen zal waarschijnlijk uitsterven, terwijl andere talen exponentieel blijven groeien
○talen kunnen verschillende statussen genieten (bv. officiële taal binnen land of regio)
●meertaligheid is eerder de regel dan de uitzondering geworden
○mede door toenemende mobiliteit en globalisering
○werkelijke eentaligheid komt relatief weinig voor - Wie is nog daadwerkelijk eentalig?
●Historische ontwikkeling van onderzoek naar vreemdetaalverwerving
●begin 20ste E:
○dagboekdocumentatie (door taalkundigen)
■ focus op hoe individuen meerdere talen leren
●later ontwikkeling tot een interdisciplinaire onderzoeksdiscipline
○SLA (Second Language Acquisition): betrekt onder andere taalkundigen en psychologen
en is gericht op interlanguage
■ interlanguage: unieke, tijdelijke (tussen)taal die iemand gebruikt tijdens het leren van een nieuwe
taal (gekenmerkt door een mengeling van de moedertaal en de doeltaal)
,| Interlanguage (Selinker, 1972)
●interlanguage: unieke, tijdelijke (tussen)taal die iemand gebruikt tijdens het leren van een nieuwe taal
(gekenmerkt door een mengeling van de moedertaal en de doeltaal)
○wordt gezien als een zelfstandig taalsysteem met eigen regels, en niet louter als een verzameling
fouten ten opzichte van de doeltaal
●taalgebruik van de leerder ≠ taalgebruik van een moedertaalspreker.
●dynamisch systeem: het taalgebruik verandert en ontwikkelt zich tijdens het leerproces
○bevat kenmerken van de moedertaal: deze blijven cognitief aanwezig in het brein
○bevat kenmerken van de doeltaal/vreemde taal
●idiosyncratisch: het leerproces en de interlanguage zijn voor elke leerder verschillend
○verschillen ontstaan door uiteenlopende taalervaringen en leertrajecten
| Moedertaalverwerving
●taal wordt progressief verworven via verschillende ontwikkelingsfasen
pre-linguïstische fase (0–1 jaar) ●huilen en brabbelen
○cruciaal voor de ontwikkeling van de spieren die nodig zijn
voor spraakproductie
→ voorbereidende fase voor latere taalontwikkeling
één-woordfase (± 1–1,5 jaar) ●één woord kan een volledige boodschap uitdrukken
○start van het vermogen om woorden aan betekenissen te
koppelen
→ begin van de verbale communicatie
twee-woordfase (± 1,5–2 jaar) ●combinatie van twee woorden (bv. "wil koekje")
→ eerste vormen van syntaxis (zinsbouw)
telegrafische spraak (± 2–2,5 jaar) ●gebruik van drie of meer woorden
●nadruk op inhoudswoorden
○functiewoorden ontbreken vaak
→ betekenisvolle communicatie met vereenvoudigde
zinsstructuren
complexe zinnen (vanaf ± 3 jaar) geleidelijke verwerving van: morfologie, fonologie,
grammatica
→ effectieve en steeds complexere communicatie wordt
mogelijk
●verschillende theorieën met verschillen in nadruk: biologische factoren, omgevingsfactoren, sociale
interactie en cognitieve ontwikkeling
nativistische theorie – ●taalverwerving is biologisch voorbestemd
Noam Chomsky ○LAD (Language Acquisition Device)
○universele grammatica (Universal Grammar)
●kinderen beschikken over een aangeboren genetische
predispositie voor (eender welke) taal
●het menselijk brein is geprogrammeerd om taal te verwerken en
syntactische structuren te verwerven
behavioristische theorie – ●taalverwerving verloopt via gewoontevorming
B. F. Skinner ●mechanismen: proces van imitatie en bekrachtiging (beloning)
wat leidt tot (positieve) conditionering van taalontwikkeling
●centraal staan de omgevingsinvloeden
○(correct) taalgebruik wordt versterkt door positieve reacties uit
de omgeving
, interactionistische theorie – ●taalverwerving ontstaat uit wisselwerking tussen: biologische
Lev Vygotsky aanleg en omgevingsinvloeden (die elkaar versterken)
●sociale interactie is essentieel voor cognitieve en talige
ontwikkeling: Zone van Naaste Ontwikkeling
○Zone of Proximal Development, ZPD: gebied tussen wat
iemand zelfstandig kan en wat nog te moeilijk is, wat kan
bereikt worden met ondersteuning ("gouden zone")
cognitieve theorie – ●taalverwerving is nauw verbonden met cognitieve ontwikkeling:
Jean Piaget de processen verlopen parallel en beïnvloeden elkaar wederzijds
●cognitieve ontwikkeling verloopt volgens 4 verschillende stadia
●de sensomotorische fase gaat vooraf aan de spraakontwikkeling
| Verschillende benaderingen van taalonderzoek
●op basis van verschillende onderzoeksmethoden en perspectieven
●leidden tot afzonderlijke disciplines:
○vreemdetaalverwerving (SLA – Second Language Acquisition)
○psycholinguïstiek: onderzoekt de cognitieve processen achter taalproductie en taalbegrip
○neurolinguïstiek: onderzoekt de relatie tussen taal en het brein
○sociolinguïstiek: onderzoekt de relatie tussen taal en sociale factoren
| Toegepaste taalkunde (Applied Linguistics) / Vreemdetaalverwerving (SLA)
●Angelsaksische traditie: Applied Linguistics wordt vaak vrijwel gelijkgesteld aan
SLA / Vreemdetaalverwerving (grootste aantal wetenschappelijke tijdschriften binnen dit domein)
●bredere definitie omvat onder andere: Vreemdetaalverwerving (VTV/SLA), vertaal- en
tolkwetenschap, interculturele communicatie, computergestuurde communicatie, taalbeleid, etc.
→ de studie van alle taalgerelateerde problemen (= taalkunde volgens bredere definitie)
| Centrale onderzoeksvragen binnen VTV/SLA
●Verloopt vreemdetaalverwerving op dezelfde manier als moedertaalverwerving?
●Hoe leidt blootstelling aan een vreemde taal tot taalbeheersing?
●Wat is de meest effectieve methode om een (vreemde) taal te leren?
●Is het voordeliger om een vreemde taal op jonge leeftijd te leren?
●en andere vragen rond leerprocessen, leeromstandigheden en taalontwikkeling …
| Centrale onderzoeksmethoden binnen VTV/SLA
●keuze van methode hangt af van de onderzoeksvraag
●kwantitatief onderzoek
○verzamelt cijfermatige gegevens
○werkt meestal met grote groepen proefpersonen
○doel: resultaten (van die groepen) generaliseren naar een bredere populatie
○gebruikt doorgaans een gecontroleerd onderzoeksdesign
●kwalitatief onderzoek
○richt zich op vragen zoals: "Hoe?" en "Waarom?"
○werkt meestal met kleine groepen of individuele deelnemers
○levert gedetailleerde, uitgebreide en diepgaande informatie op
○focus op interpretatie en begrip van processen
●Mixed Methods Research
○combineert kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden
|| Psycholinguïstiek
●richt zich op cognitieve processen = taalverwerking
●ontstaan vanuit onderzoek naar moedertaalverwerving (L1) bij kinderen
, ●centrale RQ (Research Question)’s
○language processing (verwerking)- storage (opslaan) – retrieval (oproepen)
→ niet alles wat je kan begrijpen en 'stockeren', kan je ook daadwerkelijk oproepen of produceren
●waarom “psycho”-?
○⚠ niet omdat het psychologie is, maar omdat onderzoeksmethoden afkomstig zijn uit de
psychologie (ze bestuderen de cognitieve processen voor taalverwerking)
○gehanteerde methoden: gedragsexperimenten, reactietijdmetingen, eye-tracking (eye-mind
link)
| [casus] gedragsexperiment
●onderzoeksvraag: beïnvloedt de syntactische structuur van een zin de taalverwerking?
●zinnen met dezelfde betekenis:
○"Jan gooide de bal naar Marie."
○"De bal werd door Jan naar Marie gegooid."
●vraag: Wie gooide de bal?
●bevinding
○actieve zinnen worden sneller en gemakkelijker verwerkt dan passieve zinnen
→ geeft inzicht in taalverwerking, niet in betekenisbegrip (want de inhoud is dezelfde)
| Eye-tracking
●registreert oogbewegingen tijdens het lezen
●geeft inzicht in cognitieve verwerking (eye-mind link) tijdens het lezen
●lezers volgen tekst niet per se lineair (van links naar rechts), ogen springen vooruit en terug
●toepassingen:
○onderzoek naar leer- en leesprocessen
○advertentieonderzoek via heatmaps
■ heatmap: visuele weergave van waar de aandacht/blik naartoe gaat
| Taalbegrip: Mondegreen
●mondegreen: misbegrijpen van een woord of zin, vaak in songteksten
○vergelijkbaar met het Nederlandse/Vlaamse fenomeen "mama appelsap"
○toont aan dat taalbegrip een actief interpretatieproces is en fouten kan bevatten
●term geïntroduceerd door Amerikaanse schrijfster Sylvia Wright
○misinterpretatie van een versregel waarbij "and laid him on the green" werd verstaan als "and Lady
Mondegreen"
“Ye Highlands and ye Lowlands / Oh, where hae ye been? / They hae slainthe Earl Amurray, /
And laid him on the green” (and Lady Mondegreen)
| Facetten van taalbegrip
●auditieve waarneming
○geluidsgolven bereiken via het oor de auditieve cortex van het brein
○het brein verwerkt deze signalen (geluidsgolven) en kent er betekenis aan toe
○taalbegrip is geen passieve registratie van geluid, maar een interpretatieproces
●Yanny/Laurel-illusie
○dezelfde geluidsinput kan door verschillende luisteraars anders worden geïnterpreteerd (hoger/lager)
○toont aan dat perceptie mede gestuurd wordt door cognitieve verwerking
"Laurel" or "yanny"? Expert sets the record straight