Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
Hoofdstuk 1: Organisatie en arbeid
1.1 De organisatie
Een organisatie is een samenwerkingsverband van personen die een bepaald doel willen
bereiken.
Eigenschappen organisatie:
Samenwerking
Taakverdeling
Leiding
Doel
Middelen
1.2 Profit en non-profitorganisaties
Twee hoofdgroepen organisaties:
Profitorganisaties (doel is winst maken)
Non-profitorganisaties (doel is niet winst maken)
Er zijn ook nog not-for-profitorganisaties. Zij zijn vaak zakelijker en maken wel winst, maar
doen dit alleen om hun hoofddoel beter te kunnen realiseren, om zo continuïteit en
kwaliteit te gegarandeerd (zorginstellingen, woningbouwverenigingen).
Werkzaamheden moeten op een bepaalde manier worden verdeeld en afgestemd (met
leidinggevende en uitvoerende medewerkers) => arbeidsorganisatie
Overheidsorganisatie/overheidsinstelling = de benaming voor een organisatie die namens
de overheid taken uitvoert (gemeenten, politie, rechtbank)
1.3 Bedrijf, onderneming en instelling
Vormen van organisaties:
Bedrijf
o Organisatie waarbij arbeid en kapitaal centraal staan
o Levert producten waardoor omzet wordt behaald
Onderneming
o Bedrijf dat gericht is op het maken van winst
Instelling
o Uitvoeren van een taak waarvoor subsidie wordt ontvangen
Onderneming is altijd een bedrijf, maar een bedrijf is niet altijd een onderneming!
1
,Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
1.4 Ondernemingsvormen volgens de wet
1.4.1Persoonlijke ondernemingen
Een persoonlijke onderneming heeft een natuurlijk persoon/personen als eigenaar.
Deze zijn volledig verantwoordelijk voor de beslissingen die voor de onderneming
genomen moeten worden.
Aanvulling bij Vennootschap onder firma (vof)
Vennootschapscontract wordt geadviseerd => onderlinge aansprakelijkheid wordt
beperkt & afspraken maken m.b.t. overeenkomst sluiten met anderen (bij overtreding is
niet de hele vof aansprakelijk, maar alleen de vennoot)
Aanvulling bij Commanditaire vennootschap (cv)
Gewone firmanten = beherende vennoten. Stille vennoten = commanditaire
vennoten)
Inschrijving in KvK (beherende vennoten worden geregistreerd, van commanditaire
vennoten alleen hoeveel het er zijn en hoeveel ingebracht)
1.4.2Rechtspersonen
Rechtspersoon is een vorm van onderneming waarbij de onderneming zelf rechten en
verplichtingen heeft en de aansprakelijkheid van de ondernemer beperkt is.
2
,Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
Er zijn verschillende (privaatrechtelijke) rechtspersonen waarmee een onderneming kan
worden gevoerd.
3
,Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
1.4.3Overzicht ondernemingsvormen
1.4.4Publieke ondernemingsvormen
De genoemde ondernemingsvormen vallen onder privaatrecht (onderneming is geen
overheidsinstantie). Overheid richt voor bepaalde taken een onderneming op. Het eigen
vermogen van die onderneming is afkomstig van de overheid. De overheidsbedrijven
vallen onder de vennootschapsbelasting.
1.5 Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
(tbv’s)
De tvb’s worden in een organisatiestructuur op elkaar afgestemd, bijvoorbeeld in een
functieomschrijving of in een tvb-matrix. In de arbowet is geregeld dat de werkgever
zorgdraagt voor een goede verdeling van de tvb’s, rekening houdend met
bekwaamheden.
Taak = concrete werk dat iemand verricht in het licht van zijn verantwoordelijkheid
Verantwoordelijkheid = wat iemand moet. Diegene is daarop aanspreekbaar en legt
daarvoor verantwoording af
Bevoegdheid = toestemming om een bepaalde handeling te verrichten
1.6 Werkstructurering en arbeidsverdeling
1.6.1Werkstructurering
Werkstructurering is als een organisatie rekening houdt met de behoeften van
medewerkers op sociaal, economisch en technisch gebied.
Behoeften van personeel heeft betrekking op twee factoren:
Werk extrinsieke factoren (werkomgeving/werkklimaat)
Werk intrinsieke factoren (het werk zelf)
o Taakverrijking: meer zelfstandigheid en bevoegdheid
o Taakverruiming: meer afwisseling in het werk (taakverbreding)
4
, Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
o Taakroulatie: van tijd tot tijd andere werkzaamheden krijgen (eentonigheid
vermijden)
o Taakgroepen: zelfsturende teams, autonome groepen (meer
verantwoordelijkheid voor het eindproduct)
1.6.2Arbeidsverdeling
Arbeidsverdeling: elke medewerker houdt zich bezig met bepaald onderdeel van de
werkzaamheden. Verstandig hierbij is om gebruik te maken van de krachten van de
medewerker. Arbeidsverdeling leidt tot specialisatie en routine.
Motieven voor arbeidsverdeling:
Efficiency: medewerker hoeft niet steeds over te schakelen naar een andere taak
Sociale- en maatschappelijke motieven: ontplooiing van medewerkers
Waarborgen werkzaamheden: door goede structuur in werkzaamheden
Klantgericht werken: mogelijkheden nemen toe
Branchegericht werken: meer kansen
Arbeidsverdeling vindt plaats op twee manieren:
Verticale arbeidsverdeling (verticale differentiatie)
Horizontale arbeidsverdeling (horizontale differentiatie)
1.6.3 Verticale arbeidsverdeling
Bij grote ondernemingen is er een scheiding tussen het
besturen en het uitvoeren van de overige taken door middel van
hiërarchie.
Hiërarchische relatie lager management tot uitvoerenden
kenmerkt zich door:
Taakopdrachten
Verantwoording
Controle
Bij veel delegatie wordt gesproken over decentralisatie. Als
het (top)management zelf alle macht behoudt, heet dit
centralisatie.
1.6.4Horizontale arbeidsverdeling
Horizontale arbeidsverdeling houdt in dat tbv’s opgesplitst worden binnen eenzelfde
(gelijkwaardig) niveau.
1.6.5Nadelen van arbeidsverdeling
Bij ver doorgevoerde arbeidsverdeling zijn risico’s:
Saai werk => dalende motivatie
Eindproduct wordt niet door iedereen gezien => betrokkenheid minder
Minder ontplooiingsmogelijkheden => werkproces is voorgekauwd
1.7 Indelingen van organisaties
Bij horizontale arbeidsindeling gaat het om groepering van de werkzaamheden
Interne differentiatie: (F-indeling, indeling naar gelijke werkzaamheden)
Interne specialisatie: (P, M of G indeling, indeling naar eindresultaat)
5
Hoofdstuk 1: Organisatie en arbeid
1.1 De organisatie
Een organisatie is een samenwerkingsverband van personen die een bepaald doel willen
bereiken.
Eigenschappen organisatie:
Samenwerking
Taakverdeling
Leiding
Doel
Middelen
1.2 Profit en non-profitorganisaties
Twee hoofdgroepen organisaties:
Profitorganisaties (doel is winst maken)
Non-profitorganisaties (doel is niet winst maken)
Er zijn ook nog not-for-profitorganisaties. Zij zijn vaak zakelijker en maken wel winst, maar
doen dit alleen om hun hoofddoel beter te kunnen realiseren, om zo continuïteit en
kwaliteit te gegarandeerd (zorginstellingen, woningbouwverenigingen).
Werkzaamheden moeten op een bepaalde manier worden verdeeld en afgestemd (met
leidinggevende en uitvoerende medewerkers) => arbeidsorganisatie
Overheidsorganisatie/overheidsinstelling = de benaming voor een organisatie die namens
de overheid taken uitvoert (gemeenten, politie, rechtbank)
1.3 Bedrijf, onderneming en instelling
Vormen van organisaties:
Bedrijf
o Organisatie waarbij arbeid en kapitaal centraal staan
o Levert producten waardoor omzet wordt behaald
Onderneming
o Bedrijf dat gericht is op het maken van winst
Instelling
o Uitvoeren van een taak waarvoor subsidie wordt ontvangen
Onderneming is altijd een bedrijf, maar een bedrijf is niet altijd een onderneming!
1
,Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
1.4 Ondernemingsvormen volgens de wet
1.4.1Persoonlijke ondernemingen
Een persoonlijke onderneming heeft een natuurlijk persoon/personen als eigenaar.
Deze zijn volledig verantwoordelijk voor de beslissingen die voor de onderneming
genomen moeten worden.
Aanvulling bij Vennootschap onder firma (vof)
Vennootschapscontract wordt geadviseerd => onderlinge aansprakelijkheid wordt
beperkt & afspraken maken m.b.t. overeenkomst sluiten met anderen (bij overtreding is
niet de hele vof aansprakelijk, maar alleen de vennoot)
Aanvulling bij Commanditaire vennootschap (cv)
Gewone firmanten = beherende vennoten. Stille vennoten = commanditaire
vennoten)
Inschrijving in KvK (beherende vennoten worden geregistreerd, van commanditaire
vennoten alleen hoeveel het er zijn en hoeveel ingebracht)
1.4.2Rechtspersonen
Rechtspersoon is een vorm van onderneming waarbij de onderneming zelf rechten en
verplichtingen heeft en de aansprakelijkheid van de ondernemer beperkt is.
2
,Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
Er zijn verschillende (privaatrechtelijke) rechtspersonen waarmee een onderneming kan
worden gevoerd.
3
,Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
1.4.3Overzicht ondernemingsvormen
1.4.4Publieke ondernemingsvormen
De genoemde ondernemingsvormen vallen onder privaatrecht (onderneming is geen
overheidsinstantie). Overheid richt voor bepaalde taken een onderneming op. Het eigen
vermogen van die onderneming is afkomstig van de overheid. De overheidsbedrijven
vallen onder de vennootschapsbelasting.
1.5 Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
(tbv’s)
De tvb’s worden in een organisatiestructuur op elkaar afgestemd, bijvoorbeeld in een
functieomschrijving of in een tvb-matrix. In de arbowet is geregeld dat de werkgever
zorgdraagt voor een goede verdeling van de tvb’s, rekening houdend met
bekwaamheden.
Taak = concrete werk dat iemand verricht in het licht van zijn verantwoordelijkheid
Verantwoordelijkheid = wat iemand moet. Diegene is daarop aanspreekbaar en legt
daarvoor verantwoording af
Bevoegdheid = toestemming om een bepaalde handeling te verrichten
1.6 Werkstructurering en arbeidsverdeling
1.6.1Werkstructurering
Werkstructurering is als een organisatie rekening houdt met de behoeften van
medewerkers op sociaal, economisch en technisch gebied.
Behoeften van personeel heeft betrekking op twee factoren:
Werk extrinsieke factoren (werkomgeving/werkklimaat)
Werk intrinsieke factoren (het werk zelf)
o Taakverrijking: meer zelfstandigheid en bevoegdheid
o Taakverruiming: meer afwisseling in het werk (taakverbreding)
4
, Samenvatting PDL-module: Personeel, Organisatie en Communicatie
o Taakroulatie: van tijd tot tijd andere werkzaamheden krijgen (eentonigheid
vermijden)
o Taakgroepen: zelfsturende teams, autonome groepen (meer
verantwoordelijkheid voor het eindproduct)
1.6.2Arbeidsverdeling
Arbeidsverdeling: elke medewerker houdt zich bezig met bepaald onderdeel van de
werkzaamheden. Verstandig hierbij is om gebruik te maken van de krachten van de
medewerker. Arbeidsverdeling leidt tot specialisatie en routine.
Motieven voor arbeidsverdeling:
Efficiency: medewerker hoeft niet steeds over te schakelen naar een andere taak
Sociale- en maatschappelijke motieven: ontplooiing van medewerkers
Waarborgen werkzaamheden: door goede structuur in werkzaamheden
Klantgericht werken: mogelijkheden nemen toe
Branchegericht werken: meer kansen
Arbeidsverdeling vindt plaats op twee manieren:
Verticale arbeidsverdeling (verticale differentiatie)
Horizontale arbeidsverdeling (horizontale differentiatie)
1.6.3 Verticale arbeidsverdeling
Bij grote ondernemingen is er een scheiding tussen het
besturen en het uitvoeren van de overige taken door middel van
hiërarchie.
Hiërarchische relatie lager management tot uitvoerenden
kenmerkt zich door:
Taakopdrachten
Verantwoording
Controle
Bij veel delegatie wordt gesproken over decentralisatie. Als
het (top)management zelf alle macht behoudt, heet dit
centralisatie.
1.6.4Horizontale arbeidsverdeling
Horizontale arbeidsverdeling houdt in dat tbv’s opgesplitst worden binnen eenzelfde
(gelijkwaardig) niveau.
1.6.5Nadelen van arbeidsverdeling
Bij ver doorgevoerde arbeidsverdeling zijn risico’s:
Saai werk => dalende motivatie
Eindproduct wordt niet door iedereen gezien => betrokkenheid minder
Minder ontplooiingsmogelijkheden => werkproces is voorgekauwd
1.7 Indelingen van organisaties
Bij horizontale arbeidsindeling gaat het om groepering van de werkzaamheden
Interne differentiatie: (F-indeling, indeling naar gelijke werkzaamheden)
Interne specialisatie: (P, M of G indeling, indeling naar eindresultaat)
5