HOOFDSTUK 4 – TRANSFORMATIEMEETWAARDEN
Transformatiemeetwaarden = verzamelnaam voor een reeks soorten
cijfers die gebruikt worden om ruwe testscores te interpreteren. Ruwe
scores zijn moeilijk te interpreteren zonder context (wat is het maximum?
hoe moeilijk was de test? wat is normaal?). Transformatiemeetwaarden
maken scores vergelijkbaar en direct interpreteerbaar.
Absolute transformatiemeetwaarden = waarden die onafhankelijk zijn van
de prestaties van anderen op dezelfde test. Enige voorbeeld: percentage
juist.
Relatieve (vergelijkende) transformatiemeetwaarden = waarden waarbij
de ruwe score vergeleken wordt met scores van andere personen. Twee
soorten: toevallige vergelijkende waarden (niet-representatieve
referentiegroep) en normen (representatieve referentiegroep).
Toevallige vergelijkende waarden = transformatiemeetwaarden waarbij de
ruwe score vergeleken wordt met een toevallige, niet-representatieve
groep (bv. medestudenten, overige sollicitanten). Voorbeelden:
rangnummers, percentiele rangen, standaardmeetwaarden.
Normen = transformatiemeetwaarden waarbij de ruwe score vergeleken
wordt met een representatieve steekproef van de populatie. Vereisen
grootschalig onderzoek, gestandaardiseerde testafname, en worden
idealiter periodiek herberekend. Voorbeelden: leeftijdsnormen,
percentielnormen, standaardnormen.
Percentage juist = absolute transformatiemeetwaarde. Formule: 100 ×
(aantal correcte items / totaal aantal items). Houdt geen rekening met de
moeilijkheid van de test en geeft geen info over wat normaal is.
, Rangnummers = relatieve transformatiemeetwaarde op basis van
ordening van ruwe scores. Hoogste score krijgt rangnummer 1. Bij gelijke
scores: rekenkundig gemiddelde van de betrokken rangnummers. Nadelen:
afhankelijk van samenstelling en grootte van de referentiegroep.
Percentiele rangen (PR) = relatieve transformatiemeetwaarde die aangeeft
welk percentage van de referentiegroep een score lager dan of gelijk aan
die van de persoon behaald heeft. Formule: PR = c_i × 100 (waarbij c_i de
relatieve cumulatieve frequentie is). Voordeel: interpretatie onafhankelijk
van steekproefgrootte. Nadelen: altijd op ordinaal niveau (geen gelijke
meeteenheid), respecteren afstanden tussen ruwe scores niet, mogen niet
gemiddeld worden, niet vergelijkbaar met ruwe scores.
Standaardmeetwaarden = relatieve transformatiemeetwaarden die
uitdrukken hoeveel standaarddeviaties een score afwijkt van het
gemiddelde. Twee types: lineaire en genormaliseerde.
Lineaire z-meetwaarden = formule: z_i = (x_i - x̄ ) / s. Omzetting naar
standaardnormaalverdeling N(0,1). Negatieve waarden zijn mogelijk.
Lineaire T-meetwaarden = formule: T_i = 10 × ((x_i - x̄ ) / s) + 50.
Omzetting naar T-normaalverdeling N(50, 10). Voordeel ten opzichte van z-
scores: geen negatieve waarden (vermijdt slechte connotatie bij
communicatie). Verband: T_i = 10 × z_i + 50.
Standaardiseren = het transformeren van meetwaarden tot deviatscores:
meetwaarden uitdrukken als het verschil in standaarddeviaties tegenover
het gemiddelde.
Genormaliseerde standaardmeetwaarden = de frequentieverdeling van
ruwe scores wordt behandeld alsof ze normaal verdeeld is, door voor elke
ruwe score de percentiele rang te bepalen en vervolgens de
overeenkomstige z-waarde op te zoeken in de standaardnormaalverdeling.
Liggen dicht bij normale z-scores als de verdeling redelijk normaal
verdeeld is; wijken af als de verdeling scheef is.