Oefenversie · geordend per eindterm en toetsterm
Over dit document. Herstructurering van de CBR-vragenbank Marcom-A met
dezelfde vragen en antwoorden. De vragen staan gegroepeerd per eindterm
(A/B/C/D) en per toetsterm. In dit vragendeel zijn de juiste antwoorden NIET
gemarkeerd, zodat je kunt oefenen. Achterin staat het antwoordblad met per
vraag het juiste antwoord én een korte uitleg.
Totaal: 1289 vragen · 88 met afbeelding · 494 met uitleg.
,Eindterm A — Basiskenmerken van de Maritime
Mobile & Maritime Mobile-Satellite Service
Toetsterm A1.1.1
1. In het maritieme radioverkeer is de volgorde van voorrang: [1 punt · id 48899]
a. noodverkeer, spoedverkeer, veiligheidsverkeer.
b. spoedverkeer, noodverkeer, veiligheidsverkeer.
c. veiligheidsverkeer, noodverkeer, spoedverkeer.
2. Welke uitzendingen zijn toegestaan op de frequentie 2174,5 kHz? [2 punten · id
49136]
a. Berichten van het internationale NAVTEX-systeem.
b. Meteorologische en navigatiewaarschuwingen met behulp van DSC.
c. NBDP nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
3. Een door het kustwachtstation uitgezonden stormwaarschuwing valt
onder: [1 punt · id 118847]
a. nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
b. openbaar verkeer.
c. radio meteo advies.
4. De aanwezigheid van een radiostation aan boord is primair bedoeld om: [1
punt · id 120847]
a. de veiligheid van mensenlevens te verhogen.
b. te kunnen deelnemen aan het havenverkeer.
c. te kunnen deelnemen aan het openbaar verkeer.
5. Wat is de belangrijkste reden dat een schip is voorzien van een
radiostation? [1 punt · id 122629]
a. Het kunnen communiceren met haven autoriteiten.
b. Het onderling kunnen communiceren tijdens het navigeren.
c. Het verhogen van de veiligheid.
,6. Het vragen van dringend radio medisch advies aan een walstation valt
onder: [1 punt · id 125746]
a. nautisch radioverkeer.
b. nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
c. openbaar verkeer.
7. Wat is het hoofddoel van de GMDSS installatie aan boord? [1 punt · id 125747]
a. Openbaar verkeer.
b. Veilige navigatie en interne communicatie.
c. Verhoging van de veiligheid van mensenlevens op zee.
Toetsterm A1.1.2
8. Onder openbaar verkeer verstaat men in de maritieme
radiocommunicatie: [1 punt · id 120849]
a. de communicatie op marifoonkanaal 10.
b. het tegen betaling voeren van een telefoongesprek via een kuststation.
c. het voeren van een privé gesprek op marifoonkanaal 77.
9. Onder openbaar verkeer verstaat men in de maritieme
radiocommunicatie: [1 punt · id 122630]
a. het uitwisselen van navigatieberichten tussen schepen onderling en
walorganisaties.
b. het via kuststations, tegen betaling, voeren van bijvoorbeeld
radiotelefoongesprekken.
c. radioverkeer met sluizen, bruggen en kustwachtposten.
10. Wat is het nevendoel van een radiozendinstallatie aan boord? [1 punt · id
125748]
a. Communiceren tijdens calamiteiten.
b. Deelname aan het algemene radioverkeer.
c. Het verhogen van de veiligheid van mensenlevens op zee.
, Toetsterm A1.1.3
11. Het radioverkeer tussen schepen en een Vessel Traffic Service (VTS)
station noemt men: [1 punt · id 48904]
a. nautisch verkeer.
b. openbaar verkeer.
c. veiligheidsverkeer.
12. Hoe luidt bij voorkeur de eerste aanroep naar een VHF-station als de
condities voor het maken van een VHF-verbinding goed zijn? [1 punt · id 125749]
a. de naam van het opgeroepen station (3x) this is de naam van het station dat
aanroept (2x)
b. de naam van het opgeroepen station (1x) this is de naam van het station dat
aanroept (2x)
c. de naam van het opgeroepen station (3x) this is de naam van het station dat
aanroept (1x)
Toetsterm A1.1.4
13. Men roept een ander schip aan op marifoonkanaal 16 met de intentie een
afspraak te maken voor een werkkanaal. Deze vorm van radioverkeer noemt
men: [1 punt · id 125206]
a. intership verkeer.
b. intraship verkeer.
c. nood-, spoed- of veiligheidsverkeer, omdat gebruik wordt gemaakt van
kanaal 16.
14. Het radioverkeer tussen schepen onderling noemt men: [1 punt · id 125207]
a. intership verkeer.
b. intraship verkeer.
c. openbaar verkeer.