1 (GPM) Exameneenheid B1-K1-W1
Zorgt voor een veilig pedagogisch
klimaat
Deel A: Begrip van een veilig pedagogisch klimaat (Vragen
1-10)
1. Wat is de beste omschrijving van een veilig pedagogisch klimaat?
A. Een omgeving waarin de pedagogisch medewerker altijd de baas is.
B. Een omgeving waarin kinderen zich vertrouwd en veilig voelen, zodat ze
zich optimaal kunnen ontwikkelen.
C. Een plek waar geen regels zijn en kinderen alles mogen doen.
D. De fysieke inrichting van de speelruimte.
Correct Antwoord: B
Toelichting: Een veilig pedagogisch klimaat is een omgeving waarin kinderen zich
emotioneel en fysiek veilig voelen. Dit stelt hen in staat om te leren, te ontwikkelen en
relaties aan te gaan .
2. Wat is een ander woord voor pedagogisch klimaat?
A. Pedagogische visie
B. Pedagogisch beleid
C. Opvoedingsklimaat
, D. Onderwijsklimaat
Correct Antwoord: C
Toelichting: Pedagogisch klimaat wordt ook wel opvoedingsklimaat genoemd. Het gaat
om de totale sfeer en omgangsvormen in de groep .
3. Welke van de volgende is GEEN basisbehoefte van een kind in een pedagogische
context?
A. Relatie (erbij horen)
B. Competentie (ik kan het)
C. Autonomie (ik kan het alleen)
D. Discipline (ik luister)
Correct Antwoord: D
Toelichting: De drie basisbehoeften zijn relatie, competentie en autonomie. Deze zijn
essentieel voor een veilig pedagogisch klimaat .
4. De basisbehoefte 'competentie' betekent dat een kind:
A. Erbij hoort in de groep
B. Zichzelf capabel voelt en dingen kan
C. Alles alleen wil doen
D. Zich aan de regels houdt
Correct Antwoord: B
Toelichting: Competentie gaat over het gevoel van "ik kan het". Kinderen hebben
behoefte aan uitdagingen die ze aankunnen en waarbij ze succes ervaren .
5. De basisbehoefte 'autonomie' betekent dat een kind:
A. Gehoorzaam is aan de pedagogisch medewerker
B. Altijd met de groep meegaat
C. Zelf keuzes kan maken en controle heeft
, D. Geen hulp nodig heeft
Correct Antwoord: C
Toelichting: Autonomie betekent dat een kind het gevoel heeft invloed te kunnen
uitoefenen op zijn eigen handelen en keuzes kan maken .
6. Welke factoren hebben invloed op het pedagogisch klimaat?
A. Respect voor kinderen
B. Een ordelijke en fijne omgeving
C. Een uitdagende omgeving
D. Alle bovenstaande antwoorden zijn goed
Correct Antwoord: D
Toelichting: Het pedagogisch klimaat wordt beïnvloed door respect, de fysieke
omgeving, uitdaging, sfeer en de manier van begeleiden .
7. Wat is het doel van pedagogische vaardigheden?
A. Alleen het handhaven van regels.
B. Kinderen leren lezen en schrijven.
C. Kinderen helpen zich op hun gemak te voelen en zich te durven
ontwikkelen.
D. Zorgen dat kinderen stil zijn.
Correct Antwoord: C
Toelichting: Pedagogische vaardigheden zijn erop gericht dat kinderen zich veilig
voelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Ze worden uitgedaagd om
verantwoordelijkheid te nemen .
8. Opvoeden gaat het beste:
A. In een omgeving met strenge regels.
B. In een positief en veilig opvoedingsklimaat.
Zorgt voor een veilig pedagogisch
klimaat
Deel A: Begrip van een veilig pedagogisch klimaat (Vragen
1-10)
1. Wat is de beste omschrijving van een veilig pedagogisch klimaat?
A. Een omgeving waarin de pedagogisch medewerker altijd de baas is.
B. Een omgeving waarin kinderen zich vertrouwd en veilig voelen, zodat ze
zich optimaal kunnen ontwikkelen.
C. Een plek waar geen regels zijn en kinderen alles mogen doen.
D. De fysieke inrichting van de speelruimte.
Correct Antwoord: B
Toelichting: Een veilig pedagogisch klimaat is een omgeving waarin kinderen zich
emotioneel en fysiek veilig voelen. Dit stelt hen in staat om te leren, te ontwikkelen en
relaties aan te gaan .
2. Wat is een ander woord voor pedagogisch klimaat?
A. Pedagogische visie
B. Pedagogisch beleid
C. Opvoedingsklimaat
, D. Onderwijsklimaat
Correct Antwoord: C
Toelichting: Pedagogisch klimaat wordt ook wel opvoedingsklimaat genoemd. Het gaat
om de totale sfeer en omgangsvormen in de groep .
3. Welke van de volgende is GEEN basisbehoefte van een kind in een pedagogische
context?
A. Relatie (erbij horen)
B. Competentie (ik kan het)
C. Autonomie (ik kan het alleen)
D. Discipline (ik luister)
Correct Antwoord: D
Toelichting: De drie basisbehoeften zijn relatie, competentie en autonomie. Deze zijn
essentieel voor een veilig pedagogisch klimaat .
4. De basisbehoefte 'competentie' betekent dat een kind:
A. Erbij hoort in de groep
B. Zichzelf capabel voelt en dingen kan
C. Alles alleen wil doen
D. Zich aan de regels houdt
Correct Antwoord: B
Toelichting: Competentie gaat over het gevoel van "ik kan het". Kinderen hebben
behoefte aan uitdagingen die ze aankunnen en waarbij ze succes ervaren .
5. De basisbehoefte 'autonomie' betekent dat een kind:
A. Gehoorzaam is aan de pedagogisch medewerker
B. Altijd met de groep meegaat
C. Zelf keuzes kan maken en controle heeft
, D. Geen hulp nodig heeft
Correct Antwoord: C
Toelichting: Autonomie betekent dat een kind het gevoel heeft invloed te kunnen
uitoefenen op zijn eigen handelen en keuzes kan maken .
6. Welke factoren hebben invloed op het pedagogisch klimaat?
A. Respect voor kinderen
B. Een ordelijke en fijne omgeving
C. Een uitdagende omgeving
D. Alle bovenstaande antwoorden zijn goed
Correct Antwoord: D
Toelichting: Het pedagogisch klimaat wordt beïnvloed door respect, de fysieke
omgeving, uitdaging, sfeer en de manier van begeleiden .
7. Wat is het doel van pedagogische vaardigheden?
A. Alleen het handhaven van regels.
B. Kinderen leren lezen en schrijven.
C. Kinderen helpen zich op hun gemak te voelen en zich te durven
ontwikkelen.
D. Zorgen dat kinderen stil zijn.
Correct Antwoord: C
Toelichting: Pedagogische vaardigheden zijn erop gericht dat kinderen zich veilig
voelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Ze worden uitgedaagd om
verantwoordelijkheid te nemen .
8. Opvoeden gaat het beste:
A. In een omgeving met strenge regels.
B. In een positief en veilig opvoedingsklimaat.