PSYCHOLOGISCHE PROCESSEN
IN HET BREIN
HOE REAGEERT HET ZS OP STIMULATIE EN HOE PRODUCEERT HET BEWEGING?
Hoe voelen we en bewegen we?
INHOUD HFDST 11
1. De hiërarchie van motorische controle
2. De organisatie van het motorische systeem
3. De rol van de basale ganglia en het cerebellum
4. De rol van het somatosensorische systeem
[5. De somatosensorische cortex verder ontleed]
1.DE HIËRARCHIE VAN MOTORISCHE CONTROLE
Dit is wat er gebeurd als we een tas koffie willen vastnemen.
Je moet de tas zien->occipitale lobe: verwerking van het zien van de tas via
dorsale stroom naar pariëtale lobe en ook naar frontale cortex waar de beweging
geplant wordt van ik wil tas nemen. Via motorische cortex net voor centrale
sulcus ligt gaan er axonen richting het ruggenmerg gaan die uiteindelijk bij de
spieren toekomen en de juiste commando’s gaan geven om het op goede manier
vast te nemen. Je hebt ook sensorische zintuiglijke receptoren/tastzin die jou
, informatie gaat geven van heb ik dat kopje goed vast. Je krijgt constant als je
beweegt zintuiglijke indrukken binnen. Die zintuiglijke indrukken gaan via het
ruggenmerg ook weer richting de hersenen gaan belangrijk daar bij is dat het
ook de basale ganglia en het cerebellum passeert.
- Basale ganglia: die gaan inschatten of de kracht van de beweging goed is.
Die gaan o.b.v. de feedback vanuit de zintuiglijke receptoren de
bewegingen aanpassen als dei te slap of te krachtig is. Dus heel
belangrijk.
- Cerebellum: gat bewegingsfouten corrigeren bv; er naast. Cerebellum
constant geplande beweging vergelijken met de feedback die het krijgt
van de zintuigen over de uitgevoerde
beweging.
Frontale lobe hele belangrijk enerzijds prefrontale
cortex planten beweging de premotorische
cortex(paars) zitten beweging sequenties in
opgeslagen en die gaan in motorische cortex de
afzonderlijke spiercellen kunne beïnvloeden.
Plannen -> sequenties klaarleggen -> uitvoeren.
2.DE ORGANISATIE V/H MOTORISCHE
SYSTEEM
A.MOTORISCHE CORTEX
Motorische cortex ligt vlak voor centrale sulcus.
Topografische organisatie (=neurale spatiale
representatie van de organisatie van het
lichaam)Je kan het lichaam er in herkennen.
Handen, vingers, lippen en tong zijn
disproportioneel groter dan de rest van het
lichaam. Hele veel spiercellen in mond en handen.