SOCIALE EN POLITIEKE LEERSTELSELS
Sami Zemni
INLEIDING
Ongelijkheid Emancipatie
Vooruitgang
‘Elke samenleving ziet zich gedwongen de daarin bestaande ongelijkheid te
rechtvaardigen: er dienen redenen voor te worden gevonden, want zo niet,
dan dreigt het politieke en sociale bouwwerk in te storten. Zo brengt elk
tijdperk een aantal met elkaar tegenstrijdige discoursen en ideologieën
voort met het doel de bestaande of gewenste ongelijkheid te legitimeren,
en om de economische, politieke en sociale regels te beschrijven die nodig
zijn om het geheel te structureren.’ (Piketty, 2020:11)
Politieke theorieën en ideologieën > uiteenlopende meningen over de
toekomst (politieke strijd) > emancipatie, geen vrijheid en gelijkheid
binnen en tussen natiestaten.
Emancipati Individuen en groepen krijgen meer greep op de eigen
e levensomstandigheden, wat vooruitgang impliceert
(laatste jaren: rechten, vrijheden, technologie,
wetenschap, geneeskunde).
Emancipati Proces vol spanningen, conflicten en tegenstrijdigheden
e-strijd tussen verschillende groepen (sociale klassen).
(Politieke) Geheel van ideeën en opvattingen (+ en -) dat aan de
Ideologie sociaal-politieke verhoudingen vorm wenst te geven. Een
poging om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving
zoals die is (descriptief) en zoals deze hoort te zijn
(normatief). Ze gebruiken centrale concepten of
verschillende interpretaties van dezelfde concepten (=
vrijheid betekende iets anders voor Marx dan voor
Gandhi).
- Dynamisch: geen dynamiek doctrine (=
gecodificeerd geheel van opvatting, afgekondigd
door een autoriteit)
- Ideologie & wetenschap: wetenschap staat altijd
open voor discussie, feitelijke argumenten kunnen
sociale theorieën (streven obj. na) aanvullen,
nuanceren, of bekritiseren.
- Marxisme-wetenschap-ideologie: sociale
wetenschappers verhullen de werkelijkheid door
het gebruik van foutieve wetenschappelijke
uitgangspunten
Ideologisch Emancipatie is verbonden met machtsconflicten!
1
, e strijd
Optimisme- Optimistisch over ons eigen leven, maar vrees voor de
kloof toekomst van de mensheid.
2
,H1 De ontrafeling van de middeleeuwse orde (1450-
1650)
1. Wetenschap & emancipatie van de politiek
Intellectuele & wetenschappelijke vooruitgang bv. Italiaanse Renaissance
in 14e eeuw: “bloei van de kunsten en letteren”, nieuwe zienswijze,
moderne levensopvatting, mens als subject staat centraal
(nieuwschierigheid naar kennis), idealisme, basis voor Verlichting
=> bedreiging voor leer van de Kerk
overgang traditionele houding empirische houding getypeerd
door …
LEONARDO DA VINCI (1452-1519)
• studie naar natuur (het logische en experimentele)
• proces van ontvoogding en secularisering (ontkerkelijking)
o economische (Mercantilisme) = vorst moet het inkomen van de
natie ontwikkelen
Renaissance: interest verboden (Kerk) afbraak door focus
op handel en noodzaak van kooplieden en handelaars om
zich in te dekken tegen grote risico’s (zeehandel)
o politieke moderniteit: stadstaten worden niet meer geleid door
traditie, Kerk of geestelijken, maar door mannen met visie en
creativiteit
NICOLLO MACHIAVELLI (1469-1527) - Il Principe
Politiek is ontdaan van moraal en religie;
• Wetenschappelijke blik op het menselijk maatschappelijk gedrag
• Gebaseerd op het empirisme (kennis komt voort uit ervaring)
• Uitgangspunt: menselijke natuur blijft altijd hetzelfde (politiek
gezien: mens is van nature slecht)
• Secularisering: kritiek op de Kerk
≠ antireligieuze houding: religie verbindt mensen (objectieve kracht)
• Doel La raison d’Etat (staatsrede) = staat moet niet
gelegitimeerd worden obv religie, traditie of geschieddenis, maar
enkel obv resultaten
• Volksleger
3
, • Privaat bezit: bevolking tolereert alles, behalve aanraking van
eigendom
• Populair Machiavellisme = secularisering + cynisme (wantrouwen
tov vorst)
THOMAS MORE (1478-1535) - Utopia
• Deel 1: sociale en economische verwoesting in Engeland
(kapitalisme)
• Deel 2: beschrijving van de ideale maatschappij (gemeensch. bezit)
Utopisme = afwijzen van de bestaande, onrechtvaardige orde obv
religieuze en/of morele gronden ideaal projecteren in een andere,
denkbeeldige wereld
2. Einde van de katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie
Humanisten en Scholastici (liefde voor mens en natuur)
LUTHER (1483-1546) - Stellingen van de toegeeflijkheid (1517)
• Religieus radicalisme: berouw alleen, zonder tussenkomt van de
paus of Kerk, is voldoende = religieuze bevrijding van de mens
(directe band met God, zonder kerkelijke instelling)
• Politiek en economisch conservatisme:
- = sterke overheid, gezag
- ≠ gelijkheid, vrijheid
Reactie Thomas Munzer -> opstand tegen hebzucht van edelen
(boeren willen gelijkheid) > reactie Luther: 100.000 doden (verloor
steun, behalve van adel)
• Protonationalisme: politiek gehoorzamen = voorwaarde voor vrijheid
geloof
CALVIJN (1509-1564) – Instituten van de christelijke religie
• Mens is voorbestemd aan het lot, Gods wil, hemel, hel
• Genève -> Calvijn moest Kerk hervormen
-> handelsstad (zelfrealisatie en arbeidsethiek),
acceptatie van de
vroegkapitalistische economische orde (kwestie van
winst)
• Theocratie bestond uit:
- consistorie (moraal van de stad onderhouden, straffen
uitspreken)
- ministerie (religieuze leer van Calvijn omarmen en
verspreiden)
• Maatschappelijke ongelijkheid
4